De beste krant

Is The New York Times inderdaad de beste krant ter wereld, zoals mijn collega H.J.A. Hofland enkele maanden geleden in het televisieprogramma De wereld draait door zei en zoals Arie Elshout, correspondent van de Volkskrant in New York, onlangs herhaalde in een artikel ter gelegenheid van een wisseling van de wacht bij die krant (voor de eerste keer wordt een vrouw hoofdredacteur)?

Ik aarzel die uitspraken te beamen. In de eerste plaats lees ik de krant niet meer. Dat deed ik wel toen ik vier jaar in Amerika woonde en wanneer ik er terugkwam (de laatste keer in 1993). Dat is dus lang geleden, maar toen vond ik de NYT inderdaad een heel goede, ja onmisbare krant. Maar de beste ter wereld?

Om tot die uitspraak te komen zou je toch eerst een vergelijkend onderzoek moeten doen en daarin ook kranten moeten betrekken die in talen geschreven zijn die je helemaal niet kent. Wie weet of er in Madrid of Oslo niet kranten verschijnen die op z’n minst even goed zijn? En minder dik, want met de NYT krijg je elke dag een heel pak papier. En een krant is geen encyclopedie.

Nu verschijnt er in Europa de International Herald Tribune, een soort uittreksel van de NYT. Veel Nederlanders die vinden dat ze aan de Nederlandse pers niet genoeg hebben, zweren daarbij. Ze vergeten dan dat die krant in de eerste plaats bedoeld is voor Amerikanen die Europa bezoeken (of er wonen) en op de hoogte willen blijven van wat er in hun land gebeurt.

De aandacht van de Europese lezer wordt dus onwillekeurig gefocust op Amerika. Dat had in de tijd dat Europa en Amerika nauw met elkaar verbonden waren, ja Europa in feite afhankelijk van Amerika was, nog enige zin. Maar die tijd is voorbij, al sinds het einde van de Koude Oorlog. Zelfs oud-secretaris-generaal van de NAVO De Hoop Scheffer erkende dit onlangs in een rede in het instituut Clingendael. De Atlantische reflex begint op fantoompijn te lijken.

Natuurlijk blijft het Amerikaanse toneel, en zeker het politieke spektakel, altijd een fascinerend schouwspel, waarbij vergeleken de Nederlandse politiek maar een duffe bedoening is, maar dat is het altijd geweest – ook in de tijd dat Amerika nog geen actieve wereldpolitiek bedreef, dus vóór 1941. Maar dáárvoor hoef je geen Amerikaanse krant te lezen.

We hebben te maken met een Europa dat steeds meer op zichzelf teruggeworpen wordt, en in dit Europa is Duitsland de machtigste mogendheid. In elk geval is wat Duitsland doet weer beslissend geworden voor de toekomst van Europa. In feite zouden dus Nederlanders die over grenzen heen kijken – en dat zijn er maar weinigen – een Duitse, in plaats van Amerikaanse, krant moeten lezen.

Maar hier wreekt zich dat het onderwijs in Nederland de taal van het land waarvan Nederland grotendeels afhankelijk is, heeft verwaarloosd. Velen vinden het Duits te moeilijk of denken met het Duits van Rudi Carrell of Louis van Gaal wel uit de voeten te kunnen, maar dat wekt slechts de lachlust bij onze buren op. Zelfs onze bewindslieden bedienen zich in Duitsland liever van Engels (dat ook niet altijd begrijpelijk is). Wilders, daarentegen, spreekt uitstekend Duits...

Volgens de huidige in Nederland geldende maatstaven zijn de serieuze Duitse kranten saai. Het is waar: ze doen weinig aan ‘opleuken’. Of moeten we degelijkheid en – degelijk zijn ze – gelijkstellen met saaiheid? Dat zou dan niet voor de Nederlandse lezer pleiten. Zelf vind ik de Frankfurter Allgemeine Zeitung een onmisbare bron (ook op cultureel gebied), maar er zijn ook andere.

De beste krant vind ik echter de Engelse Financial Times, die evenmin een financieel dagblad is als NRC Handelsblad een handelsblad is. Ik lees haar niet om haar nieuws uit Engeland, want dat wordt steeds minder relevant voor ons, maar om haar voortreffelijke berichtgeving uit andere landen – minder uitvoerig misschien dan de FAZ, maar zich bepalend tot de essentie. Als we ons beperken tot wat zij en het weekblad The Economist over Amerika schrijven, hebben we geen Amerikaanse krant nodig. Ook het aantal van haar columnisten, ook voortreffelijk, blijft beperkt – dit in tegenstelling tot de International Herald Tribune, waarin je in een zee van columnisten verdrinkt. Kortom, ook puur journalistiek-technisch bekeken, staat zij voor mij vooraan.

Welke buitenlandse kranten lees ik nog meer? Le Monde, niet omdat dit zo’n goede krant is (minder dan vroeger, is mijn indruk), maar omdat Frankrijk nu eenmaal een belangrijk Europees land is en het politieke spektakel daar op zichzelf ook fascinerend is (laatstelijk met de affaire-DSK). Ook van wat er in ons andere buurland, België, omgaat wil ik iets weten. De Standaard bevredigt mijn weetgierigheid op dit gebied, met Mia Doornaert als mijn favoriete columnist, die haar evenknie in Nederland niet heeft.

En de Nederlandse pers? Die volg ik natuurlijk ook, zelfs in de eerste plaats, want ik wil op de hoogte blijven van het discours in eigen land, hoe provinciaals dit veelal ook mag zijn – in de grachtengordel niet minder dan elders.