Esperanza Spalding is improviserend op zoek naar magie

Esperanza Spalding, een frêle verschijning achter een grote contrabas, is de nieuwe heldin in de jazzwereld. Ze is pas 26, maar won al een Grammy en was meermalen te gast in het Witte Huis. „Het hoeft niet allemaal luid en bombastisch”, zegt ze over haar moderne kamerjazz. „Deze muziek kalmeert.”

Jazz singer and bassist Esperanza Spalding accepts the award for Best New Artist at the 53rd annual Grammy Awards in Los Angeles, California February 13, 2011. REUTERS/Lucy Nicholson (UNITED STATES - Tags: ENTERTAINMENT) (GRAMMYS-SHOW) Esperanza Spalding tijdens de uitrijking van de Grammy's in Los Angeles, in februari dit jaar. Foto Reuters / Lucy Nicholson

Esperanza Spalding, een frêle verschijning achter een grote contrabas, is de nieuwe heldin in de jazzwereld. Ze is pas 26, maar won al een Grammy en was meermalen te gast in het Witte Huis. „Het hoeft niet allemaal luid en bombastisch”, zegt ze over haar moderne kamerjazz. „Deze muziek kalmeert.”

Ze was de underdog die Mumford & Sons, Florence & the Machine, rapper Drake en het Canadese tieneridool Justin Bieber het nakijken gaf. Toen in februari jazzbassiste en zangeres Esperanza Spalding bij de Grammy-uitreiking gelauwerd werd als ‘Best New Artist’ googlede Amerika zich gek. Meteen was ze ‘trending topic’ op Twitter. Ruim 7 miljoen Bieber-fans spuwden vuur. Wie was die Spalding, wie had van haar gehoord?

De 26-jarige kersverse jazzheldin uit Portland, Oregon is een volkomen authentiek talent – een klein fenomeen dat de New Yorkse jazzgemeenschap al sinds 2008 in haar greep houdt. Spalding is een prachtige, sprankelende jazzvrouw met een buitengewone haardos die korte metten maakt met alles wat grijs en stoffig is in de jazz. Fel en creatief plukt ze aan de snaren van haar kleine contrabas, terwijl ze vol overgave scat en zingt.

Spalding in de studio van CBS’ The Second Cup Café

Vanmiddag is ze het lichtpuntje tussen Britse borrelaars in een hippe hotelbar. Esperanza Spalding is in Londen voor twee concerten in The Barbican Centre. Zie haar zitten op de patio, alles aan haar is tenger. Behalve haar vingertoppen dan – verdikt door jaren van bassen en viool spelen. Haar weerbarstige afrocoupe heeft ze samengebonden in een knot. Ze slaakt hoge kreten als een jong meisje, heeft een gulle lach, maar ook een bloedernstige verteltrant. Niks is zomaar in het leven van deze onweerstaanbare jazzvrouw, wil ze aangeven.

De gewonnen Grammy ervoer ze als een grote eer. „Met de Grammy hoop ik nieuw publiek te interesseren voor jazz”, zegt ze correct. „Het zou mooi zijn als het spotlicht op mij ook de rest van mijn muzikale netwerk verlicht. Het maakt nieuwe, mooie muziek weer wat toegankelijker.” Maar veel tijd om bij haar prijs stil te staan was er niet. Ze reisde meteen daarna door naar Japan en had nauwelijks de tijd om de reacties te bekijken.

Spalding heeft een moordend werkschema. Ze houdt het vol, vertelt ze, door niet te vaak haar email te checken, niet al te veel televisie te kijken en ruimte open te laten voor repetities, componeren, lezen en relaxen. Interviews – nooit op de dag van haar concert. En klagen – dat nooit. „Het zou voor mij juist hectisch voelen om elke dag om zes uur op te staan om naar een kantoorbaan te reizen, waar ik vervolgens acht uur op een stoel moet zitten. Dat geeft een ander misschien stabiliteit. Mij onrust.”

Live in Kopenhagen

Artiesten gaan door fases, weet ze. Neem Joni Mitchell. Die schildert. Het zijn golven van creativiteit, die weer opgevolgd worden door het schrijven van liedjes. Spalding zelf verslindt boeken. Van jazzlegende Wayne Shorter kreeg ze onlangs The Lilac Bus van Maeve Binchy. Lezen leidt direct tot liedjes, vertelt ze. Zo is zelfs Moby Dick een inspiratie bij het schrijven van teksten. „De taal, de proza, de poëzie, hoe het verhaal zich ontvouwt. Ik improviseer tegenwoordig ook in mijn shows in zang. Dan moet je wel een bloemrijke woordenschat hebben, met allegorisch taalgebruik, met creatieve vormen. Door te lezen reis ik door mijn fantasie, ik train mijn verbeelding ermee. Ik wil teksten voelen, me erin kunnen verplaatsen. Want dat vind ik ook belangrijk in mijn eigen teksten en mijn geïmproviseerde muziek: ik wil dat je echt wordt meegevoerd.”

