'Er zijn dingen gebeurd waar ik niet trots op ben'

Een dag nadat haar dochter ziedend had gegild dat ze haar moeder haatte, begon ‘tijgermoeder’ Amy Chua een boek over de opvoeding van haar kindereren te schrijven. Ze wilde er een literair boek van maken, à la Nabokov, met een onbetrouwbare verteller. „Ik heb het geschreven als satire, het eerste deel is zwaar overdreven.” Prompt viel de halve wereld over haar heen in verontwaardiging over kindermishandeling in de vorm van drie uur muziekles per dag en een jeugd zonder feestjes. „Ik denk dat oost en west elkaars problemen kunnen oplossen.”

Het eerste dat opvalt in een gesprek met de vrouw die wereldberoemd werd met een boek over Chinees opvoeden: wat komt ze Amerikááns over. Expressief, nerveus, met een stem die te hard lijkt voor haar frêle gestalte en een opgewonden lach. En vooral: een hoogontwikkelde persoonlijkheid – in meerdere opzichten.

Amy Chua is briljant, een hoogleraar recht aan Yale met twee goed ontvangen boeken over internationale relaties op haar naam, plus Strijdlied van de Tijgermoeder, de snoeiharde opvoedingskroniek die een bestseller is in westerse en Aziatische landen en inmiddels aan dertig landen is verkocht. En Amy Chua steekt haar licht niet onder de korenmaat. „I’m such an unusual person”, zegt ze een paar keer. „Ik heb van mijn ouders zoveel zelfvertrouwen meegekregen!” Ze is ook trots, trots op haar dochters, trots op wat zijzelf bereikt heeft, trots een Amerikaanse te zijn. „Ik ben dol op de kracht van Amerikanen zoals ik,” zegt ze. En ze lijkt zich er totaal niet van bewust dat zoiets in Nederlandse oren een tikje aanmatigend klinkt.

De voorpublicatie in januari in de Wall Street Journal van een hoofdstuk uit Strijdlied van de Tijgermoeder, onder de kop ‘Chinese moeders zijn beter’, ontketende een storm over het hoofd van Chua. Het boek beschrijft de kadaverdiscipline waaraan ze haar twee dochters Sophia (nu achttien) en Lulu (nu vijftien) onderwierp. Nooit spelen met vriendjes, huiswerk perfect beheersen en elke dag drie uur piano of viool studeren, óók in het weekend en in de vakanties. Tijgermama controleerde haar dochters bij alles, racete heen en weer van haar werk voor muziekrepetities, reed jaren elke zaterdag uren op en neer voor exclusieve muzieklessen. Uitgebreid beschrijft Chua haar driftbuien en de gevechten die ze vooral met haar jongste dochter leverde, culminerend in een zeer on-Chinese scène in een café bij het Rode Plein, waar de toen dertienjarige Lulu een glas kapot smeet en riep „Ik haat viool. Ik HAAT mijn leven. Ik HAAT jou en deze hele familie!” Waarna Tijgermoeder huilend het pand verliet en aan haar boek begon.

Pure kindermishandeling ter meerdere eer en glorie van het moederego, oordeelden andere moeders en psychologen briesend van verontwaardiging. Amy Chua raakt duidelijk een gevoelige snaar en houdt het Westen een spiegel voor, schreven anderen. In de VS liep de discussie zo hoog op, dat dochter Sophia een brief stuurde naar de New York Post waarin ze schreef dat ze blij was met haar opvoeding. Ze begon ook een blog, getiteld ‘New Tiger in Town’. Die heeft het Stockholm-syndroom, luidde de conclusie van Chua's tegenstanders.

U zou het wéér zo doen, heeft u gezegd.

„Ja, dat zou ik, al zou ik mijn kinderen misschien iets meer toestaan. Ik zou ze meer keuze geven, ze zouden nu bij voorbeeld wel naar feestjes mogen.”

Sliep u wel eens toen uw dochters klein waren? En waar was uw echtgenoot, de Tijgervader?

