De schrik zit er nu in bij de rechters

Tbs verlengen? Dat was eigenlijk een hamerstuk. Maar nu niet meer, denkt hoogleraar Buruma.Dusan van R. zat achttien jaar te lang in de kliniek.

Rechterlijke dwalingen als die bij Dusan van R. kunnen worden voorkomen, zegt Ybo Buruma, hoogleraar straf- en procesrecht aan de Nijmeegse universiteit. De rechter moet gewoon altijd het wetboek erbij pakken als hij iemand tbs geeft of zo’n maatregel verlengt.

Hoe kon dit gebeuren?

„Heel simpel. Bij de verlenging van tbs wordt vooral gekeken of iemand nog steeds een gevaar voor de samenleving vormt. De aanleiding voor een tbs-maatregel raakt daardoor een beetje uit zicht. De afgelopen jaren zijn we van een daadstrafrecht naar een daderstrafrecht opgeschoven. Dat brengt gevaren met zich mee, zoals ook nu weer blijkt bij de zaak van Dusan van R. Je zou kunnen stellen dat het rechtssysteem daar te ver in is doorgeschoten.”

Hoe vaak komt het voor dat iemand ten onrechte jarenlang in een tbs-kliniek zit?

„Ruim tweeduizend mensen in Nederland zitten in een tbs-kliniek. Het overgrote deel heeft de lichamelijke integriteit van zijn of haar medemens geschonden – een vereiste voor het opleggen van tbs die langer dan vier jaar duurt. Moord, verkrachting: bij dat soort zaken is de inbreuk op de integriteit evident. Maar er is ook een grijs gebied. Diefstallen met bedreiging van geweld bijvoorbeeld. Normaal levert zoiets geen aantasting van de lichamelijke integriteit op. Maar het is toch verstandig dat soort zaken de komende tijd te bestuderen.”

De Raad voor de Rechtspraak wil dat rechtbanken alle tbs-zaken opnieuw tegen het licht houden. Volstaat dat om gerechtelijke dwalingen boven tafel te krijgen?

„Waarschijnlijk wel. In de dossiers moet staan waaruit het geweld bestond. Gaat het om een verkrachting? Moord? Diefstal met bedreiging van geweld? Als je weet dat het in die laatste gevallen mis kan gaan – omdat onduidelijk is of de integriteit van het lichaam van het slachtoffer werd geschonden – kun je misstanden tamelijk snel boven tafel krijgen. Daar zullen echt geen jaren overheen gaan, verwacht ik.”

Hoe kun je dit soort rechterlijke dwalingen in de toekomst voorkomen?

„Door bij iedere tbs-zaak te kijken naar artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht. Daarin staat dat de totale duur van de tbs-maatregel niet langer dan vier jaar mag duren, tenzij sprake is van een misdrijf dat gericht is tegen de onaantastbaarheid van het lichaam. Door alle publiciteit over de zaak van Dusan van R. verwacht ik overigens dat rechters dat uit zichzelf wel zullen doen. Er zijn waarschijnlijk heel wat alarmbellen gaan rinkelen de afgelopen dagen. De schrik zit er behoorlijk in, neem dat maar van mij aan.”

Advocaten klagen dat rechters tbs-verlengingen als een hamerstuk beschouwen. Er zou te weinig tijd voor worden uitgetrokken. Bent u het daarmee eens?

„Ik kan mij voorstellen dat het soms wat snel gaat. Het hangt waarschijnlijk een beetje van de advocaat af. Aan de andere kant is het wel zo dat bij de derde verlenging een onafhankelijk psychiater wordt ingeschakeld. Dus van een hamerstuk kun je, denk ik, niet echt spreken.”

Joost Eerdmans van het Burgercomité tegen Onrecht vindt dat het onderzoek er niet toe moet leiden dat psychisch gestoorden vanwege juridische haarkloverij worden vrijgelaten. Heeft hij een punt?

„Ja. Want stel nou dat een insluiper een slipje uit een ladenkast steelt. Voor zo’n delict is geen tbs mogelijk, maar acht op de tien deskundigen zullen concluderen dat we hier te maken hebben met een zieke geest. ‘Dit is een voorbode van ernstiger zaken’, zullen ze zeggen. Vinden we dat iemand enkel mag worden vastgezet op grond van risico, of willen we vasthouden aan de eis dat je alleen voor onbepaalde tijd mag worden vastgezet in een tbs-kliniek als je iemands lichamelijke integriteit daadwerkelijk hebt geschonden? Een interessante kwestie.”

De advocaat van Dusan van R. gaat schadevergoeding eisen. Wat vindt u billijk?

„Ik heb daar wel een mening over. Maar binnenkort treed ik toe tot de Hoge Raad. Misschien kunt u zich voorstellen dat ik het niet verstandig acht daar op te reageren.”