Oplossing van politieke puzzel geen bankenzaak

Met het papier van alle rapporten, adviezen en Kamerdebatten over de hervorming van de woningmarkt kun je een Vinex-wijk plaveien.

Papier is geduldig, maar is de woningmarkt een dringend probleem? En zo ja, voor wie?

Een dringend probleem is pas een dringend probleem als het wordt aangepakt. Volgens die definitie is de woningmarkt hooguit een laagdrempelig struikelblok.

Twee cijfers uit het meest recente economische spoorboekje, de Macro Economische Verkenning van het Centraal Planbureau (CPB) zeggen alles. Waarde van het eigen woningbezit: 1286 miljard euro. Woningschuld: 602 miljard.

Anders gezegd: bij een prijsdaling met 50 procent op de huizenmarkt (nu gaat het om een procent of 5) is de woningwaarde nog 100 procent van de schuld. Natuurlijk, dat is een abstract cijfer van de hele economie, een individu kan dan al kopje onder zijn gegaan.

De laatste maanden zijn onder invloed van consumentenwaakhond AFM de normen voor het verstrekken van woningfinancieringen verscherpt. De AFM is vooral bang voor de populaire aflossingsvrije hypotheek. Waarom? Wie 30 jaar geleden met zo’n hypotheek een huis kocht, is nu de koning te rijk. Het huis is in waarde gestegen, de schuld bleef gelijk. Waarom dat de huidige generaties misgunnen?

Het kabinet wil op de huurmarkt de doorstroming stimuleren door sociale huurwoningen financieel onaantrekkelijker te maken voor stijgende inkomens. Maar het kabinet heeft aantasting van de rente-aftrek voor huizenkopers taboe verklaard.

Anderen trekken zich daar niets van aan. De Rabo, de grootste bank op de koopwoningmarkt, lanceerde vorige week een plan voor een verplichte hypotheekvorm voor startende huizenkopers: de annuïteit. De essentie van zo’n lening is dat de huizenkoper meteen begint met aflossen, eerst weinig, later meer. Gevolg: het bedrag daalt waarover de huiseigenaar rente betaalt en rente aftrekt. De huidige aftrek blijft in het Rabo-plan in stand als zekerheid voor kopers.

Collega Maarten Schinkel noemde dat hier gisteren een slimme manier voor het sluipend beperken van de hypotheekrenteaftrek.

Maar wie zit daar op te wachten?

Eigenlijk maar één man: minister van Financiën Jan Kees de Jager. De hypotheekrente-aftrek is een subsidie die de schatkist zo’n 12 miljard euro per jaar kost. Voor wie bezuinigen wil, is dit de eerste oplossing. Maar als de meest belanghebbende om politiek-economische redenen (angst voor kiezersverlies; angst voor intensivering crisis op de woningbouwmarkt) er niet aan wil, is er dan wel een dringend probleem?

Dat is praktische politiek. Principiëler is de vraag of private partijen in het leven zijn geroepen om een politiek-maatschappelijk vraagstuk op te lossen.

Niet dus.

Het plan van de Rabobank moet uitmonden in een nationaal akkoord. Dat kan ik niet anders lezen dan als oproep tot verboden kartelvorming in de financiële sector, waarna elke starter de keuze heeft uit één verplichte hypotheekvorm. Moet het kabinet het kartel sanctioneren met een muilkorf voor concurrentiewaakhond NMa? En dan laat ik buitenlandse financiers en de wakers in Brussel voor het gemak buiten beschouwing.

Het Rabo-plan illustreert een hardnekkige Nederlandse reflex: de verknoping van publieke en private belangen waar juist een ordelijke scheiding het beste is. Zie de naderende verkaveling van de ziekenhuisordening door particuliere zorgverzekeraars. Dus: stadsdelen redden geen muziekcentra, lagere overheden redden geen voetbalclubs en particuliere pensioenfondsen redden geen landen.

MENNO TAMMINGA