Luister ik naar muziek, dan voel ik de bas

Na een ongeluk met een quad in Tasmanië wist actrice Hadewych Minis het zeker: ze moest gaan zingen.

Drums, bas, haar krachtige, lage stem. Stoer én mooi.

Zingen – die droom was er altijd al. Maar eigenlijk had actrice Hadewych Minis tot nu toe een te mooie carrière om zich daar honderd procent aan te wijden. Na de toneelacademie in Maastricht meteen aan de slag bij ZT/Hollandia, drie jaar later vast in dienst bij Toneelgroep Amsterdam, en daarnaast grote rollen in films en tv-series; Phileine zegt sorry, Moordwijven, De Kroon.

Ze zong er wel altijd naast, bijvoorbeeld jazz en chansons met cabaretier Mike Bodé, maar echt kiezen wilde ze niet. Tot afgelopen najaar een ongeluk met een quad in Tasmanië bijna fataal afliep; ze belandde tegen een boom – tak in haar neus – met aan weerszijden een diep ravijn. „Toen wist ik: ik moet hier voor gaan voor ik doodga, want je weet maar nooit wanneer dat is.”

Dus besloot ze, in elk geval voor de duur van twee jaar, het acteren op te schorten en zich geheel te storten op de muziek. Haar eigen muziek. In plaats van covers zingt ze, vanaf vrijdag op de Parade, zes zelf geschreven nummers (en één cover), die ze omschrijft als ‘elektro-ponk’. Bas en drums vormen steeds de basis. Minis: „Als ik muziek luister, voel ik altijd meteen de bas; zware, warme klanken, die spreken mij aan. En ik speel ook basgitaar, dus op mijn bas-riffs ben ik nummers gaan schrijven. Daar komen de drums en mijn stem bij; met zo weinig mogelijk middelen wilde ik zo swingend mogelijke nummers maken.”

Maar bassen en zingen tegelijk, dat vormde een beperking. „Als je funky bas speelt, is dat tegen de tel in, om tegelijkertijd dan wel in de maat te zingen is bijna onmogelijk. Maar die beperking maakt mijn geluid wel heel specifiek”, zegt ze. „Omdat ik niet zo goed ben in funky spelen en zingen tegelijk, wordt het vanzelf punkachtig – en beetje slordig, niet allemaal zo gestroomlijnd. Daar hou ik van.”

Een week voor het eerste optreden repeteert ze met muzikant, arrangeur en producer Jan van Eerd (Spinvis, Ellen ten Damme, Wende Snijders), in een studio van Orkater, op een winderig bedrijventerrein in Amsterdam-West. Blote voeten, T-shirtje, makkelijke, wijde broek en de bas om haar nek. „Op het podium zien we er straks heel anders uit; helemaal in vintage Mad Men-stijl.”

Minis is frêle ondanks haar brede schouders; haar instrument lijkt bijna te groot voor haar. Tot ze gaat spelen – dan is zij de baas.

Drums, bas, haar krachtige, lage stem en de vooraf ingezongen koortjes; het is een wonderlijke combinatie: stoer en mooi tegelijk. Steviger dan The Ting Tings, swingender dan PJ Harvey, rauwer dan Luscious Jackson, poppier dan The Kills. Minis: „Je kan het eigenlijk nergens mee vergelijken. En zeker in Nederland is er niets dat er op lijkt. Dat vind ik gaaf, al zal het geen muziek zijn voor een enorm publiek. ”

Haar nummers zijn Engelstalig. ‘Gimme Time’, ‘Soothing song’, ‘Baby Louise’. „De Engelse taal past beter bij mijn muziek. En ik voel me vrijer als ik in het Engels zin. Ik voel minder gêne, minder grenzen dan in mijn eigen taal. In het Nederlands ben ik altijd Hadewych; in het Engels kom ik daarvan los.”

Tekstflarden komen „altijd als ik onderweg ben” – in de auto, of op de fiets: dan maakt ze met de camera van haar blackberry („dat is de makkelijkste functie”) filmpjes van haar slingerende voorwiel op het fietspad, met haar stem op de achtergrond. Van tevoren een thema voor een nummer bedenken, werkt niet, zegt ze gedecideerd, dan wordt het te geforceerd. Maar als ze met een onderwerp bezig is, duikt dat vaak onverwacht op in een lied dat ze eigenlijk anders bedoeld had. „Ik schreef het nummer ‘Chuck’, over mijn eerste eigen auto, dat ik zo blij was dat ik nu eindelijk een eigen auto had, en hoe cool die wel niet was. Later realiseerde ik me dat het eigenlijk over mijn relatie ging.”

Wat zijn de voordelen van zingen boven acteren? „Ik vind het heerlijk nu eens iets te doen wat helemaal van mij is. Bij het acteren sta je altijd in dienst van de regisseur, de producer, de tekst. Bovendien is muziek maken bevrijdend. Acteren doe je vooral met je hoofd, en ik gebruik mijn hoofd al zoveel. Alleen als ik vrij, eet, dans of muziek maak, laat ik dat los. Ik vind acteren fantastisch, maar het is toch vaak een opeenvolging van afspraken, terwijl een lied opeens een niet voorziene, magische vlucht kan krijgen. Bij het acteren moet ik me vaak inhouden. Als ik zing ben ik helemaal vrij.”

’Hade’ treedt op de Parade in R’dam 24 t/m 26 juni, Den Haag 8 t/m 10 juli, Utrecht 21 t/m 25 juli en Amsterdam 13 t/m 16 augustus.

    • Herien Wensink