Eindelijk krijgen bezuinigers hun zin

Is het een verrassing dat de VVD grote bezuinigingen op de kunsten voor staat? Nou nee. Dan is de rol van het CDA opmerkelijker. Die partij heeft zich nooit serieus beziggehouden met cultuurbeleid.

In het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem staat een boerderij die ooit van staatssecretaris van Cultuur Cees van Leeuwen was. Het museum begon de zogenoemde ‘krukhuisboerderij’ te herbouwen toen Van Leeuwen net was toegetreden tot het eerste kabinet Balkenende. Namens de LPF.

Het herbouwen werd minutieus gedaan, met hetzelfde materiaal en compleet met constructiefouten, verzakte muren en een boek van Connie Palmen op het nachtkastje.

In de kunstwereld deden destijds grappen de ronde over het geluk dat de museumdirecteur had getroffen met deze verbouwing, waartoe al besloten was tijdens het demissionaire,tweede Paarse kabinet. Want met de LPF in de regering, zo was de gedachte, moest iedereen in de cultuursector zich eigenlijk zorgen maken.

Niet voor niets: uit langlopend kiezersonderzoek bleek dat Nederlandse burgers over kwesties als immigratie en integratie al decennialang anders dachten dan politici. Beleidsmakers uit de kunstwereld wisten uit diezelfde onderzoeken dat burgers en politici ook van mening verschilden over subsidie voor de kunsten. Politici wilden er niet op bezuinigen. Burgers wel.

Maar de kunstwereld kon opgelucht ademhalen. De vrees dat de LPF op kunst ging bezuinigen, bleek ongegrond. Van Leeuwen, ooit bassist van symfonische rockgroep Kayak, kreeg weinig tijd voor het formuleren van een cultuurbeleid. Maar hij zei wel dat cultuur „zoveel mogelijk mensen” moest bereiken en hij zinspeelde geenszins op een drastische verlaging van het budget.

Inmiddels is de Haagse consensus wel bruut verstoord. Komende maandag debatteert de Tweede Kamer over de bezuinigingsplannen van staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD). Het is niet te verwachten dat een Kamermeerderheid zich schaart achter voorstellen die morrelen aan de hoogte van de bezuinigingen.

Wie de VVD volgt, is niet helemaal verrast door deze historisch ongekend hoge bezuinigingen van 200 miljoen euro. Het kabinet brengt in praktijk wat vele prominente partijgenoten al jaren prediken. Toenmalig partijleider Ed Nijpels pleitte al in 1986 voor de vrijheid van de markt boven die van de kunstenaar. „Kunst en cultuur”, zei hij destijds „moeten ver van de overheid tot bloei komen.” En, een voorbode van de huidige argumenten voor bezuinigen in zijn partij: „Bij subsidiëring van podiumkunst moet naast het kwaliteitscriterium ook de publieksfactor worden betrokken”.

Toch duurde het nog tot 2008 voordat een volksvertegenwoordiger van de VVD openlijk een drastische verlaging van het budget voorstelde. De PVV, uitgesproken tegenstander van cultuursubsidie, zat toen al drie jaar in de Kamer. VVD’er Han ten Broeke sprak over „een einde aan de vanzelfsprekendheid” en wilde meer dan honderd miljoen euro korten. In de tegenbegroting die VVD een jaar later vanuit de oppositie opstelde, schrapte de partij 142,5 miljoen euro uit de cultuurbegroting.

Inmiddels is Nijpels geschrokken door het tempo en de omvang van de bezuinigingen. Ook voormalig VVD-leider Bolkestein is tegen. Hij sprak in november demonstranten toe op het Leidseplein in Amsterdam.

Verrassender is dat het CDA met de plannen akkoord gaat. Het verkiezingsprogramma van die partij hint nergens op bezuinigingen. De partij „staat voor een overheid die de condities creëert voor een bloeiende cultuur, die kwaliteit verhoogt en zorgt voor spreiding en toegankelijkheid”. Kunstenaars doen ook goede dingen. Ze „houden ons een spiegel voor”, die het mogelijk maakt „op een andere, verrijkende manier tegen de samenleving te kijken”.

Tijdens de formatie van het kabinet begrepen CDA’ers dat het moeilijk werd de cultuurbegroting buiten schot te laten. Nicolien van Vroonhoven-Kok, tot de verkiezingen de CDA-cultuurspecialist in de fractie, verklaarde publiekelijk dat de kunstwereld rekening moest houden met een bezuiniging van 70 miljoen euro. Helemaal onredelijk leek haar dat niet. Een jaar eerder had ze al een oproep van PVV en VVD gesteund. Die vroegen het kabinet de cultuursector niet bij voorbaat uit te zonderen van bezuinigingen.