„Toen mijn kinderen klein waren stond ik om zes uur op, ik kon dan twee uur werken voordat hun dag begon. Ik ben niet goed in pleziertjes en ontspanning. Daar zorgde Jed voor, mijn man. Hij is van de onvoorwaardelijke liefde. Hij remde me af, zoals ik beschrijf, maar hij staat en stond achter mijn opvoedingsmethode. Zelf kreeg hij een vrije opvoeding, en in zijn familie zijn een paar mensen ontspoord.”

U krijste wat af, bij de opvoeding, u maakte steeds ruzie. In westerse ogen is dat bij uitstek een bewijs van ouderlijk onvermogen.

„Ik wilde dat ik mijn geduld niet zo vaak verloren had. Ik schreeuwde, denk ik nu, ook vaak van uitputting. Maar er zijn zoveel manieren om een slechte, misbruikende ouder te zijn. Je kunt ook zonder drift zijn en je kind kwaad doen. Ik weet dat omdat in de familie van mijn man helemaal niet geschreeuwd werd, en toch zijn daar mensen nogal verwaarloosd.”

U benadrukt sinds de verschijning van uw boek telkens dat het allemaal echt zo erg niet was. Voelt u zich schuldig?

„Ik ben niet eerder zo aangevallen, en het boek is érg slecht gelezen. Ik ben bijvoorbeeld erg uitgescholden om de scène waarin ik dreig de knuffels van Sophia te verbranden. Maar ik schrijf niet voor niets: ‘mijn dochter claimt dat ik tegen haar gezegd heb: ik verbrand je knuffels’. Bovendien zijn mijn dochters uit hetzelfde hout gesneden als ik. Als ik tegen Lulu schreeuwde: ‘ik ga je poppenhuis verkopen’, dan schreeuwde zij terug: ‘Wat doe je hier nog? Ga dan!’

„Mensen begrijpen niet dat het boek alle dieptepunten bevat en maar een paar hoogtepunten. Ik schreef het als satire, vooral het eerste deel is zwaar overdreven. Maar allengs word ik serieuzer, en in het laatste gedeelte is duidelijk dat mijn methode niet langer klopt. Toch zette ik door. Ik was te koppig. Het werd te zwart.”

En daarover voelt u zich achteraf schuldig?

„Er zijn dingen gebeurd waar ik niet trots op ben. Eén keer heb ik ‘stuk vuil’ gezegd tegen mijn dochter. Dat was niet goed, maar ik heb het eerlijk opgeschreven. En ik denk eerlijk gezegd dat er wel eens vaker harde woorden vallen in een gezin met tieners. Alleen worden die niet zo opgeschreven.”

Waarom schreef u het dan zo op?

„Ik wilde een literair boek schrijven. Iets à la Nabokov, waarin de verteller onbetrouwbaar is. Ik begon het boek te schrijven op de dag na de scène op het Rode Plein. Ik realiseerde me dat ik mijn dochter Lulu zou verliezen als ik niet tot inkeer kwam. Het schrijven ging makkelijk, ik vond als vanzelf een nieuwe stem, een heel andere dan in mijn academische boeken. Mijn dochters en mijn man lazen mee, het was voor ons allemaal een bevrijdende ervaring.”

Ondanks dit particuliere gehalte is Strijdlied van de Tijgermoeder meer dan een kijkje in de kolkende hel achter de voordeur van hyperambitieuze academici. Het laat zich ook lezen als een soort Botsing der beschavingen, maar dan op microniveau. Is de oosterse nadruk op topprestaties nastrevenswaardig, of gaat die gepaard met emotionele onvolwassenheid en buitenproportionele zelfmoordcijfers onder jongeren? Is het westerse model van vrijheid en creativiteit beter, of leidt dat tot jongeren die zich stuk voor stuk een idol wanen, tot drop-outs en junkies? In het Westen vraagt men zich af of er niet een schepje bovenop moet. In Azië, zegt Chua, wordt haar boek juist gelezen als recept voor een ‘vrije opvoeding met behoud van resultaat’.

Daarmee heeft Chua iets opmerkelijks gepresteerd: de opvoeding van kinderen is van een onderwerp voor moeders opeens tot een onderwerp van internationale reflectie geworden.