Thuis staat haar piano waaraan ze het meest componeert en arrangeert. Een enkele keer gebruikt ze haar bas. „Ik heb net een periode achter de rug waarin ik verschrikkelijk veel liedteksten heb geschreven. Voor drie projecten, dat was een behoorlijke uitdaging. In het vliegtuig werk ik aan teksten, dan ben ik het minst afgeleid. Geen telefoontjes, of koffiezaak om de hoek.”

Esperanza Spalding komt uit een eenoudergezin, ze werd alleen door haar moeder opgevoed. Ze woonde in de wijk King in Portland, een buurt die ze zelf omschrijft als getto. Op haar vierde leerde ze viool spelen, en al op jonge leeftijd trad ze toe tot de Chamber Music Society in Oregon, waar ze op haar vijftiende uitgroeide tot concertmeester. Maar ook met andere snaarinstrumenten kan ze overweg. Ze leerde gitaar spelen en op de middelbare school maakte ze bij toeval kennis met de akoestische bas. Ze werd verliefd op het instrument en leerde het snel bespelen.

Spaldings vaardigheden op de bas, onder andere in een bluesband waarin ze op haar vijftiende ging spelen, werden snel opgemerkt. Na een auditie, waarvoor ze dagelijks een paar uur in de lokale muziekshop in Portland oefende, kon ze met een muziekbeurs studeren op het befaamde Berklee College of Music in Boston. Dankzij een inzameling kon de muzikante het vliegticket naar Boston kopen. De studie zelf doorliep ze met groot gemak. Sterker: in 2005 – op haar twintigste – werd ze er aangesteld als jongste leraar op de opleiding. In 2006 debuteerde Spalding met het album Junjo. Maar vooral na haar treffende tweede cd Esperanza (2008, op het label Heads Up) viel te verwachten dat het niet lang zou duren voordat haar intelligente jazz breed zou worden omarmd. Haar talent was zo evident, haar eigenheid en uitstraling onweerstaanbaar.

Vorig jaar maakte Spalding een mooi mijmeralbum van moderne kamermuziek met jazz en folk, genaamd Chamber Music Society. Deze avond in The Barbican Centre in Londen laat ze horen dat het intieme, delicate muziek betreft. „Björk zei eens over het moderne componeren dat het in deze luidruchtige drukke wereld een bewijs van moed is om stil te kunnen zijn. Het hoeft niet allemaal luid en bombastisch, deze muziek kalmeert.”

Het concert wordt ingeluid door een klein toneelstukje waarin Esperanza Spalding thuiskomt, een schemerlampje aanknipt, de jas uittrekt en zich op blote voeten met een glas wijn in haar fauteuil nestelt. Twee violen en cello zetten in: romantische kamermuziek. Het voetlicht gaat aan en pats: Spalding aan haar bas. ‘Little Fly’ zingt ze, het gedicht van William Blake op meevoerende muziek. Chamber Music Society is alweer haar derde album als bandleider, ze combineert er moderne kamermuziek met jazz en folk. Dat doet ze met gevoel voor nuance: de lenigheid op de snaren en de daarvan totaal onafhankelijke opererende zang. Dan weer surft ze op de melodie, dan weer improviseert ze dwars tegen alles in met glasheldere, hoge uithalen. Of ze legt de bas neer en begint erop te roffelen.

Spalding kan multitasken in de jazz. En dit project is ware sprookjesjazz – haar stem zweeft lichtjes op poëtische eigen teksten. Je kunt in Londen soms een speld horen vallen, zo stil houdt de zaal zich. Zoals wanneer Spalding in duet zingt met zangeres Leala Cyr met alleen baslijnen en handklappen ter begeleiding. „De Chamber Music Society is een groep mensen die al improviserend uit is op magie”, zegt ze. „Ik ben dol op films waarin tien verhalen uiteindelijk samenkomen. Zo wil ik ook graag in mijn muziek vrije elementen laten samenkomen in een structuur.”

„Hey, daar is mijn bas”, zegt Spalding en kijkt ineens op. Een grote zwarte contrabaskoffer wordt het hotel binnengedragen. Het is te kostbaar om haar eigen bas mee te laten reizen, dus huurt ze per optreden een lokale bas. In de uren voor de soundcheck probeert ze die uit. Dat is lastig, op haar eigen bas weet ze blind de weg, met een nieuw onbekend instrument is het aftasten. „Sommige contrabassen vragen echt heel veel van me. Zoals in Parijs, waar ik gisteren nog was. Een met een gebruiksaanwijzing. Ik moest alles loslaten wat ik normaal doe. Het was een zachte bas, de snaren gaven weinig weerstand. Toen ik er kracht op zette, klonk de bas erg verstikt. Het hout resoneerde niet mee.

