'Grieken moeten echt zelf gaan produceren'

Op de Griekse banenmarkt heeft de hoogopgeleide, werkloze Charalambos Mavrikas (39) niets meer te zoeken. Een biologische moestuin moet hem en zijn gezin door de crisis loodsen.

Athene - „Twee maanden geleden raakte ik na elf jaar mijn baan kwijt. Ik was technisch manager bij Cosmote, de grootste aanbieder van mobiele telefonie in Griekenland. Cosmote is onderdeel van OTE, het vroegere staatsbedrijf dat de vaste lijnen beheert. Hoewel er een wereld van verschil is tussen de twee – Cosmote wordt gerund als een normaal bedrijf en is zeer winstgevend - zijn ze gekoppeld, omdat het anders onmogelijk zou zijn geweest aandelen van OTE te verkopen. In 2009 werd Deutsche Telekom de grootste aandeelhouder.

De economische crisis is bij Cosmote meer een excuus om mensen te ontslaan dan de echte reden. Het dochterbedrijf in Griekenland dient toch vooral het moederbedrijf in Duitsland. Het is verleidelijk nu de vergelijking te trekken met de verhoudingen binnen de Europese Unie, maar dat gaat toch niet helemaal op. Ik verwijt Duitsland niets. Ik neem het mijn regering kwalijk dat we hier alleen maar consumeren, niets produceren.

De afgelopen maanden heb ik werk gezocht. Ik ben hoogopgeleid, heb elf jaar managementervaring, ken mensen, maar in mijn sector is er niets. Niets. Ik heb mijn cv een aantal keer opgestuurd, maar ik kreeg niet eens antwoord. Op dit moment worden alleen mensen ontslagen. Mijn inschatting is dat het een paar jaar lang onmogelijk zal zijn een baan te vinden in mijn branche. Mijn vrouw zegt: laten we naar het buitenland gaan en onze twee jonge dochters daar opvoeden. Ik zie het als laatste toevlucht. Zover ben ik nog niet.

Vijf jaar geleden heeft mijn vader een stuk land gekocht, vlak buiten Athene. Hij is zelf in een dorp in het westen van het land geboren en naar de hoofdstad verhuisd. Dat is heel gebruikelijk voor zijn generatie. Hij is tandarts en had zijn eigen praktijk. Ik ben een echt stadsjong. Ik had nog nooit een aubergineplant van dichtbij gezien. Toen hij de grond kocht, in Spata, vlakbij het vliegveld, raakte ik geïnteresseerd in landbouw. Als hobby. Ik las veel en begon dingen te planten, van watermeloenen tot prei en pepers. Gewoon om te zien hoe ze zouden worden. Alleen met aarde en water, geen mest.

Ik gebruik traditionele rassen die bijna waren verdwenen. Hier in Attika, de regio waarbinnen Athene valt, is een gemeenschap, Peliti, van mensen die gratis zaden delen omdat ze willen dat de soorten behouden blijven. Mijn tomaten zijn maar een paar dagen houdbaar. Het gebruik van hybrides, zoals vrijwel alle boeren wereldwijd nu doen, staat me tegen. Die zijn misschien beter bestand tegen ziekten en de tomaat wordt misschien mooi rond.

Maar dat is de Nederlandse manier. Waarom doen Grieken het op z’n Nederlands? De Nederlanders kweken in kassen omdat ze geen zon hebben. Wij wel. Het is zoals met alles hier: we kopiëren blindelings van het buitenland, zelfs als het om landbouw gaat. Op Kreta worden planten in hydrocultuur gekweekt, in water met toegevoegde voedingsstoffen. Ze smaken nergens naar, terwijl de omstandigheden juist zo goed zijn om ze lekker in de zon te laten rijpen. We importeren zelfs onze aardappelzaden uit Nederland. Waarom dat zo is? Waarschijnlijk onder meer omdat boeren de afgelopen twintig, dertig jaar subsidie kregen van de EU en de gemakkelijke weg kozen. Ze innoveerden niet, investeerden niet.

