Zes miljoen schilderijen op één plek

Het uitgebreidste archief voor kunst staat in Den Haag. Zijlstra wil dat het fuseert met het Rijksmuseum in Amsterdam. Aan één kant een goed idee, zegt directeur Ekkart. „Maar het is iets te eenvoudig gedacht.”

De ‘constructieve dialoog’ tussen het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) en het Rijksmuseum in Amsterdam was al voor de bekendmaking van de cultuurplannen van het kabinet vorige week op gang gekomen, zegt RKD-directeur Rudi Ekkart. Maar als onder het ‘samengaan’ van beide instellingen waarover staatssecretaris Zijlstra (Cultuur, VVD) in zijn jongste brief over het Cultuurbeleid spreekt, door sommigen wellicht een fusie, of een opgaan van het RKD in het Rijksmuseum wordt verstaan „dan wil ik niet verhelen dat dat iets te eenvoudig gedacht is”, zegt Ekkart.

Het RKD verzamelt en ontsluit sinds 1932 beeld- en ander archiefmateriaal over kunst en kunstenaars. Dat werk laat zich volgens Ekkart niet zo maar verenigen met het werk van een museum. „Ik wijs samenwerking met het Rijks niet af, integendeel, ik juich die toe. Maar het mag niet ten koste gaan van onze samenwerking met andere musea en instituten. Mijn geloofsbelijdenis is dat we juist vanuit deze zelfstandige positie dingen kunnen doen.”

Ekkart is sinds 1990 directeur van het RKD. Als hij de bezoeker rondleidt door de vele strekkende kilometers archief – tegenwoordig ondergebracht in hetzelfde gebouw als de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag – is de wordingsgeschiedenis van het bureau af te lezen aan de opbergdoosjes voor systeemkaarten van de verschillende verzamelingen waaruit het RKD is ontstaan.

Ekkart toont de fiches van Cornelis Hofstede de Groot (1863-1930), die bij zijn overlijden aan de staat een omvangrijke documentatie van onder andere zo’n 100.000 foto’s over Noord- en Zuid-Nederlandse kunst in de zeventiende eeuw naliet, onder voorwaarde dat deze liberaal toegankelijk zou zijn. Op een andere plek staat de verzameling van kunstkenner Frits Lugt (1884-1970), eveneens al vóór 1932 verworven, die onder andere 100.000 reproducties en 22.000 veilingcatalogi omvat.

De gigantische gegevensverzameling die het RKD vormt – ten aanzien van het uiterlijk van kunstwerken, hun opduiken op veilingen of in sommige gevallen hun bestaan – is sinds de jaren dertig gestaag gegroeid, door verwerving van privéverzamelingen, maar ook die van instellingen. In de naoorlogse jaren schonk Wilhelm Martin, directeur van het Mauritshuis in Den Haag, zijn omvangrijke documentatie over schilderkunst in de negentiende- en zeventiende eeuw. Het Haags Gemeentemuseum, dat zijn omvangrijke collectie werken van Mondriaan vooral aan een legaat van verzamelaar Sal Slijper dankt, bracht diens archief in het RKD onder, met onder andere bijna tweehonderd brieven tussen hem en de kunstenaar.

De verzameling blijft stormachtig groeien, zegt Ekkart. Bijvoorbeeld met de beeldcollecties van de kunsthistorische afdelingen van universiteiten, die deze door gebrek aan middelen kwijt willen. Of het relatief recente, in samenwerking met onder andere Premsela en het NAi ontwikkelde beleid voor het verzamelen en veiligstellen van ontwerpers- en bedrijfsarchieven uit de Nederlandse designwereld.

De collectie Beelddocumentatie van het RKD is zo de grootste verzameling kunsthistorisch beeldmateriaal ter wereld geworden. Zij bevat meer dan zes miljoen foto’s, reproducties en dia’s van schilderijen, tekeningen, beeldhouwwerk, grafiek en vormgeving. De collectie beelddocumentatie groeit jaarlijks met meer dan 50.000 afbeeldingen. De collectie Technische documentatie bevat de resultaten van technisch onderzoek naar schilderijen, zoals infraroodreflectografie, röntgenonderzoek, analyse van verfmonsters, enzovoort, én een uitgebreide documentatie over de restauratie van kunstwerken. De collectie Persdocumentatie bevat ruim twee miljoen krantenknipsels en klein drukwerk met betrekking tot vrijwel alles wat zich binnen de kunstwereld afspeelt of heeft afgespeeld.

En dan is er nog de collectie Archivalia – ongeveer een strekkende kilometer archieven over kunstenaars, kunstenaarsverenigingen, kunsthistorici, kunstcritici, galeriehouders, kunsthandelaren, verzamelaars, restauratoren en anderen, die op enigerlei wijze actief zijn geweest op het gebied van de beeldende kunst en vormgeving.

En het RKD bezit ook nog de grootste kunsthistorische bibliotheek van Nederland, met ongeveer 450.000 titels, uiteenlopend van monografieën, vroege edities en zeldzame boeken tot algemene literatuur over kunst. De collectie veilingcatalogi behoort met zo’n 150.000 exemplaren tot de belangrijkste in de wereld. Jaarlijks groeit de bibliotheek met 5.000 titels.

Ekkart vreest dat een eventueel opgaan van het RKB in het Rijksmuseum – overigens een gedachte die al sinds 1932 met enige regelmaat opduikt – de collectievorming niet ten goede zal komen. Het is nu eenmaal iets anders om bescheiden af te staan aan een archiefinstelling, dan aan een museum. „Onze hoofdtaak, de ontsluiting van verzamelingen en gegevens, vertegenwoordigt een ander belang en is niet zelden met een vertrouwensrelatie verbonden”, meent de RKD-directeur. „Wij moeten juist openstaan voor meerdere musea en instellingen en kunnen, denk ik, ook niet zonder meer weg uit Den Haag.”

Hetzelfde bezwaar doet zich voor ten aanzien van de geloofwaardigheid van het RKD als mondiale vraagbaak voor musea, veilinghuizen en andere belangstellenden. De mogelijkheid om in het RKB de eigendomsgeschiedenis van een schilderij te volgen, of zich een beeld te vormen van de staat waarin het voor een restauratie verkeerde, of het te vergelijken met ander, soms uit het zicht verdwenen werk van dezelfde kunstenaar kan – bijvoorbeeld voor commerciële partijen in de kunstwereld zoals veilinghuizen en handelaren – van groot belang zijn. „Certificaten van echtheid geven wij echter niet af”, glimlacht Ekkart, „hoogstens een beredeneerde mening.”

„Ik stel dus voor dat het RKB en het Rijksmuseum eerst inhoudelijk overleggen, dan zien we daarna in welke vorm de samenwerking gegoten kan worden.” Het steekt de RKD-directeur in dit verband wel enigszins dat, waar de staatssecretaris het Rijksmuseum vrijwaart van bezuinigingen op het wetenschappelijk werk, het RKD – net als andere rijksinstellingen sinds 1995 ondergebracht in een zelfstandige stichting terwijl de collecties aan de staat toebehoren – door een bezuiniging van 10 procent wordt getroffen. „Ik heb nu 57 formatieplaatsen en door gebruik te maken van allerlei regelingen lopen hier nu ongeveer 120 mensen rond”, zegt Ekkart. Hoe de bezuinigingen inhoud moeten krijgen, is nog onderwerp van beraad.