Landbouw-G20 oneens over regulering

Frankrijk wil voedselprijzen stabiliseren door de markt te reguleren. Volgens de Britten moet de productie omhoog en transparanter worden.

De ministers van Landbouw van de G20, gisteren en vandaag voor het eerst bijeen in Parijs, laten de belangrijkste beslissing waarschijnlijk over aan hun ministers van Financiën. Dat was aan het begin van de middag de verwachting, toen er nog druk vergaderd werd over het grootste struikelblok: het Franse voorstel voor marktregulering om de grote schommelingen in voedselprijzen van de afgelopen jaren te temperen, en voedselrellen zoals in 2007 en 2008 te voorkomen.

„Een markt die niet wordt gereguleerd is geen markt, maar een loterij waar het geluk toevalt aan het meest cynische werk, en niet aan investeringen en aan waardeschepping”, zei de Franse president Sarkozy gisteren tegen de twintig ministers in het Elysée. Hij doelde op de rol van speculanten, die volgens Frankrijk voor een groot deel verantwoordelijk zijn voor de recordprijzen, die begin dit jaar werden betaald voor belangrijke voedselgewassen.

Frankrijk vindt onder andere Groot-Brittannië tegenover zich. Over de bijdrage van speculanten aan de prijspieken is nog geen oordeel te vellen, zei de Britse minister Spelman gisteren. „Ik denk dat het in de eerste plaats om vraag en aanbod gaat, en dat we daarom naar de fundamentele begrippen van de markt moeten kijken.”

De belangrijkste manier om de prijzen te stabiliseren is door meer voedsel te produceren, zegt Spelman, en door daar transparanter over te zijn, „zodat de mensen weten waar het voedsel is geproduceerd en waar het is opgeslagen. Daardoor kunnen ze beter beslissingen treffen.” Bovendien is marktregulering meer het werk van ministers van Financiën, vindt zij.

Bronnen rond de onderhandelingen meldden vanmorgen aan persbureaus dat wel overeenstemming is bereikt over een datasysteem waardoor de landbouw transparanter wordt, een initiatief van de Franse minister Le Maire. In het Agricultural Market Information System moeten maandelijks wereldwijde productiecijfers van tarwe, maïs, rijst en soja worden opgenomen. Harde informatie die de kansen voor speculanten kleiner moet maken, en zo de prijzen stabieler houdt.

Zo’n systeem zou al een stap zijn. De VS, het grootste landbouwland, is open over de productie, maar de nummer twee, China, bijvoorbeeld niet. Ook India en Rusland delen hun productiecijfers niet graag, om de controle op de binnenlandse prijzen niet te verliezen. Probleem is wel dat er voor zover nu bekend geen extra geld wordt vrijgemaakt voor de database. Ook ontbreekt in veel ontwikkelingslanden de technologische infrastructuur om maandelijks exacte gegevens te verzamelen.

Volgens dezelfde anonieme bronnen is vannacht besloten om exportrestricties op voedsel dat is bestemd voor humanitaire hulp op te heffen. Goed nieuws voor noodhulporganisaties, die de afgelopen jaren waarschuwden dat door de hogere voedselprijzen miljoenen extra mensen van hen afhankelijk zouden worden. Grote landbouwlanden als Rusland en Argentinië hanteren exportrestricties om hun binnenlandse prijzen laag te houden.

Over het gebruik van voedselgewassen voor biobrandstof worden waarschijnlijk geen beslissingen genomen. Volgens Brazilië, een grote producent van ethanol uit suikerriet, staat niet vast dat biobrandstoffen de voedselprijzen opdrijven.