Dit stukje land, het is maar 2.000 vierkante meter, is mijn testlaboratorium. Kijk en ruik, ik heb zwarte tomaten, pruim- en peervormige. Er staan asperges en olijfbomen, aubergines van Santorini. Als het tijd is om te oogsten heb ik veel te veel. Ik geef het weg aan vrienden en kennissen.

Ik wil het geld dat ik bij ontslag mee kreeg – genoeg om voorlopig vooruit te kunnen – gebruiken om dit uit te bouwen tot een bedrijf in groentenpakketten, zoals je ook in Nederland en Engeland hebt. Een doos seizoensgroenten, thuis bezorgd, eerlijk gekweekt met echte smaken. Dit is de proeffase. Ik denk na over de samenstelling en prijs van mijn pakketten. De eersten geef ik gratis weg. Grieken zijn conservatief, ook al denken ze van niet. Het is moeilijk iemand ervan te overtuigen een tomaat te eten die er anders uitziet. En een Griekse huisvrouw koopt gelijk vier of vijf kilo tomaten op de markt, anders dan een Britse. Ik wil zonder tussenpersonen werken, want ik denk dat die hier onderdeel zijn van het probleem.

Of dit zal lukken tijdens de economische crisis durf ik niet te zeggen. Maar wat hebben we aan alternatieven? Afgezien van de laatste twintig jaar was dit een agrarisch land. Boeren hebben hun grond verlaten en dat is zonde. In de supermarkt vind je Nederlandse groenten.

Tijdens mijn vakantie heb ik mijn carrière overdacht. Ik heb technische bouwkunde gestudeerd en, niet om op te scheppen, ik was een goede student. Daarna heb ik een post graduate gedaan, biomedische techniek aan het Imperial College in Londen. Ook dat ging me gemakkelijk af. In Nederland was ik misschien bij Philips gaan werken. Ik kwam terug in Griekenland en het enige werk dat ik kon vinden was in verkoop of dienstverlening. Nu heb ik het gevoel dat mijn kennis is verouderd. Ik voel dat ik inferieur ben ten opzichte van wat ik had kunnen zijn.

Zijn het de politici, waardoor dit land zich niet heeft ontwikkeld zoals had gemoeten? Of is het gewoon de zon? Het klinkt flauw, maar die speelt hier nu eenmaal een grotere rol.

Dat er binnen Europa een taakverdeling ontstaat, waarbij wij meer aan toerisme doen dan in het noorden waar minder zon is, is helemaal niet erg. We hoeven niet allemaal hetzelfde te zijn. Maar we zouden ook ons potentieel voor landbouw en voor bijvoorbeeld het opwekken van energie moeten benutten. Waarom doen we dat niet? Als we niet klaar waren om tot de EU toe te treden, dertig jaar geleden, waarom hebben we dat dan toch zo snel gedaan? Of tien jaar geleden bij de eurozone. Was dat alleen een prestigekwestie?

Intussen is de EU zelf ook veranderd. Toen ik klein was, was het meer als een droom, een ideaal. Nu is het alleen een financieel verhaal. We praten hier alleen nog maar over leningen. Niemand komt toe aan de structurele discussie over het gezond maken van ons land, onze economie. Ik vind het niet erg om wat armer te zijn, maar ik wil wel dat er iets verandert. Als ik zou zien dat er nu iets nieuws aan het ontstaan was zou ik hoopvol zijn, maar dat ben ik niet.

Ik kan de mensen die voor het parlement protesteren niets verwijten. Zij drukken de woede uit die velen van ons voelen. Het is de rol van de politici om oplossingen te presenteren en die vervolgens aan de mensen uit te leggen. Dat geldt zowel voor Europa als voor Griekenland.

Van de week heb ik in de auto naar het parlementsdebat geluisterd over de nieuwe regering. Premier George Papandreou is een man van de jaren tachtig. Zijn partij Pasok heeft de vakbonden zo ongeveer opgericht en nu moeten zij hun macht inperken? Heeft hij al belastingen opgelegd aan anderen dat de gewone man? Nee. Het probleem is, ik kan hem gewoon niet geloven. Nieuwe verkiezingen zouden het beste zijn. Laten we maar weer gaan stemmen.”