De bezuinigingen pakten met meer dan 200 miljoen euro aanzienlijk hoger uit dan Van Vroonhoven voorspelde. Dat bevestigt wat Kamerleden van het CDA in Den Haag in de wandelgangen zonder veel schroom vertellen. De cultuur is in de formatie weggegeven. Of zoals de CDA’ers zeggen: geruild. Zelfs een paradepaartje van onderhandelaar Maxime Verhagen, een zelfstandig Nationaal Historisch Museum, overleefde de onderhandelingen niet.

CDA’ers wijzen er op dat de twee dissidenten in de fractie, die tegen politieke samenwerking met de PVV waren, andere zorgen hadden dan cultuur. Dat waren: ontwikkelingshulp (Kathleen Ferrier) en Hedwigespolder (Ad Koppejan). Een cultuurdissident had het CDA niet. Dat is ook niet verwonderlijk; anders dan in de VVD is er binnen de partij nooit serieus debat gevoerd over cultuurbeleid. De partij zette decennialang standaard in op spreiding van cultuur over de regio. Niet voor niets probeert de huidige cultuurwoordvoerder Marieke van der Werf nog iets te doen voor de regionale orkesten. Tegelijk telt ze haar zegeningen: de amateur- en volkskunst, een ander stokpaardje van het CDA, zijn ontzien in de bezuinigingen.

Opvallend genoeg was het wel een CDA’er die al eens probeerde om stevig te bezuinigen op de kunst, als enige naoorlogse bewindspersoon. Elco Brinkman probeerde tien miljoen gulden uit de kunstsector te halen, in 1982, wat toen een groot bedrag was. Het verzet was zo groot, dat dit bedrag bij lange na niet is gehaald. Het kabinet kortte wel op de BKR, een regeling voor kunstenaars die in 1986 werd afgeschaft. Maar het geld daarvoor kwam uit de begroting van Sociale Zaken.

Brinkman noemde zijn bezuinigingsplannen „links noch rechts”. Brinkman, destijds: „Politieke kleur is te veel eer voor de argumenten om te bezuinigen”. Oud-staatssecretaris voor Cultuur Rick van der Ploeg (PvdA) maakt de vergelijking met Engeland nu, waar hij woont. „De regering van Cameron is rechts, geloof me, maar ze zeggen gewoon: de tijden zijn hard, iedereen moet bezuinigen, dus ook de kunsten. Dikke pech. De ministers tonen respect voor de kunst, het zouden NRC-lezers kunnen zijn. Dat is in Nederland volstrekt anders, waar een anti-intellectualistische regering kunstenaars afdoet als verslaafden aan subsidie.”

Na Brinkman zou er nooit meer een CDA’er komen op cultuur. Kunstbeleid heeft CDA’ers ook nooit sterk geboeid, zo blijkt uit de geringe belangstelling voor cultuurbeleid in de publicaties van de partij en haar wetenschappelijk bureau.

Cas Smithuijsen, directeur van het instituut voor cultuurbeleid de Boekmanstichting, herinnert zich nog wel iets opmerkelijks in de gesneefde bezuinigingsplannen van Brinkman. Het Nederlands Openluchtmuseum dreigde ten onder te gaan. In de huidige plannen van het kabinet, opnieuw met CDA, krijgt het museum juist een beloning. Het moet bezuinigen, maar het kabinet vertrouwt de instelling ook het Nationaal Historisch Museum toe.

Bezoekers van het museum kunnen in de toekomst over Michiel de Ruyter leren en direct even langsgaan bij de boerderij van Van Leeuwen. Kunstliefhebbers onder hen kunnen dat bouwsel opvatten als een aandenken aan een andere tijd: toen ook een populistische partij de kunst ongemoeid liet.

Of was Van Leeuwen staatssecretaris Zijlstra achterna gegaan als hem meer tijd in de politiek was gegund?

Van Leeuwen: „Absoluut niet.” Hij geeft een vernietigende oordeel over de huidige staatssecretaris. „Zijlstra gebruikt de hakbijl. Bovendien wordt van een staatssecretaris verwacht dat hij zich verdiept in de organisaties waar hij mee te maken heeft. Dat doet Zijlstra niet. Onfatsoenlijk gewoon, anders kan ik het niet noemen.”