Zet je dogma' s overboord en ontwikkel jezelf

Elke woensdag een filosofisch dilemma naar aanleiding van de actualiteit.

Vandaag: hoe interpreteren we eigenlijk de filosofische functie van kunst?

Wat je ook vindt van de film The Tree of Life (Terence Malick), om de grootse inzet ervan kun je moeilijk heen. De film toont onder meer het ontstaan van de wereld, gaat over een gezin dat kampt met het verlies van een kind, en over een zoon die lijdt onder een strenge, autoritaire vader. Filmcritici vallen als een blok voor de film (het regent vijf sterren, winnaar Gouden Palmen in Cannes), maar veel publiek – onder wie ikzelf – komen wat verward of verontwaardigd naar buiten. De film is door een blogger treffend met ‘een zondagsdienst’ vergeleken: er wordt gestrooid met Bijbelcitaten en grootse vragen over oorsprong, bestaan en spiritualiteit.

Toeval of niet, de Britse filosoof Alain de Botton kwam vorige week met een nieuw boek, waarin ook hij op zoek gaat naar de zinvolle aspecten van (met name de westerse) religie: Religie voor atheïsten. Een heidense gebruikersgids. Een boek en een film vormen nog geen trend, en het is natuurlijk maar de vraag of deze herwaardering van het christendom zich verder zal uitbreiden, maar interessant is de ontwikkeling zeker. Wendden we ons in het Westen in de beginjaren van dit decennium massaal tot het Oosten voor spiritualiteit (yoga, boeddhisme), zoals de Amerikaanse socioloog Colin Campbell overtuigend betoogde in zijn The Easternization of the West (2009), nu mag het christendom weer inspiratie bieden voor (grote) zingevingsvraagstukken.

Hoewel noch The Tree of Life, noch de heidense gebruikersgids van De Botton mij echt over de spirituele streep hebben getrokken, werd ik gegrepen door de enorme betekenis die beiden aan de rol van kunst bij zingeving toekennen. De Botton vertelt in zijn boek dat de Bach-cantates, de Madonna’s van Bellini en de zenarchitectuur bij hem, hardboiled atheïst, een kleine ‘ongeloofscrisis’ veroorzaakten. Hij zette zijn eigen dogmatische idee dat het als atheïst verboden is je met religie bezig te houden daardoor overboord. The Tree of Life wil een film als een Bach-cantate zijn: je verleiden dogmatische principes los te laten en je via de verbeelding als in een visuele trance mee te voeren naar grote vragen.

In tijden van fikse bezuinigingen op de kunst, waarbij het ene na het andere opiniestuk over ons heen buitelt, is het de moeite waard om stil te staan bij de filosofische functies die aan kunst worden toegekend. Vanuit de esthetica worden doorgaans drie functies onderscheiden: kunst als afbeelding van de werkelijkheid: mimesis. Plato die de dichters wilde verbannen uit de staat hield er een mimetische opvatting op na: hij was bang voor de verkeerde invloed op mensen. De Romantische filosofen (Schlegel e.a.) benadrukten de emotionele functie van kunst: de kunstenaar probeert zijn gevoel uit te drukken in een kunstwerk, en wij kunnen op onze beurt geraakt worden. De formalistische functie van kunst benadrukt de vormaspecten. Kunst hoeft niet ‘nuttig’ te zijn, maar heeft een waarde in zichzelf. Denk aan l’art pour l’art. Kortom, bij de waardering van kunst spelen argumenten met betrekking tot engagement, gevoel en vorm een rol.

In de discussie over de bezuinigingen op kunst, betitelen zij die een bezuiniging bepleiten kunst meestal als ‘een luxe’ of ‘hobby’ en benadrukken het formalistische criterium: kunst is mooi, maar een extraatje in het leven dat we niet nodig hebben als basisbehoefte om te overleven. Zij die bezwaren maken (vaak kunstenaars, onderwijsinstellingen en kunstfondsen) voelen zich genoodzaakt ‘het nut’ te bewijzen en grijpen daarom vaak naar het mimetische argument: we worden er betere mensen van – en dat kost geen geld, maar levert uiteindelijk altijd geld op –, want via kunst engageren we ons juist met de wereld.

De Botton vult in zijn boek de mimetische functie persoonlijk en spiritueel in: via en dankzij kunst ontwikkel je jezelf (bijvoorbeeld je dogma’s even overboord durven zetten). Hij verwijt de onderwijsinstellingen dat zij teveel in zichzelf gekeerd zijn geraakt (lees: zich concentreren op het formalisme) en de potentie van kunst laten liggen. ‘Anna Karenina en Madame Bovary zouden moeten worden behandeld in een college dat de spanningen binnen een huwelijk toelicht in plaats van zich te concentreren op stromingen in de negentiende eeuwse fictie’. In zijn boek staat een geestige afbeelding van een universiteit met een ‘Vakgroep Relaties’: ‘Hier zou je niet in slaap vallen’, aldus het onderschrift. De Botton pleit daarmee de mimetische functie van kunst her te waarderen en persoonlijk in te vullen (het gaat over jouw leven), gecombineerd met de aandacht voor gevoel: door kunst ga jij je lekker voelen.

Onlangs was Alain de Botton in Amsterdam en ik vroeg hem of zijn voorstel niet erg lijkt op wat Oprah Winfrey op televisie ook al aanbeveelt: een relatie tussen kunst (bijvoorbeeld een boek) en je eigen leven te leggen om jezelf te ontplooien, met als doel: een beter zelf. Binnen de literatuurwetenschap heet dat bibliotherapeutisch lezen: literatuur kan je helpen bij problemen en vraagstukken in je leven. Misschien is het aardige van de universiteit nu juist dat je daar ook de esthetische functie van kunst leert waarderen. Want dat kost oefening en begeleiding. Of moet ik nu werkelijk Oprah Winfrey in mijn klaslokaal zijn en met mijn studenten hun relaties bespreken aan de hand van Madame Bovary?

De Botton zuchtte diep. Hij stelde dat literatuurdocenten als de bliksem iets moesten gaan doen in deze tijden waarin de ene na de ander letterenfaculteit haar studenten ziet weglopen naar media-studies en grote bezuinigingen boven het hoofd hangen. In zijn boek doet hij radicale voorstellen om literatuuronderwijs te vernieuwen en ook musea opnieuw in te delen: niet chronologisch, maar op grond van thema (een afdeling voor liefde, dood). De Botton zet het mimetische in om aan te tonen dat kunst, literatuur en literatuuronderwijs goed zijn voor een gezonde karakterontwikkeling. We hebben de kunstspiegel nodig om over ons eigen leven na te kunnen denken.

Terug naar The Tree of Life. Mijn esthetische oordeel viel bepaald niet positief uit: ik serveerde hem af op grond van 3 p’s : pathetisch (emotioneel argument), potsierlijke structuur (formalistisch argument) en pretentieuze boodschap (mimesis). Maar met De Botton in handen is er toch een manier om die film te redden van mijn genadeloze oordeel, ik zou er zelfs subsidies aan toe willen kennen, pal voor de film te gaan staan en deze niet zonder meer opzij te schuiven als ‘mislukte overbodige kunst’.

Want binnen het experimentele Departement van de Dood zou de film niet misstaan als object van studie: om te reflecteren op rouw, het loslaten van dogma’s, ouder-kindrelaties, verlies, én over de vraag waarom er ineens her en der geluiden opduiken om religie nuttig te maken voor heidenen.