Dat kan wel zijn, maar zo had ze het nooit bedoeld, zegt ze, met een eerste blijk van bescheidenheid. „Ik schreef mijn boek noch als gids voor ouders, noch als een boek over buitenlandse politiek.”

Kan zijn, maar ze kruidde haar verhaal vast niet voor niks met het oorlogs- en diplomatenvocabulair dat er de humor en herkenbaarheid aan geeft. Opvoeden à la Chua is een taai gevecht, een eenzame krijgstocht, Tijgermama de Clausewitz van het opvoedingsslagveld. ‘Lulu had mij ook onderschat. Ik was me alleen maar aan het herbewapenen. De gevechtsformatie was in stelling gebracht.’

Beseffen we wel het heroïsche van haar strijd? Als tijgermoeder in het Westen moet ze ‘opboksen tegen een totaal ander stelsel van normen en waarden – geworteld in de Verlichting, gericht op individuele autonomie, geënt op theorieën over de ontwikkeling van kinderen en gebaseerd op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.’

Dat is grappig geformuleerd...

„Ik dacht zelf eerlijk gezegd ook dat het erg grappig was. Ik had geen idee dat mensen er zo boos om zouden worden.”

...maar het is niet gek dat het serieus wordt genomen. Of het nu hypermachten zijn of kinderen, alles draait bij u om de survival of the fittest.

Nu lacht de tijgermoeder hard. „Ja, en de droevige kant ervan is dat dit boek een verslag is van mijn nederlaag! Ik moest toegeven aan mijn dertienjarige dochter en de teugels laten vieren!” Serieuzer vervolgt ze: „Inderdaad zit er strijd op drie niveaus in dit boek. Allereerst de strijd met mijn eigen dochter, dat lijkt me duidelijk. Dan de strijd tegen het verval der generaties, een bekend Chinees en naar ik geloof ook westers motief. De eerste generatie werkt zich op uit armoede, de tweede generatie bloeit, de derde generatie ontspoort in decadentie. Het derde niveau van strijd is die van China tegen de VS. En daar zit hem ook de bron van de extreme reacties in de VS: de angst voor China.”

U heeft het tijgermoederschap voorgoed als Chinees gekwalificeerd. Maar is het dat ook? U wijst naar de drang van migranten zich op te werken. En fikse competitie geldt ook als Amerikaans.

„Op den duur lopen die kwalificaties allemaal door elkaar, en meer dan ik zelf besefte. Mijn opschepperij in het boek zou je als heel Amerikaans kunnen zien. Mijn twijfel over of ik het wel goed doe, evenzeer. Wel weer heel Chinees van mij: ik heb het boek pas uitgebracht toen ieder lid van mijn familie zijn goedkeuring had gegeven. Mijn moeder huilde en zei: ‘waarom maak je jezelf zo gemeen, de mensen zullen je haten!’ Geen enkele Chinees zou de vuile was zo buiten hangen. Maar voor mij bleek het dan weer heel makkelijk me zo te exhibitioneren.”

Er spreekt een hoop zelfbewustzijn uit het boek. U bent trots Chinees te zijn, trots Amerikaanse te zijn. En trots het gemaakt te hebben als migrant. Welk chauvinisme overheerst eigenlijk?

„Mij is met de paplepel ingegoten dat je je nooit een slachtoffer moet voelen, ook al ben je een migrant. De Chinezen zijn een succesvolle minderheid, trots op wat ze zijn. Ze voelen zich geen outsider, eerder geprivilegieerd. Toch geloof ik dat ik er het meest trots op ben Amerikaanse te zijn. Er is geen enkel ander land dat mensen die iets willen bereiken zozeer de ruimte geeft. Als mijn drie boeken één thema gemeenschappelijk hebben, dan is dat denkelijk dit: de bijdrage van migranten aan Amerika. En de tolerantie van Amerika jegens migranten.”

U eiste van uw dochters strikte gehoorzaamheid. Maar uw rebellerende dochter Lulu lijkt in haar gedrag misschien het meest op u zelf.

