Terechte draai om de oren voor premier Rutte?

In het hoofdredactioneel commentaar van 18 juni wordt de minister-president om de oren geslagen naar aanleiding van zijn opmerkingen dat hij zelf „niets heeft met Griekenland”. De commentator wijst hem op de totaal andere houding ten opzichte van het buitenland. Die bleek uit de verklaring van zijn partijgenoot en toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Van der Klaauw, gemaakt in 1980 met betrekking tot de toetreding van Griekenland. Hij sprak van een „principiële keuze voor een open gemeenschap, waarin ook plaats is voor landen met een ander niveau van economische ontwikkeling en met eigen karakteristieke trekken ten aanzien van maatschappelijke, administratieve, politieke en godsdienstige structuur”.

De vraag rijst of Van der Klaauw daarmee bedoelde dat het voor de leden van de gemeenschap geoorloofd moest zijn om zijn medeleden tegemoet te treden met list en bedrog en met het ten eigen bate in gevaar brengen van andermans economie en welvaart.

Wat wil Nederland eigenlijk zijn in de EU en de NAVO, vraagt de commentator zich verder af: „Een bescheiden, een actieve, een wispelturige, een introverte of een egocentrische bondgenoot?”

Het Nederlandse antwoord hierop mag kort zijn, mijns inziens – een betrouwbare bondgenoot, die zich houdt aan gemaakte afspraken en dat ook verlangt van zijn medepartijen.

Ted Sprenger

Hilversum