'Als ik opzettelijk hakkel komt er leven in'

Maanden werkt Theo van den Boogaard aan zijn grote stadsgezichten. Overal laat de Nederlandse grootmeester van de klare lijn wat gebeuren. „Ik wil elke steen begrijpen.”

„Kijk toch dat metselwerk, die kleurstelling”, zucht Theo van den Boogaard, terwijl zijn vingers glijden over de tekening van De Bazel. Het immense gebouw in het centrum van Amsterdam met het dambordpatroon van baksteen en natuursteen is door de 63-jarige tekenaar gevangen in een imposante tekening – ook te zien op een doek aan de in steigers geklede gevel.

In De Bazel, waar het stadsarchief van Amsterdam huist, opent vandaag een expositie met stadsgezichten uit het werk van Van den Boogaard. Ze verschijnen ook in boekvorm. Centraal staan de panoramische tekeningen van de Stopera, de Raadhuisstraat en De Bazel. De eerste twee zijn scènes uit Sjef van Oekel, de strip waar hij beroemd mee werd. De teksten daarvan zijn geschreven door Wim T. Schippers, die Van Oekel bedacht voor televisie. Dolf Brouwers speelde hem op onvergetelijke wijze, halverwege de jaren zeventig. In stripvorm sloeg het tegendraadse personage met zijn bizar kronkelende logica ook aan in Frankrijk (als Léon-la-Terreur), Duitsland en Spanje.

Bovenop De Bazel fantaseerde Van den Boogaard beelden van stripfiguren uit zijn oeuvre. Ze flankeren de drie beelden die daar in werkelijkheid staan van de Indische gouverneur-generaals Coen, Daendels en Van Heutsz, mannen die van groot belang waren voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij, het bedrijf dat opdracht gaf voor de bouw van het kantoor. In een alternatieve tekening spuwt Multatuli een dikke stroom inkt over de mannen heen. „Dat is een hommage aan zijn verzet tegen deze onderneming. Ik geef Multatuli het laatste woord.”

Van den Boogaard werkte dit voorjaar twee maanden aan de tekening. „Ik ben dolblij dat het erop staat. Al die ornamenten en die schuiningen maken het grandioos.” Niet elk detail kan getekend. „Je moet stileren. Tekenen is een rare leugen. Je laat van alles weg. Op de voorgrond werk ik de ornamenten helemaal uit, maar achterin worden het kruisjes.”

Een eerste schets maakte hij van een uitvergrote foto. „Die druk ik door met grafietpapier, langs de liniaal.” Een brugleuning bij de gracht bepaalt het perspectief. „Dat geeft een mooie dieptewerking.”

Van den Boogaard geldt als een Nederlandse grootheid van de klare lijn – de stijl van Hergé, met strakke contouren en egale kleuren. Maar bij het inkten maakt hij de lijn minder strak. „Inkten doe ik met de hand, zonder liniaal, anders wordt het te steriel. Door mijn bibberingen of een opzettelijk hakkel komt er leven in.”

Hergé inspireert hem nog steeds. „Zijn figuren zijn sterk aanwezig doordat ze zoveel persoonlijkheid hebben. Je ziet emoties en uitdrukkingen. Daar ben ik zelf ook goed in, al zeg ik het zelf.”

Van de Stopera maakte hij halverwege de jaren tachtig in het korte verhaal Godendeemster een gedetailleerde overzichtstekening, inclusief het plein en de Blauwbrug, waar een kettingbotsing van voertuigen en mensen plaatsvindt. Volgens de begeleidende tekst in het boek was het zijn meest ambitieuze tekening ooit. „Dat heb ik mezelf aangehaald. Het scenario van Wim begon met: ‘Sjef loopt op straat en wordt aangesproken door een godsdienstwaanzinnige.’ Ik laat Sjef uit de metro bij het Waterlooplein komen, een Hades met allemaal geneuk en vandalen die de lampen stukslaan. Op naar het licht, dat zo fel is dat het hem verblindt. Tegelijk verkondigt iemand: ‘God roept u!’ Als je aan het puzzelen bent, vallen zulke stukjes in elkaar. Dat is de fun ervan.”

De Stopera was in aanbouw. Daarom bekeek hij bij architect Cees Dam diens schetsen. „Van de Raadhuisstraat had ik al een groot straatscène gemaakt en ik had in mijn kop gezet dat ik dat ook van de Stopera wilde. De sport is om uit te zoeken hoe ik een gebouw helemaal kan uittekenen, terwijl de mensen nog als individuen acteren.”

De stad zie hij als een compositie. „Dat is mijn tekenaarsblik. De lijnen zijn prachtig, zoals de ronding van de Stopera contra de bochten van de Amstel ervoor. Door de grachten ontstaan er overal vreemde vormen.”

Op zijn tekeningen hadden de balkons van de Stopera al hekjes. „Maar het duurde nog anderhalf jaar voor hij ze mocht plaatsten, vanwege de budgetoverschrijding.”

Architect Cees Dam poogde de originele inkttekening (nog niet ingekleurd) te kopen: „Hij vond hem steeds te prijzig.” De tekenaar lacht. „Stom van hem, want hij wordt steeds duurder.” De beginprijs was zesduizend gulden. „Later werd het vijfentwintigduizend gulden en wat ie nu waard is weet ik niet.”

Hij is zijn geld waard, vindt hij. „Die tekening is maanden tussen mij en mijn assistenten heen en weer gegaan. Elk onderdeel is door mijn zeef gegaan. Zo’n tekening maak je maar één keer in je leven.”

Tekenen is voor hem het proberen te doorgronden van wat hij ziet: „Ik wil elke steen begrijpen. Ik ben bezig met stofuitdrukking.”

Een ander hoogtepunt in het boek en op de expositie zijn de tekeningen die hij begin jaren negentig maakte vvan een nooit uitgevoerd ondergrondse busstation, onder het water voor Centraal Station, begin jaren negentig gemaakt. „De baas van de busmaatschappij zei: ‘Je hebt op het Stationsplein een ruime keuze uit door wie je wil worden aangereden. De oplossing ligt onder de grond.’ Ik heb van dat slimme plan een uitgewerkt verhaal gemaakt.”

Van den Boogaard is trots op zijn idee om op schermen onder de grond te laten zien waar je je boven de grond zou bevinden. „Henk Hofland schreef eens : ‘Met de metro verliezen we ons recht op uitzicht.’ Mijn idee biedt een antwoord, à la Die schönsten Bahnstrecken, dat Duitse programma waarin je meekijkt vanuit de cabine van de machinist. Zo krijg je in de metro je uitzicht terug.”

Na jaren te hebben geworsteld met depressies tekent Van den Boogaard weer volop, onder meer aan songteksten van Bob Dylan. „Als ik teken komt er een gevoel van rust over me. ‘Jongen, blijf dat alsjeblieft doen!’ zei ik tegen mezelf. Er zijn te veel ideeën blijven liggen.”

Het Amsterdam van Theo van den Boogaard. T/m 14/8, Stadsarchief, Amsterdam. Boek, uitg. Oog & Blik.