„Ja, het boek prijst rebellie. Ik bewonder furie, passie. Ik bewonder Lulu om haar kracht, maar ze maakt me gek. Nu ze vijftien is, hebben we nog steeds veel ruzie. Zelf was ik mijn vader ongehoorzaam, toen ik me tegen zijn zin inschreef aan Harvard en met een Joodse man trouwde. Mijn vader was op zijn beurt het zwarte schaap van de familie; hij haatte het blikjesbedrijf van zijn vader, ging wiskunde studeren en werd een wilde, hippie-achtige universitair docent in Berkeley. In het boek beschrijf ik de les die ik uiteindelijk zelf leerde: de Chinese methode werkt niet altijd. Niet alle kinderen zijn hetzelfde. En een van de beperkingen van de Aziatische wijze van opvoeden is duidelijk de nadruk op strikte gehoorzaamheid. Maar ik heb ook kritiek op de westerse gewoonte om autoriteit almaar ter discussie te stellen.”

Wat kan het Westen van tijgermoeders leren?

„Ik blijf verdedigen dat het ontzettend goed is kinderen op jonge leeftijd concentratie, zelfdiscipline en doorzettingsvermogen aan te leren. Nee, dat is niet altijd leuk, en ja, kinderen zullen protesteren. Maar ze hebben er wel hun leven lang plezier van. Wat andere dingen betreft denk ik dat oost en west elkaars problemen kunnen oplossen. Hier in de VS ligt bijvoorbeeld sterk de nadruk op functioneren in een groep. Maar dat is op de een of andere manier heel hypocriet. Op de basisschool hoeven kinderen niks te doen dan leuke projecten en dan opeens komt er een snoeiharde concurrentie om de beste plekken op de universiteit. In China ligt de nadruk weer te veel op individuele prestaties en autoriteit. Er is een gebrek aan kritisch, vernieuwend denken.”

In westerse ogen is het Chinese topkind niets dan een prestigeobject van zijn ouders. U vindt de westerse nadruk op de persoonlijkheid van het kind juist kwalijk.

„Chinese kinderen leren niets over hun eigen emoties, die doen er niet toe. En Chinese ouders kunnen hun liefde slecht uiten. Ook ik. Mijn dochters zeiden toen ze het boek lazen: ‘maar ik wist helemaal niet dat je je zo voelde!’ Er is een hoop emotionele armoede in China, en er is daar veel therapie nodig. Maar de manier waarop westerse ouders hun kinderen prijzen voor elke kras op een tekenblaadje is ook niet goed. Kinderen mogen best horen dat het beter kan. Westerse opvoeders willen een kind tegen alles beschermen. Maar als je uitgaat van zwakte, wordt dat al snel een self-fulfilling prophecy.”

Tijgermoeder vindt westerse ouders narcistisch, schijnt.

„Westerse ouders nemen de makkelijkste weg. Ze bewegen mee met de impulsen van het kind. Een westerse moeder zegt, ja schatje, je hebt gelijk, stop maar met die muzieklessen als je ze niet leuk vindt. Ze poot het kind voor de tv en gaat zelf naar yoga. Gemakzuchtig. Natuurlijk, een tijgermoeder heeft ook compassie als haar kind huilt, als het er moe uitziet of als het een teleurstelling ondergaat. Maar ze weet dat het niet om haar eigen gevoelens gaat.”

U gelooft in drillen. De westerse opvoedcanon gaat juist uit van intrinsieke motivatie. Kinderen worden gestimuleerd zélf dingen te willen.

„Misschien zijn sommige mensen van binnenuit gemotiveerd, maar het Westen romantiseert dit idee. Iets kunnen en iets willen versterken elkaar. Daarom moet je goed kunnen studeren. Westerse kinderen leren dat niet. Die hebben te veel keuzevrijheid. En als een kind mag kiezen, dan kiest het nooit voor studeren, maar altijd voor drie uur tv-kijken en een zak snoep.”

Amy Chua: Strijdlied van de Tijgermoeder. Nieuw Amsterdam, 255 blz € 18,95. Battle Hymn of the Tiger Mother. Bloomsbury, 256 blz. € 18.-