Alzo won de zoekmachine

De actualiteit is vaak een spiegel van de literatuur. Deze week de Bibliotheek van Google door de ogen van Jorge Luis Borges.

Goed, het gaat maar om een kwart miljoen boeken, in totaal zo’n 40 miljoen bladzijden. Maar het is een volgende stap op weg naar het inrichten van de grootste bibliotheek op aarde. Maandag werd bekend dat internetgigant Google en The British Library een overeenkomst hebben gesloten voor het digitaliseren en online beschikbaar maken van duizenden teksten die tussen 1700 en 1870 zijn verschenen. Binnen een paar jaar zijn ze alle 250.000 vanachter de computer te lezen en te printen; Google blijft van zins om digitale kopieën te maken van alle boeken ter wereld, naar schatting 130 miljoen titels.

Honderddertig miljoen, dat is nog steeds niet oneindig veel, zoals in ‘De Bibliotheek van Babel’ van Jorge Luis Borges, de Argentijnse ex-bibliothecaris die deze maand 25 jaar geleden overleed. Zijn beroemde verhaal uit de bundel Ficciones (1944, ‘Fantastische verhalen’), begint met de woorden: ‘Het heelal (dat anderen de Bibliotheek noemen) bestaat uit een onbepaald, en misschien oneindig aantal zeshoekige galerijen.’ Waarna nauwkeurig wordt beschreven hoe deze monsterbibliotheek is ingedeeld: ‘Bij iedere muur van iedere rechthoek horen vijf boekenplanken; op iedere plank staan tweeëndertig boeken…’ (vert. Barber van de Pol).

Borges’ korte verhaal verwijst naar de bijbelse Toren van Babel, die tot in de hemel had gereikt als God daar geen stokje voor had gestoken door de oprichters met spraakverwarring te slaan. Maar zijn beschrijving van een ontzagwekkende bibliotheek waarin alle denkbare boeken in alle talen aanwezig zijn, is vóór alles een gedachte-experiment over het begrip oneindigheid. Die is aanvankelijk een reden voor vreugde: ‘Toen bekend werd gemaakt dat de Bibliotheek alle boeken omvatte, was het eerste gevoelen er een van buitensporig geluk.’ Maar wanneer de mensheid met die oneindigheid moet leren leven, ontstaat al snel verwarring en ruzie: ‘De zekerheid dat alles is geschreven doet ons teniet of maakt ons tot schimmen. […] Ik vermoed dat de menselijke soort – de unieke – dreigt uit te sterven en dat de Bibliotheek zal voortbestaan: verlicht, verlaten, oneindig, volmaakt onbeweeglijk, uitgerust met kostbare boekdelen, nutteloos…’

Tweeslachtige gevoelens overvallen ook de toeschouwer bij de bouw van Google’s Digital Library. Aan de ene kant is het geweldig, al die miljoenen boeken, met een paar muisklikken oproep- en doorzoekbaar. Aan de andere kant weet de mensheid maar al te goed dat alleen de zon voor niets opgaat. De Grootste Bibliotheek op Aarde wordt betaald met advertenties, die beter verkoopbaar zijn naarmate er meer mensen zoeken via Google. En als straks alle boeken op het net te raadplegen zijn, wat gebeurt er dan met de openbare bibliotheken, de universiteitsbibliotheken, de privébibliotheken? Hun lot is dat van de mensheid in Borges’ verhaal: uitsterving. In de toekomst zal er één monopolist van de informatie zijn, en zijn naam is Google. Wie had het daar over oneindigheid?