'Waarom zoekt iemand informatie over mij?'

Gastdocenten van Stichting Wolf gaan langs scholen om voorlichting te geven over internet. Ze zoeken het debat over privacy, hacken en cyberpesten. „Confrontatie werkt het best.”

De fotograaf zorgt voor onrust in VMBO-klas 1A van de middelbare school X11 (‘ikzelf’) in Utrecht. „Ik wil niet in de krant!”, gilt er een. „Gauw de naambordjes verwisselen!” Papiertjes met namen vliegen door de klas. Maatschappijleerdocent Michiel Lucassen maant de kinderen tot stilte. „Omdat jullie kinderen zijn, komen de foto’s niet in de krant zonder jullie toestemming”, legt hij uit. „Er komt niets in de krant wat jullie niet willen.”

Vandaag is gastdocent Malou Stoffels (27) op bezoek van stichting Wolf voor het project ‘Bewust online’ (zie kader). In vier lessen bespreekt ze onderwerpen als privacy, hacken, loverboys en cyberpesten. „De vorige keer kwamen we erachter dat er best veel informatie van jullie online staat”, zegt Stoffels. Er wordt gegiecheld, sommigen schuifelen op hun stoel. „Niet weer foto’s laten zien hè!”, roept een jongen zenuwachtig. De vorige les had Stoffels informatie van en over de leerlingen opgezocht op internet. Foto’s, twitterberichten, reacties op blogs, e-mailadressen en telefoonnummers: alle persoonlijke informatie werd op de beamer geprojecteerd.

Het had grote indruk gemaakt op de kinderen. Ze wisten wel dat informatie op internet ook voor anderen zichtbaar is, maar nu een wildvreemde docent hun daarmee confronteerde, voelde het toch anders.

Het Hyves-account is bij alle leerlingen alleen toegankelijk voor ‘vrienden’ – de standaardinstelling voor kinderen onder de zestien. Bij Facebook is dat niet zo, bij sommige leerlingen was het account ook voor vreemden zichtbaar. Twitterberichten zijn bij alle leerlingen openbaar. En daarom kon de afgelopen keer de hele klas lezen hoe een meisje een klasgenoot in grove taal had uitgescholden op Twitter. Ze had een vuurrood gezicht gekregen. Het was niet de bedoeling dat iedereen dit te zien kreeg, had ze gestameld. Laat staan een docent.

„Vorige week vroeg een van jullie: Waarom zou iemand informatie over mij zoeken, als hij mij helemaal niet kent?”, zegt Stoffels. „Meestal is het niet erg als je persoonlijke dingen online zet. Maar sommige mensen hebben kwade bedoelingen.” Dat kan op verschillende dingen gaan, legt ze uit: fraudeurs, hackers en kinderlokkers. Of pesten online, door bijvoorbeeld foto’s te bewerken of anti-Hyves op te richten.

Ze laat een plaatje zien van een e-mailbericht: ‘U bent een geselecteerde bezoeker, dit is geen grapje!’ De mail belooft een iMac, iPhone of iPad als eerst een aantal gegevens worden ingevuld. De leerlingen knikken. Bijna iedereen heeft deze mail wel eens gezien. „Dat is gewoon lulkoek”, zegt een meisje beslist. „Dan moet je sms’en en krijg je een sms’je terug waar je weer op moet antwoorden, en ga zo maar door. Voor je het weet ben je tien euro kwijt. Je wint nooit wat.” Wat kan je er tegen doen? Het meisje haalt haar schouders op. „Weggooien?”

Jongeren weten vaak beter dan volwassenen hun weg op internet, maar ze kunnen de consequenties van hun handelen niet altijd overzien. Daarom zoeken scholen naar manieren om daar in hun onderwijs aandacht aan te besteden. „Het probleem is dat leerlingen bij lessen over moderne media niet zo snel iets aannemen van docenten ouder dan dertig jaar”, zegt Lucassen. „Ze zien het als hun eigen wereld, waar ouderen niets mee te maken hebben.”

Stichting Wolf werkt om die reden alleen met docenten onder de dertig. „Wij zijn de eerste generatie die echt is opgegroeid met internet en de dilemma’s begrijpen” zegt Stoffels. „Daarom kunnen wij makkelijker een brug slaan.” Voor de kinderen van nu is internet als een verlenging van hun eigen lichaam.

Hun leven speelt zich voor een groot deel af online. Ruzies op het schoolplein worden ook op internet uitgevochten. Een school moet zich daar van bewust zijn.”

Het idee van de lessen is vooral om de jongeren aan het denken te zetten en een gesprek aan te gaan. „Niet gaan uitleggen hoe het allemaal zit. Dan luisteren ze toch niet.” Het belangrijkste is om aan te sluiten bij de belevingswereld van de jongeren, denkt ze. „De vorige les had echt een shockeffect. Confrontatie werkt het best.”

Of dat deze week ook gaat gebeuren, is niet helemaal duidelijk. Onderwerpen als hacken en internetoplichting blijken te abstract voor de VMBO’ers. Vreemden die je benaderen op internet en cyberpesten spreken meer tot de verbeelding. Maar ook dan blijkt reflectie niet makkelijk, zo blijkt tijdens een opdracht. De leerlingen moeten doen alsof ze advies geven namens Hyves. De casus: een jongen wordt gepest op Hyves. Zijn klasgenoten hebben een anti-Hyve opgezet waarop hij wordt uitgescholden voor vuilniszak en dikzak.

Wat moet hij doen? „Minder eten!”, roept een leerling. De rest van de klas barst in lachen uit. „Even rustig”, zegt Stoffels. „Dit soort dingen gebeuren echt en dat is heel zielig.” Het wordt even stil. „Naar de directrice gaan?”, oppert een ander. „De ‘Dit-is-niet-OK’-knop aanklikken”, zegt weer een ander. „Hij moet mij inhuren om degene die die Hyve is begonnen in elkaar te laten slaan”, roept een jongen strijdlustig. „Kijken wat die dan zegt!”