Jazzmuzikant zette de trend

In de jaren twintig ontdekte de Amerikaanse jazzsaxofonist Mexx Mezzrow dat hij door wiet te roken „oneindig kon blijven spelen zonder verlies van ideeën of energie”. Het gebruik werd populair in muzikantenkringen en wiet stond in deze kringen al snel bekend als ‘Mezz’.

In de jaren veertig en vijftig steeg onder muzikanten de populariteit van heroïne. Werkomstandigheden van (zwarte) entertainers in de Verenigde Staten waren zwaar. Er was frustratie, miskenning en racisme en drugs in het uitgaansleven waren makkelijk verkrijgbaar.

Toen heroïne door de Amerikaanse overheid werd gecriminaliseerd dreigden sommige verslaafde muzikanten hun cabaret card kwijt te raken waardoor optreden in steden als New York onmogelijk werd. Als gevolg weken ze uit naar Europa, waar ze nog wel welkom waren. Zo verbleef jazztrompettist Chet Baker jarenlang in Amsterdam, ook vanwege de gunstige heroïneprijs.

In de jaren 60 werd positiever gedacht over drugs. Muzikanten schreven nummers tijdens een lsd-trip en zelfs de ‘brave’ Beatles zaten in hun begintijd in Hamburg aan de speed. Niet vanwege de lol, zeiden ze, maar om het avond aan avond optreden vol te kunnen houden.