Op expeditie

Twee mannen, dertigers en collega’s van elkaar, kwamen mij in Utrecht ongevraagd vergezellen op mijn treinreis naar Horst aan de Maas. Zij konden het goed met elkaar vinden, wat me toch weer een beetje hoopvol stemde nadat ik vanaf Amsterdam in mijn ochtendblad hoofdzakelijk over intensief misbruik van dieren, kinderen en de euro had gelezen.

Zij hadden zich kennelijk voorgenomen in de trein verder te werken, want op het tafeltje voor zich hielden ze hun laptop opengeklapt. Af en toe bogen ze zich over het toetsenbord, maar erg lang hielden ze het nooit vol. Dan zei de een: „Ik kan merken dat ik vanmorgen slecht heb ontbeten.” Of vroeg de ander: „Moet jij ’s morgens voor jullie kindje zorgen?” Zoals ze daar zaten en praatten was het net of ze een imitatie gaven van het kantoorleven waar ze aan gewend waren: beetje kletsen, beetje dromen, beetje werken. De geborgenheid van hun kantoor zetten ze voort in de trein. Alleen de koffieautomaat ontbrak.

In Eindhoven moesten we woordeloos afscheid nemen en stapte ik over op de trein naar Horst aan de Maas, een Noord-Limburgs dorp dat vroeger alleen ‘Horst’ heette, maar zich nu, verenigd met andere dorpen, tot de Maas uitstrekt. Wat ik daar te zoeken had? Ik durf het nauwelijks te schrijven.

Schoenen. Ja. Wandelschoenen nog wel. Zijn die dan in Amsterdam niet meer te krijgen? Diplomatiek uitgedrukt: niet altijd de goede.

Ik heb hier eerder de kleine catastrofe beschreven die mij overkwam met schoenen die de tred van naakte Masaï in het rulle Afrikaanse zand moesten nabootsen. Ook naakt kwam ik er niet mee uit de voeten. Het was een dure misrekening, maar het leverde wel een waardevolle tip op van een lezeres met een medelijdend hart. In Horst zou een winkel zijn waar je voeten eerst uitgebreid werden getest door deskundig personeel.

Mijn trein zette me bijna voor de deur van de winkel af. Afgezien van de winkel, die het Loopcentrum bleek te heten, en een grote vestiging van de Rabobank was er verder niets te zien dan velden en wegen. Horst lag drie kilometer verderop. Je zou hier eerder een centrum voor landbouwwerktuigen verwachten, maar wat kon het schelen?

In de winkel was het op deze doordeweekse dag nogal stil. Op drukke dagen kunnen de wachttijden tot een uur oplopen, vertelde een verkoopster, want er komen kopers uit het hele land. In een folder las ik dat deze winkel ook de grootste collectie sportbeha’s van Nederland heeft – als ik ook eens een tip aan mijn lezeressen mag geven.

De verkoopster zat achter een tafel met het opschrift ‘Analyse Station nr 5’ en ze handelde daarnaar: eerst maakte ze een digitale analyse van mijn voeten met een doorzichtig schaaltje waar ik op moest staan. „Nogal doorgezakte voeten”, zei ze, maar dat wist ik al meer dan vijftig jaar. Daarna maakte ze een filmpje van me terwijl ik liep. Mijn schoenmakers zeggen vaak dat ik mijn schoenen wel erg aan één kant afslijt, maar deze verkoopster maakte er geen probleem van: „Dat doen zoveel mensen.”

Gedecideerd liet ze me drie paar wandelschoenen aantrekken, waarvan ze er één in het bijzonder aanried. Sommige verkopers hebben een natuurlijk overwicht, je durft ze nauwelijks tegen te spreken. Ik liep tevreden een paar rondjes, rekende af en vertrok. Toen moest ik weer twee uur terug naar Amsterdam. Een belachelijke expeditie? Ik houd (mijn) voet bij dit stukje en zeg: het was het waard.