'Nederland zet veel op spel voor polder'

Officieel heeft hij van Nederland niets gehoord over de Hedwigepolder, zegt de Vlaamse minister-president Kris Peeters. En nu moeten de Nederlanders eerst maar eens hun huiswerk doen, vindt hij.

Kris Peeters, de minister-president van Vlaanderen, wil geen nieuwe mosseloorlog met Nederland, zegt hij in een vraaggesprek in Antwerpen. Maar Nederland wil niet zomaar iets: de Zeeuwse Hedwigepolder drooghouden, anders dan is afgesproken in een verdrag met Vlaanderen.

„De Nederlandse regering zou zich moeten afvragen wat ze op het spel zet. De relatie met Vlaanderen. En ook die met Europa. Niet alleen in dit dossier.”

Officieel weet Kris Peeters nog van niks. Op EU-vergaderingen over landbouw, in Brussel, zei de Nederlandse staatssecretaris Henk Bleker soms tegen hem dat ze „ermee bezig waren”: een alternatief bedenken om de Hedwigepolder droog te houden. Dat had Nederland al vaker geprobeerd, zonder succes.

Maar vorige week vrijdag hoorde Peeters Bleker opeens zeggen, tegenover de media, dat de polder niet onder water zou komen te staan. Peeters belde met premier Mark Rutte. Tegen journalisten zei hij dat Nederland zich aan het verdrag moest houden, „pacta sunt servanda”.

Volgens staatssecretaris Bleker was er steeds overleg met Vlaanderen. Klopt dat?

„Als Bleker en ik elkaar tegenkwamen op EU-vergaderingen over landbouw, zei hij: ‘We werken aan alternatieven’. Maar officieel heb ik er nooit contact over gehad met de staatssecretaris. Ik heb er ook nooit officieel bericht over gekregen.”

Bleker zegt dat hij naar Vlaanderen komt voor overleg. Is er een afspraak?

„Nee, en we moeten zien hoe we dat organiseren. Als de natuurverenigingen het niet zien zitten en de Europese Commissie ook niet, is er niet veel om over te praten.”

Eurocommissaris voor Milieu Janez Potocnik reageerde vorige week scherp. Hij liet weten dat Nederland nog geen overeenstemming heeft met de Europese Commissie. Van elk alternatief moest wetenschappelijk worden bewezen dat het voor de natuur net zoveel opleverde. En er waren al veel alternatieven onderzocht, Nederland moest haast maken.

De commissaris van de koningin in Zeeland, Karla Peijs, zei gisteren dat er nóg een manier is om natuur te sparen: de vaargeul van de Westerschelde laten verzanden. Dan wordt de Antwerpse haven onbereikbaar.

„Het is taal die ik van Karla Peijs niet verwacht. We hebben een verdrag waar heel veel jaren zorgvuldig over is gesproken. En het is door Nederland dat het deel over de natuur is toegevoegd. Daarin waren wij geen vragende partij.”

Wat is dan nu het probleem?

„U zult denken: ‘Vlaanderen, u heeft nu toch uw verdieping van de Westerschelde?’ (Dat was het doel van het verdrag: daardoor kunnen zeeschepen de Antwerpse haven bereiken, red.) Maar er moeten nog vergunningen komen voor onderhoudsbaggerwerken. Als je natuurverenigingen zo voor het blok zet, zullen die daar niet snel akkoord mee gaan. Ook niet met andere, kleinere operaties. Ze voelen zich bekocht. En Vlaanderen heeft al ettelijke tientallen miljoenen uitgegeven voor natuurherstel.”

Wil Vlaanderen nu nog wel een gesprek?

„De Nederlandse regering is altijd welkom. Er is genoeg te bespreken. De sluis in Terneuzen bijvoorbeeld (Vlaanderen wil dat daar een grote zeesluis komt, voor de bereikbaarheid van de haven van Gent, red.) Maar het is essentieel dat Nederland zijn huiswerk eerst zeer goed doet. Er moet een plan zijn dat de Commissie en de natuurverenigingen overtuigt en dan kunnen ze ons komen overtuigen. Niet omgekeerd. ”

U weet van CDA-parlementariër Koppejan die op het laatste moment steun gaf aan de gedoogconstructie met de PVV, maar per se wil dat de Hedwigepolder droog blijft?

„Ik weet dat de Nederlandse regering twee keer gedoogd wordt: door de PVV en de SGP. Ik begrijp zeer goed in welke delicate positie de Nederlandse regering zit. Ik wil het nu ook niet op de spits drijven.”

Volgens Vlaamse media bent u boos?

„Ik ben niet snel boos en ik begrijp dat men met Zeeuwse boeren rekening moet houden. Maar verdragen moeten worden uitgevoerd.”

Vlissingen: kennelijk ligt hier een mindere polder: pagina 7