Populisme kaapt de discussie over Europees Hof voor Rechten van de Mens

Het zijn „politici in toga”, vindt de VVD. Maar CDA’er Omtzigt staat pal voor het Europese mensenrechtenhof. Wie beschermt de burger anders tegen de Staat?

Hij ondervroeg Russische klokkenluiders in de boezem van het Russische parlement. „Alle Russen liepen quasinonchalant uit de Doema weg, maar toch moesten zij ons werk toestaan.” Hij begon een onderzoek naar seksueel misbruik in kerkinstellingen, deed met collega’s onderzoek naar geheime gevangenissen in Polen en Roemenië. Pieter Omtzigt, Kamerlid voor het CDA, is al bijna zeven jaar lid van de parlementaire assemblee van de Raad van Europa. Die benoemt de rechters bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg en onderzoekt of staten die het Europees mensenrechtenverdrag (EVRM) hebben getekend, zich eraan houden.

Verdrag en Hof werden jarenlang als een onbetwiste zegen beschouwd. Communis opinio was dat het verdrag de gemeenschappelijke grondrechten van de EU waarborgt, en zo bijdraagt aan een stabiele unie. Door het verdrag weten Nederlanders zich beschermd tegen schending van fundamentele rechten door de Staat. Het recht op leven, of op een eerlijk proces, staat bijvoorbeeld niet in de Nederlandse Grondwet, wel in het verdrag. Andere fundamentele rechten die wel in de Grondwet staan, kan een burger alleen via het Hof afdwingen, omdat de Nederlandse rechter wetten niet aan de Grondwet mag toetsen.

Die houding is het afgelopen jaar veranderd. In Nederland stellen sommige publicisten en politici de legitimiteit van het Hof ter discussie. Onder de kritische politici spelen VVD’ers een prominente rol. Zo schreef minister Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) dat „het Hof niet zijn eigen gezag moet verzwakken door uitspraken te doen over zaken die slechts op perifere wijze verband houden met mensenrechten”.

VVD-fractievoorzitter Stef Blok vindt dat de rechters ervan „te vaak politici in toga” zijn geworden. „Door zich steeds meer te mengen in democratisch gelegitimeerde politieke besluiten van de lidstaten, dreigt het Hof zijn geloofwaardigheid en draagvlak te verliezen.” Het moest „aan banden” worden gelegd. Volgens Blok beperkt het Hof de mogelijkheden van Nederland om de sociale zekerheid en het immigratiestelsel te hervormen. Zo stelde het Hof dat de omstandigheden voor asielzoekers in Griekenland zo slecht zijn, dat Nederland ze daar niet naar terug mag sturen. In een zaak tegen Frankrijk besloot het Hof dat een burger die niet de Franse nationaliteit had, en die volgens Blok „nooit had bijgedragen aan de sociale zekerheid”, recht had op een uitkering.

In tegenstelling tot zijn coalitiegenoten verdedigt CDA’er Omtzigt het Hof onvoorwaardelijk: „Het verdrag biedt burgers in heel Europa, dus ook Nederlanders die buiten de landsgrenzen wonen, bescherming tegen de Staat. Die is historisch gezien de grootste schender van mensenrechten. Het Hof is zeer effectief. Ik ben er heel blij mee.”

Er is de laatste tijd veel discussie over verdrag en Hof. Wat vindt u daarvan?

„Heel goed. Het Verdrag heeft tot op zekere hoogte meer invloed dan de Grondwet. Dat je discussieert over de uitvoering is dus eigenlijk heel gezond. Zeker omdat het verdrag niet makkelijk is aan te passen, zoals bij nationale wetgeving wel kan.

„Ik vind ook dat het Hof zich in een enkele uitspraak te veel mengt in de beleidsvrijheid van landen. Maar het beeld dat het dagelijks zijn boekje de buiten gaat, is feitelijk onjuist. Zo wordt weer een discussie door populisme gekaapt. En dat is kwalijk, als je als politicus vindt dat je voor de mensenrechten moet staan.

„Wat in Nederland wel vaker gebeurt, zie je hier ook: heel lang vonden we helemaal niets en was alles goed. Je praatte niet over wat je van uitspraken van het Hof vond. Dat is onzin. Het is een Hof dat grondrechten toetst. Dan moet je ook kunnen discussiëren over wat die grondrechten zijn. Maar dat we nu ineens geheel naar de andere kant hellen, is een héél merkwaardige beweging.”

Volgens sommige politici zorgt het Hof voor een onaanvaardbare beperking van de politieke vrijheid.

„Dat moet je met een korreltje zout nemen. Men doet alsof er aan de lopende band dingen misgaan bij het Hof. Dat is niet zo. Ik heb nog weinig overtuigende casussen gezien die dat soort grote woorden rechtvaardigen. En uitspraken van het Hof tegen Nederland die die kritiek rechtvaardigen, ken ik helemaal niet.”

Er wordt gesproken over politici in toga. Of dat het Hof zijn eigen gezag aantast. Is er iets fundamenteels mis?

„Nee. Als je stellig zegt dat het Hof politiek bedrijft, dan moet je echt met goede voorbeelden komen. Ik hou het graag bij de feiten. Wat ik een veel groter probleem bij het Hof vind, is dat bij ernstige schendingen van het recht mensen zo lang moeten wachten op een uitspraak.

„Het belangrijkste probleem van het Hof is dat ze hun wachtlijst moeten terugdringen [er liggen 140.000 zaken]. De Tsjetsjeen wiens huis is weggeschoten, de Turk die terechtstaat omdat hij de staat heeft beledigd, de Turkse christen wiens klooster wordt onteigend. Voor hen is tijdige uitspraak ontzettend belangrijk. Zij kunnen alleen in Straatsburg hun recht halen.”

Het zijn VVD-coalitiegenoten die zich ontpoppen tot de grootste critici.

„Ik laat hun opmerkingen voor hen. Het Hof is een hoeder van de mensenrechten, in delen van Europa waar die ernstig bedreigd worden. Het doet daar redelijk effectief werk. Ik hoop dat liberalen hun mooie traditie van het hoeden van mensenrechten voortzetten. Ze hebben een naam hoog te houden.”

Kan u zich voorstellen dat Nederland het EVRM ooit gedag zegt?

„Voor mij is dat absoluut ondenkbaar. Die gedachte begrijp ik niet. Zelfs de Turkse generaals zijn nooit uit het EVRM gestapt. Dat deed alleen het Griekse kolonelsregime. We moeten er heel trots op zijn dat we dit na de Tweede Wereldoorlog, de donkerste periode in onze geschiedenis, met zijn allen hebben weten af te dwingen. Met zo’n verworvenheid moet je zeer zorgvuldig omgaan.”