„Ik heb voor mijn spel echt wat weerstand nodig. Dus om echt in de muziek te kunnen kruipen, moet ik een sleutel vinden. Aan de andere kant, op zo’n nieuwe bas speel ik veel bewuster. Ik moet mijn aandacht erbij houden. Ik luister echt goed naar mijn band, en kan niet in oude gewoontes vervallen.”

Relaxed spelen, daar gaat het om. Want als ze haar spieren aanspant en met brute kracht vanuit de vuisten en schouders speelt, wat veel bassisten doen, zou ze er niet bij kunnen zingen. „Je kunt alleen vrij zingen als je schouders en nek ontspannen zijn. Mijn eerste basleraar, rond mijn zestiende jaar, was een klassieke muziekdocent. Hij hamerde erop: niet overspelen, net genoeg kracht zetten voor de maximale sound. Leer je spieren kennen. Natuurlijk, mannen hebben meer kracht in hun bovenlichaam, maar het gaat vooral om spiergebruik. En omdat deze leraar echt paranoïde was als het ging om een gespannen speelhouding, zong ik er wel eens bij. Je ontspant je bovenlichaam, je kaken, je nek, schouders, het maakt het lichter.”

Haar komende project, begin volgend jaar, heet Radio Music Society en zal meer mainstream worden, met funk-, rock- en hiphopinvloeden. Daar zal haar nu verkregen Grammy-publiciteit goed bij van pas komen. „Ik heb me laten inspireren door de liedjes die ik meezong vroeger op de radio. Dit zijn twaalf liedjes die je je kunt voorstellen op de radio, maar ze bevatten natuurlijk wel improvisaties. Het klinkt soulful, meer funky misschien, met een stevige elektrische band, met onder meer een orgel en blazers. Er is niks mis met een popstructuur in de jazz.”

Dan valt zijn naam: Prince. Niet alleen trad ze op met menig jazztitaan (saxofonist Joe Lovano, pianist McCoy Tyner, pianist Herbie Hancock en ook soulgigant Stevie Wonder), ook Prince ziet het in haar. In december 2010 ging Spalding mee op zijn ‘Welcome 2 America’ tour en werd een ‘dierbare vriend’ met wie ze jamt in zijn huis en „net zo goed gesprekken voert over genetische biologie”.

Wat je zou verwachten: dat dit soort mensen haar van adviezen voorziet. Nee, schudt ze het hoofd. „Je absorbeert hun kunst tijdens het spelen. Joe Lovano zegt ook niet wat je moet doen. Hij heeft de opvatting: je zit in mijn band, dus ik vertrouw je. Je komt er wel uit. Dat voelt als een groot vertrouwen, en je draagt die verantwoordelijkheid.”

Ze laat zich ook graag inspireren door krachtige vrouwelijke instrumentalisten als drumster Terri Lyne Carrington. De meegebrachte nieuwe cd van de Nederlandse jazzsaxofonist Tineke Postma wordt met een gil ontvangen. Spalding speelt er ook een nummer op. Een schitterend ontwapenend duet van scats en saxlijnen: ‘Leave Me A Place Underground’. „Oh, ze is erg heel goed. I looooove it. Ik vraag Tineke er vaak bij. Ze klinkt zo vrij. Zo klinken er niet veel op jonge leeftijd.” Het nummer werd opgenomen in de New Yorkse jazzclub The Village Vanguard, dat Spalding haar ‘tweede huis’ noemt. „Ik mag er gratis in zolang ik drankjes koop. Dat is erg aardig.”

Over waarom vrouwelijke instrumentalisten in de jazz zo dungezaaid zijn heeft Spalding wel ideeën. „Klassieke musici kunnen in een orkest een baan vinden. Met een kinderwens begin je rond je dertigste aan kinderen. Voor een jazzmuzikant is dat ongeveer de leeftijd dat je eindelijk je shit together krijgt. Dat je echt goed wordt, en de muziek begrijpt. Je moet toeren, en veel spelen om beter te worden. Dat is lastig met een gezin.”

Ze geeft haar leven voor muziek. Met een appartement niet groter dan een hotelkamer, „maar wel echt mijn plek met mijn koffieapparaat en mijn douche”, is ze dan ook, voorlopig, tevreden. Een grappige tegenstelling als je bedenkt dat de muzikante ook een graag geziene gast is in het Witte Huis. Obama is een groot fan. Zo trad ze op bij de uitreiking van zijn Nobelprijs voor de Vrede, maar ook bij een Stevie Wonder-eerbetoon in het Witte Huis. Het bewijsmateriaal (‘Live at the White House’) staat allemaal op YouTube. The brightest young star on the jazz horizon’ betovert ook hier weer met haar parelende klanken.

Esperanza Spalding treedt vrijdag 8 juli om 17.30 uur op in de Amazon