Hogere BTW op kaartjes mag gewoon doorgaan

De btw-verhoging op podiumkunsten en kunstwerken mag van de rechter doorgaan, en moet zo’n 100 miljoen euro per jaar opleveren.

De btw-verhoging op kaartjes voor podiumkunsten van 6 naar 19 procent mag doorgaan per 1 juli. Dat is de uitkomst van het kort geding dat was aangespannen tegen de staat door de Vereniging Vrije Theaterproducenten, de Vereniging Nederlandse Poppodia en -Festivals, de Vereniging van Evenementenmakers en de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties (VSCD).

Het ministerie van Financiën is „verheugd” met de uitspraak. VSCD-directeur Hans Onno van den Berg is „buitengewoon teleurgesteld”. „We denken goede argumenten te hebben. We beraden ons op vervolgstappen en sluiten niets uit.” Volgens Van den Berg is het effect van de btw-verhoging al voelbaar bij de verkoop voor het nieuwe seizoen: de duurdere kaartjes verkopen minder goed.

De vier belangenverenigingen redeneren dat de btw-verhoging ingaat tegen Europese regelgeving. De fiscus mag geen verschillende tarieven hanteren voor dezelfde diensten. Dit zou worden ondergraven doordat concurrenten wel het lage btw-tarief houden. Ze noemen als concurrenten kermissen, bioscopen, musea, circussen, attractieparken, dierentuinen, tentoonstellingen en sportevenementen.

De rechtbank oordeelt: „Voor wat betreft de dierentuinen, musea, bioscopen, attractieparken, siertuinen en sportwedstrijden” is het „lastiger om overeenkomsten te benoemen dan verschillen”.

Maar, zegt de advocaat van de belangenverenigingen, het is duidelijk dat bioscopen en musea concurreren met podiumkunsten dus moeten ze wél als soortgelijke diensten behandeld worden. De rechtbank stelt dat ook als sprake is van concurrentie, verschillende diensten verschillend belast mogen worden. (NRC)