Slim zijn heeft veel voordelen

Erik van den Boom slaagde voor het gymnasium. Hij herkanst vandaag, voor een hoger cijfer. „Ik heb het brein van een 18-jarige en het lichaam van een 13-jarige.”

Toen Erik van den Boom vijf maanden was, sprak hij al in korte zinnen. Met tweeënhalf las hij zijn eerste woordjes. Vorige week behaalde de 13-jarige scholier uit Schiedam zijn gymnasiumdiploma. Op de vraag of hij zichzelf slim vindt, begint hij aanstekelijk te lachen. „Ik ga natuurlijk niet zeggen dat ik dom ben, dat zou een beetje raar zijn.”

Vandaag doet Erik herexamen natuurkunde. Niet omdat hij een zeven te min vindt – anders had hij wel herexamen in Latijn gedaan. „Voor Latijn haalde ik een zes. Het was logischer geweest als ik daar nog eens voor was gaan zitten. Maar in september ga ik natuurkunde studeren aan de TU in Delft. Dan is een acht een mooie binnenkomer.”

Sinds Erik dit voorjaar zijn visie op de quantummechanica gaf in het tv-programma De wereld draait door, geldt hij als een wonderkind met een hoge aaibaarheidsfactor. „Een van de slimste kinderen ter wereld”, noemde Robbert Dijkgraaf van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen hem. Dj Armin van Buuren kwalificeerde Eriks zelfgemaakte dancetrack Dolphins als „indrukwekkend”. En Nobelprijswinnaar Martinus Veltman nodigde hem uit voor een gesprek. „Denken is belangrijker dan leren”, gaf hij Erik als advies mee.

Ga je niet naast je schoenen lopen van al die aandacht?

„Nee. Ik realiseer me goed hoe uniek het is wat er met mij gebeurt. Al die bekendheden met hun complimenten... ik word er stil van.”

Je wekt hoge verwachtingen. Legt dat geen druk op je?

„Hoge verwachtingen kunnen irritant zijn. Zo snappen mensen vaak niet waarom ik niet met allemaal tienen ben geslaagd. Eén acht, vijf zevens en een zes lijkt niet veel, maar ik heb wel vier klassen op het gymnasium overgeslagen hè.”

Slim zijn heeft niet alleen voordelen.

„Nee, maar wel veel voordelen: je krijgt respect en bent lekker snel klaar met je lesstof. Ook de aandacht is natuurlijk niet verkeerd. Van die hoge verwachtingen lig ik trouwens niet wakker. De meeste mensen bedoelen het goed.”

’s Nachts pieker je waarschijnlijk over de quantumtheorie.

„Ja. Of ik verzin melodietjes.”

Alle vooroordelen over hoogbegaafden gaan aan jou voorbij?

„U bedoelt dat ze nerds zijn? Op internet wordt dat soort dingen wel eens over mij geschreven, door mensen die mij niet kennen. En ik geef toe dat ik mij dat aantrek. Het liefst zou ik op ze af willen stappen: zo ben ik niet!”

Zijn klasgenoten jaloers op de aandacht die je krijgt?

„Soms krijg ik wel eens die indruk. Maar om nou te zeggen dat ik daar last van heb... nee.”

Zijn moeder – jurist van beroep – vertelt dat zij en haar man Erik altijd hebben gewaarschuwd dat hij niet door iedereen begrepen zou worden. Mensen zullen je uitproberen, zei ze, je zult een middenweg moeten vinden tussen jezelf zijn en je aanpassen.

Kon de school goed inspelen op je snelle ontwikkeling?

„Ik kreeg geen speciale begeleiding. Maar ze stemden er wel mee in toen mijn ouders vroegen of ik van de brugklas naar de derde mocht overstappen. En halverwege de derde klas naar de vierde. Mijn ouders merkten dat ik ongelukkig was in de brugklas. Ik kon niet leven met het idee dat ik mij zes jaar moest vervelen.”

Volgens zijn moeder was Erik in de brugklas depressief. Hij huilde veel en voelde zich onbegrepen.

Je klasgenoten waren in sociaal opzicht een stuk verder. Leverde dat geen problemen op?

„Als je tussen achttien- en negentienjarigen in de klas zit, leer je jezelf goed uitdrukken. Ze noemden me ‘Erikje’, maar ik hoorde er wel bij. In de pauzes ging ik vaak naar mijn leeftijdgenoten. Daardoor voerde ik heel afwisselende gesprekken. Je zou kunnen zeggen dat ik het brein van een achttienjarige heb en het lichaam van een dertienjarige. Het voelt een beetje als twee persoonlijkheden.”

Je schoolbegeleider zegt dat ze liever had gezien dat je er een jaar langer over had gedaan. ‘Dan had hij kunnen slagen met allemaal achten.’

Erik fronst zijn wenkbrauwen. „Ik denk dat ik nóg minder motivatie had gehad. Mijn cijfers waren waarschijnlijk lager geweest. Misschien had ik zelfs wel een onvoldoende gehaald. De lesstof wordt nogal saai gepresenteerd.”

Was een school voor hoogbegaafden niets voor jou geweest?

„Ik heb het er wel met mijn ouders over gehad. Maar op dat soort scholen draait het te veel om de intelligentie en het anders-zijn. Mijn ouders wilden mij juist leren om met iedereen om te gaan. Daarom heb ik op de basisschool ook ‘maar’ één klas overgeslagen.”

Middelbare scholieren vieren hun diploma meestal met een biertje. Geldt dat ook voor jou?

„Ik drink geen alcohol, maar ik heb wel een paar eindexamenfeestjes bezocht. Soms bracht een oudere klasgenoot mij thuis. Als ik om één uur thuis moest zijn, zorgden zij ervoor dat ik ook echt om die tijd thuis was.”