Ode aan intergalactisch vakantiehuis

De Futuro (1968) van de Finse architect Matti Suuronen baarde wereldwijd opzien. Maar het futuristische vakantiehuisje stierf een zachte dood. Nu staat het vooral te verpieteren naast Amerikaanse winkelcentra.

Optimisme. Dat straalt de expositie Futuro – Constructing Utopia in Museum Boijmans Van Beuningen uit. Maar het is wel een bijzonder optimisme: heerlijk onbevangen en heel gedateerd tegelijk. Met campingserviezen en futuristische eierdopjes roept de tentoonstelling een tijd in herinnering dat de wereld nog mooi en maakbaar leek.

Design deed in die dagen aan gemak – niet aan maatschappijkritiek. Centraal in de expositie staat de Futuro, een ufovormig vakantiehuisje uit 1968 van de Finse architect Matti Suuronen.

Dat huisje baarde altijd opzien in skigebieden en winkelcentra. Huisvrouwen keken kritisch (waar is de kastruimte?), huisvaders keken met heel andere ogen. Die kregen James Bond-achtige fantasieën bij het kijken naar de sexy loungebanken.

Relatief eenzaam (naast Vivid en wat kleine initiatieven) poogt Boijmans de naam van Rotterdam als designstad hoog te houden. Voor zijn vormgevingscollectie kocht het museum het prototype van de Futuro: een lichtblauwe ufo met bordeauxrood tapijt dat stemmig overloopt in een paars polyester plafond. Gemaakt van prefab onderdelen lost het de aloude Bauhausbelofte in om design te prefabriceren.

Luxe betekende in de jaren zestig en zeventig welvaart en vooruitgang. Dat gold in het naoorlogse Finland van Suuronen en de rest van de westerse wereld. Mensen kochten een auto en kregen vakantiedagen. De consumptiemaatschappij en technologische vooruitgang lieten zien dat het goed ging. Lichtgewicht plastics uit de ruimtevaart raakten geliefd in de keuken – zelfs eierdopjes zagen eruit alsof ze intergalactische reizen konden maken.

De gladde Futuro was minstens zo groovy. Praktisch was het niet; uit dat bordeauxrode tapijt kreeg je nooit meer een groentehapje uitgekrabd. Maar wat was hij cool! Andy Warhol wilde ermee op de foto, de koninklijke familie van Koeweit ook. Christo pakte hem in. Promotiedames in babydolls liepen er rond en Playboy schoot er een sexy fotoserie. Vijftig landen kochten licenties. Intussen werden de plannen fantastischer: skivalleien vol ufo’s, flatgebouwen waar je ze in kon klikken als een soort intergalactische parkeerplaats.

In Boijmans wordt de Futuro niet langer omringd door caravans maar door door kunst, die terug gaat tot 1300, in een cirkelvormige expositie. Al in de Middeleeuwen gold de cirkel als goddelijk symbool.

De ontdekkingsreizen brachten nautilusschelpen waarin ambachtslieden de gulden snede ontdekten – een bewijs van Gods geometrie in de natuur. Ze maakten er prachtige bokalen van.

Dürer construeerde een ellips uit een cirkel, om de kosmische harmonie te eren, en als reactie op de weelderige kunst van de decadente geestelijkheid. Zijn tekening Melencolia uit 1514, in Boijmans slechts te zien op een monitor, toont hoe de mens via wetenschap werd geconfronteerd met de vergankelijkheid van het bestaan.

Het mocht de pret niet drukken. En zo volgden er pronkkabinetten met wiskundige inlegwerken, Empire serviezen met parelrandjes, bolvazen van Copier. Vooral in Nederland was de klare lijn belangrijk. Deze strakke eenvoud sloot weer aan bij moderne vormgeving die machinaler en lichter moest worden. Zo ontstond de Futuro.

Niet al deze parallellen zitten in de expositie in Boijmans. Maar ze belicht wel het ‘politieke luchtje’ dat indertijd aan moderne vormgeving zat. De koude oorlog was overal. Toen de Futuro in 1969 zou worden vertoond in de Verenigde Staten, kopte de New York Times „Vliegende schotel landt op aarde, Apollo landt op de maan”. Ha, ook met vakantiehuisjes waren de Amerikanen de Russen te snel af. Er ontstond zelfs een wedloop in het uitvinden van de compacte keuken, die óók in de Futuro zit.

In de jaren tachtig en negentig sneuvelden utopieën, en aan de Koude Oorlog kwam een eind. De Futuro raakte aan lager wal, net als het Evoluon in Eindhoven en het Atomium in Brussel. Er zouden duizend exemplaren van het futuristische vakantiehuisje worden gemaakt, het werden er uiteindelijk slechts honderd. Daarvan zijn er vandaag de dag nog zestig over – en die staan meestal te verpieteren naast Amerikaanse ‘antique malls’.

Sommigen, onder wie een van de eerste kopers, wijten dat aan de marketingafdeling. Als iedereen zo’n luxe ding kan bepotelen in het winkelcentrum, is dat dodelijk voor de exclusiviteit.

Anderen geven de Vietnamoorlog de schuld. Bij een grootse lancering stonden het promotieteam en de ufo-stewardess vergeefs te wachten op de helikopter. Die bleek te zijn gevorderd wegens de oorlog. De oliecrisis was de doodsklap voor de Futuro.

En toch, wie de expositie in Boijmans bekijkt, krijgt het gevoel dat dat niet alles is. De Futuro stamt simpelweg uit een tijd die zou verdwijnen. Het wederopbouwgeloof in technologie sloeg eind jaren zestig om in een angst voor technocratie. Met sapcentrifuges de wereld verbeteren? Get real!.

De Futuro kon simpelweg niet meer. Marketeers pruttelden nog dat de orkaanbestendige Futuro prima in rampgebieden paste. Maar met helikopters luxe vakantiehuisjes overvliegen naar de Derde Wereld? Nou nee. En zo stierf de Futuro, samen met de lavalamp en de zitkuil, een zachte dood.

Anno 2011 zie je zulke onbevangenheid niet meer. De Futuro is nu een voorbeeld voor de polyester behuizingen van Atelier Van Lieshout, in diens Slave City waar mensen worden opgegeten.

De utopie is voorbij. Maar wie wil, kan hem heel even her beleven door de Futuro in te stappen. Om onder toezicht oog van een suppoost, met verplichte slofjes aan, even op de bankbedden weg te dromen van een fantastische toekomst van ruimtereizen – met martini’s en Bondgirls.

Futuro – Constructing Utopia is tot en met 9 oktober te zien in Museum Boijmans Van Beuningen, Museumpark 18-20, Rotterdam. Dinsdag t/m zondag van 11u tot 17u. Inlichtingen: 010-4419400 of boijmans.nl ****