Kamer geeft dierenwelzijn prioriteit

De Kamer wil onverdoofd ritueel slachten verbieden. Dierenwelzijn gaat boven godsdienstvrijheid, vindt een meerderheid. Wat het kabinet gaat doen, is onduidelijk.

„We gaan het gewoon lekker verbieden”, zei Marianne Thieme toen ze zich gisteravond naar de plenaire zaal in de Tweede Kamer haastte voor de verdediging van haar wetsvoorstel. Begrijpelijk enthousiasme: de leider van de Partij voor de Dieren (PvdD) probeert al jaren onverdoofde rituelew slacht door joden en moslims te verbieden. Deze avond zou blijken dat een grote meerderheid haar nu steunt. Met VVD, PvdA, PVV, SP, D66, en GroenLinks zelfs viervijfde van de Kamer.

Daarmee voltrok zich een revolutie, in een bijzonder en bevlogen debat. Want, zoals Kamerlid Esther Ouwehand (PvdD) het formuleerde, het voorstel van haar partijgenoot Thieme was gebouwd op een eenvoudig principe: „Godsdienstvrijheid moet ophouden waar het lijden van levende wezens begint.” Anders gezegd: het fundamentele mensenrecht op vrije beleving van godsdienst is ondergeschikt aan het recht van alle dieren om niet te lijden.

Een moraal die de meeste voorstanders van de wet deelden. Kamerlid Tofik Dibi (GroenLinks): „Geloofsopvattingen mogen nooit en te nimmer een vrijbrief zijn om levende wezens onnodig leed en stress toe te brengen.” Stientje van Veldhoven (D66): „Het dierenwelzijn is voor mij het uitgangspunt.” Martijn van Dam (PvdA): „Wij vinden dat er vrijheid moet zijn om het eigen geloof te volgen, onder de voorwaarde dat dieren daardoor niet extra lijden.”

De vanzelfsprekendheid waarmee Kamerleden deze stellingen poneerden, verbergt hoe verreikend ze zijn. De Raad van State beschrijft dat: „Dieren zijn naar de huidige rechtsopvatting geen dragers van rechten in juridische zin.” De belangrijkste wetgevingsadviseur verwerpt daarom de weging die de Partij voor de Dieren in haar voorstel maakt tussen dierenwelzijn en mensenrecht. Er „wordt ten onrechte het beeld opgeroepen als zouden dieren rechtssubject zijn, met een vergelijkbare status als mensen”. Staatssecretaris Henk Bleker (Landbouw, CDA) waarschuwde gisteren: hij zag „belangrijke spanningen met de Grondwet”.

Hoe ingrijpend het verbod is, blijkt ook uit de grote verdeeldheid in de achterban van VVD, PvdA en D66. Leden riepen hun politici op het voorstel van Thieme te verwerpen. De partijen probeerden aan die tegenstand tegemoet te komen met „een handreiking” per amendement: onverdoofde slacht blijft toegestaan als zij niet meer leed veroorzaakt dan de reguliere, verdoofde, slacht.

Religieuze organisaties waardeerden het niet. Ronnie Eisenmann van de joodse NIHS noemde het voorstel „discriminatoir en onuitvoerbaar” omdat het de bewijslast voor het uitblijven van extra dierenleed bij de religieuze organisaties legt. Hun verzet lijkt opmerkelijk: joden en moslims betoogden juist dat onverdoofde slacht het minste leed berokkent. Dan loopt hun slachtwijze dus geen gevaar.

Toch was het wantrouwen van religieuze groepen niet verrassend. De partijen die het amendement voorstelden, zijn ervan overtuigd dat rituele slacht niet aan hun voorwaarde kan voldoen. Hun handreiking betekent dus niets. Bleker vroeg zich af of het amendement „de facto moet worden beschouwd als een absoluut verbod”. Welke consequentie het kabinet aan die analyse verbindt, wilde hij nog niet zeggen.

De grootse overwinning die de Partij voor de Dieren gisternacht boekte, reikt verder dan de overweldigende parlementaire steun voor dit wetsvoorstel. Belangrijker nog is het gewicht dat de grote Kamermeerderheid aan dierenwelzijn hing. Zoals Ouwehand zelf zei: „Iedereen weet kennelijk precies wat er allemaal mis is met de bio-industrie. En niemand kan nog zeggen niet op de hoogte te zijn geweest.”

De groeiende maatschappelijke interesse voor dierenwelzijn leidt nu tot praktisch gevolg in de rituele slacht – een relatieve uithoek van al het leed dat mensen dieren aandoen. Het is de vraag hoeveel politici het zo sterk geformuleerde ideaal blijven uitdragen als zij kiezers moeten verplichten andere verworvenheden op te geven. Hoe zou een betaalbare biefstuk het afleggen tegen dierenwelzijn? Een keuze waarvoor de Kamer misschien eerder komt te staan dan zij nu denkt. En, het klinkt (nog) ridicuul: mogen minder aaibare dieren, insecten zelfs, ook aanspraak maken op deze bescherming?