Definitief einde van de strippenkaart is in zicht

De strippenkaart verdwijnt in het grootste deel van het land. Vanaf volgende week donderdag, 30 juni, is de ov-chipkaart ook verplicht in Overijssel, Gelderland, Flevoland, Noord-Holland en Friesland. Een week later volgen Zeeland en Limburg. Een motie van PvdA, GroenLinks en SP in de Tweede Kamer om de strippenkaart later af te schaffen, haalde het gisteren niet.

De ov-chipkaart is nu al verplicht in Amsterdam, Rotterdam en het streekvervoer in de provincie Zuid-Holland. Volgens minister Schultz van Haegen (Infrastructuur, VVD) zijn inmiddels tien miljoen chipkaarten uitgedeeld en is de tevredenheid onder de gebruikers groot. Ze zei dat de zeven provincies aan alle gestelde eisen voldoen en dat dus ook daar de chipkaart verplicht kan worden gesteld. De strippenkaart kan nog wel gebruikt worden in de provincies Groningen, Drenthe, Noord-Brabant en Utrecht.

PvdA, GroenLinks en SP vinden dat er nog te veel problemen zijn. Ze willen dat Schultz eerst een plan maakt om de kaart te verbeteren. Ook willen de partijen een onderzoek afwachten naar het ‘dubbele opstaptarief’ en het functioneren van Trans Link Systems dat de kaart beheert.

De motie van de drie partijen haalde het niet omdat de PVV, groot criticus van de ov-chipkaart, onverwacht tegenstemde. Kamerlid Leon de Jong vreest dat de provincies claims indienen als de kaart wordt uitgesteld. Ook vond hij de motie „te positief” over de ov-chipkaart. De PVV wil de strippenkaart behouden en vindt dat reizigers zelf moeten kunnen bepalen of ze de chipkaart willen gebruiken. Eerder steunde de PVV nog een motie om de chipkaart in Zuid-Holland uit te stellen. Die provincie diende een claim van bijna 700.000 euro in bij het Rijk.