Demonstraties in Bahrein na zware vonnissen

Nadat in Bahrein acht prominente shi’itische oppositieleiders gisteren tot levenslang zijn veroordeeld zijn honderden demonstranten uit protest daartegen de straat opgegaan.

Het waren de belangrijkste betogingen sinds weken in het kleine koninkrijk, thuisbasis van de Amerikaanse Vijfde vloot.

De acht tot levenslang veroordeelden zijn ervan beschuldigd plannen te hebben gemaakt voor een staatsgreep. Ze hadden allen bij de protesten eerder dit jaar opgeroepen tot de vorming van een republiek.

In het proces stonden in totaal 21 oppositieleiders terecht, van wie zes bij verstek. Andere verdachten hebben straffen gekregen van twee tot vijftien jaar. Tegen de vonnissen is beroep mogelijk.

Volgens de aanklacht hebben de tot levenslang veroordeelden samengewerkt met „een terroristische organisatie” die voor een ander land werkt.

Dat verwijst naar suggesties dat de fundamentalistische Hezbollah en Iran een rol hebben gespeeld in de protesten. Het sunnitische bewind van koning Hamad bin Isa al-Khalifa wordt gesteund door Saoedi-Arabië, dat militairen naar Bahrein heeft gestuurd.

In Washington heeft het State Department de vonnissen gekritiseerd. „We maken ons zorgen over de zwaarte van de vonnissen die zijn uitgesproken”, zei woordvoerder Mark Toner. „We maken ons ook zorgen over het gebruik van militaire rechtbanken om deze burgers te berechten.”

Volgende maand zou onder regie van de koning een nationale dialoog beginnen. Een aantal demonstranten zei gisteren dat die gesprekken na het zware vonnis weinig zin hebben. Ook de gematigde oppositiebeweging Wefaq, die streeft naar een constitutionele monarchie, liet weten dat de zware straffen niet in overeenstemming zijn met een poging tot dialoog.

Shi’ieten spelen een grote rol in de protesten. Ongeveer zeventig procent van de 525.000 inwoners van Bahrein is shi’iet, maar zij klagen over systematische discriminatie als het gaat om hoge politieke of ambtelijke functies.

Tot de mensen die levenslang hebben gekregen, behoren Hassan Mashaimaa en Abdeljalil al-Singace, beiden leiders van de radicale oppositiegroep Haq; Abdelwahab Hussein, leider van de protestbeweging Wafa; en mensenrechtenactivist Abdelhadi al-Khawaja. (Reuters, AFP. AP)