Kijk verder dan de financiële EU-crisis

De groei van Ierland en Spanje bleek een illusie. Landen met grote publieke sectoren scoren beter, schrijven Anton Hemerijck en Frank Vandenbroucke.

Wat als een financiële crisis begon, is omgeslagen in een crisis van de democratie. Dat geldt niet alleen voor Griekenland maar voor de hele Europese Unie. Gemeenschappelijk problemen worden niet aangepakt met een gemeenschappelijke strategie.

Wat is de gemeenschappelijke uitdaging? Op de lange termijn gaat het om noodzakelijke hervormingen in pensioenen en arbeidsmarkten, gekoppeld aan investeringen in kinderopvang, onderwijs en levenslang leren, opdat goed geschoolde mannen en vrouwen overal in Europa aan de slag kunnen. Op korte termijn moet het wantrouwen van financiële markten tegenover landen met grote euroschulden worden doorbroken.

Eerst de lange termijn. De Scandinavische landen, met de grootste publieke sectoren in Europa, zijn het meest competitief. Ze hebben de hoogste arbeidsparticipatie en productiviteit en geen fiscale tekorten.

Tot voor kort werden burgers in Ierland en Spanje, net als Nederland, aangespoord om fikse hypotheekschulden aan te gaan om de economie te stimuleren. De Europese Commissie was enthousiast over de groeiprestaties van deze landen. Ze spoorden volledig met de regels van de eurozone. Achteraf bleek de groei in Spanje en Ierland een illusie.

Als de mediterrane landen meer hadden geïnvesteerd in beter onderwijs – zelfs als dat op gespannen voet stond met budgettaire doelen – dan was de beroepsbevolking nu hoger opgeleid, voor betere banen, waar dan ook in Europa. Hedendaags sociaal beleid heeft behalve de pensioenen en uitkeringen een steeds belangrijker productieve functie in activering, scholing en gezinsondersteuning. Vooral op de kwaliteit van de overheidsbestedingen moet beter worden gelet dan op de omvang. Investeren in menselijk kapitaal zou kunnen worden verdisconteerd in Europese tekortregels.

De pijnlijke les van de afgelopen jaren is dat sociaal investeren niet genoeg is. Hierbij hoort een ander economisch beleid. De instorting van de vraag na de bankencrisis heeft in één klap veel vooruitgang van de EU in werkgelegenheid weggevaagd. Het reguleren van banken en de bewaking van concurrentieverhoudingen had veel eerder op de Europese agenda moeten staan.

De econoom De Grauwe toont aan dat de eurozone fragiel blijft zolang een overtuigende Europese aanpak van de risico’s die nationale regeringen lopen op de financiële markten, uitblijft. Landen zoals Griekenland, Spanje, Portugal komen terecht in een neerwaartse spiraal van hoge rentevoeten die hun solvabiliteit verder onder druk zet, waardoor het wantrouwen op de markten en de rente hoog blijven, en hun saneringstaak schier onmogelijk wordt: een schoolvoorbeeld van een self-fulfilling prophecy, waar deze landen op hun eentje niet uit komen. Een gezamenlijke uitgifte van euro-obligaties biedt een antwoord, omdat het de vicieuze cirkel van grote schulden, hogere rentes kan helpen breken. Vanzelfsprekend dient dit te worden gekoppeld aan begrotingsdiscipline. Omdat de financiële markten en de Europese banken nauw verweven zijn, hebben ook ‘sterke’ lidstaten, zoals Duitsland en Nederland, belang bij een dergelijke supranationale aanpak. De Nederlandse en Duitse weerstand kan alleen worden uitgelegd als kortzichtig nationalisme, niet als rationeel inzicht in de economische langetermijnbelangen van Noordwest-Europa. Degenen die nu roepen dat de Unie geen „transferunie” mag worden, dat iedereen zelf zijn boontjes moet doppen, beseffen blijkbaar niet dat daarmee het schrikbeeld van een steeds onevenwichtigere eurozone eerder dichterbij komt.

In het verknopen van de korte en de lange termijn zit het begin van een productieve oplossing. Griekenland, Portugal, maar ook Italië, hebben tijdens de voorbije jaren weinig vooruitgang geboekt in sociale investeringen. Ze hebben hun arbeidsmarkt en pensioenen te schuchter hervormd en nagelaten in kinderopvang te investeren. Het zijn de landen met de laagste geboortecijfers, achterblijvende arbeidsparticipatie van vrouwen en ouderen, en de grootste pensioenlasten. Precies daarom zijn wij van mening dat de EU een sociaal investeringspact nodig heeft, een package deal waarin alle lidstaten zich committeren aan budgetdiscipline en aan een sociaal investeringsbeleid, kritisch gevolgd en ondersteund door de Unie.

Nationalistische en populistische druk in noordelijke lidstaten verhindert een rationele gemeenschappelijke aanpak van wat, like it or not, een gemeenschappelijk probleem is. Daardoor wordt het ook steeds moeilijker om jongeren in zuidelijke landen te overtuigen dat er een uitweg is, dat er een hoopvol toekomstperspectief bestaat. De kernvraag is dus niet ‘hoeveel’ of ‘hoe weinig’ Europa we willen, maar ‘wat voor soort’ Europa de lidstaten willen bouwen om de toekomst met vertrouwen tegemoet te treden. Als daar geen antwoord op komt en de impasse aansleept, krijgen anti-Europese populisten gelijk: diegenen die niet wensen dat de EU iets toevoegt, zullen inderdaad kunnen zeggen dat vergaderen in Brussel niets oplevert. Precies daarom is een sociaal investeringspact zo dringend nodig.

Anton Hemerijck is decaan van de faculteit der sociale wetenschappen aan de Vrije Universiteit.Frank Vandenbroucke is socialistisch senator in België. Hij bekleedt de Den Uyl-leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam.