'In het echt ben ik lang niet zo neurotisch'

„Een half uur te lang”, oordeelde een criticus over The Trip. „Maar ik wilde toch een half uur meer.” Komiek Steve Coogan over feit en fictie.

Coen van Zwol

Uiteraard ligt de autobiografie voor het opscheppen in The Trip. Dat spel van feit en fictie maakt de film zo spannend, denkt de Britse komiek Steve Coogan (45). Om dan rap afstand te nemen van zijn eigen personage. „Maar in het echt ben ik lang niet zo pompeus en pretentieus. En als ik zo onzeker en neurotisch was, had ik deze film nooit kunnen maken.” Tegenspeler Rob Brydon: die klopt helemaal, vervolgt Coogan. „Hij is blij als een kind als mensen lachen, terwijl ik zoek naar diepgang, zaken die de existentie raken. Rob wil louter amuseren.”

Ik spreek Steve Coogan telefonisch, maar je ziet hem bijna een wegwerpgebaar maken. Zo blijft hij ‘in karakter’: op internet circuleert een interview waarin hij Brydon kleineert om zijn getwitter en dan de camera boos zijn blote kont toont.

Deze week gaat The Trip in roulatie, een curieuze ‘road movie’ waarin komiek Coogan, als Steve Coogan, met collega Brydon, als Rob Brydon, voor een zondagskrant een week lang culinair hoogstaande restaurants in het Lake District bezoekt. Coogan blijkt een stekelige, compulsieve rokkenjager in een midlifecrisis. Zijn oude protegé Brydon is daarentegen zielstevreden als papa en met het soort tv-werk waarop Coogan neerkijkt: imitaties, schnabbels, talkshows. De heren steken ver onder de gordel en wedijveren wie het leukst is in de auto, tijdens mistige wandelingen en aan tafel.

The Trip is het tweede duel van Coogan en Brydon na A Cock and Bull Story van regisseur Michael Winterbottom in 2005, een film over film maken. Bij de verfilming van de 18de-eeuwse roman Tristram Shandy – „postmodern toen er nog geen modern was om post over te doen” – konkelde het duo: wie heeft de hoofdrol? Winterbottom zag in hun gekibbel een aparte film. Coogan: „Hij moest ons wel overtuigen. Twee veertigers die babbelen in sterrenrestaurants: dat klonk zelfingenomen, duf en saai. Zelfparodie, bah. Maar volgens Michael ging het over grote thema’s: vriendschap, middelbare leeftijd. En hij geeft stijl, scherpte en diepgang aan alles dat hij doet.”

Winterbottom verkocht The Trip als zesdelige tv-serie én als film aan de BBC. Zonder script: de serie werd in vijf weken grotendeels geïmproviseerd. Coogan: „Soms reden Rob en ik maar wat en praatten over het landschap. En dan zei Michael in ons oortje: dat gesprek van een kwartier terug, kunnen jullie dat uitwerken?”

Van de twee komieken is Steve Coogan het bekendst. Hij stamt uit een kinderrijk gezin uit de lagere middenklasse van Manchester, werd afgewezen door vijf Londense toneelscholen, maar realiseerde in 1993 al zijn droom: een komische hit van het formaat Fawlty Towers. In Knowing You, Knowing me … with Alan Partridge speelde Coogan een nare blaaskaak die nauwelijks beseft hoe jammerlijk zijn televisietalkshows telkens mislukken. Sindsdien wijdt Coogan om de paar jaar een nieuwe tv-serie aan Partridge, die in 1997 en 2002 bleek gedegradeerd naar radio Norwich en anno 2011 nog slechts een show heeft op webradio – zonder dat het afbreuk doet aan zijn arrogantie. In de film pest Brydon hem ermee: voor Britten blijft Coogan altijd Alan Partridge. „Hij is in zoverre een molensteen om mijn nek dat je zo’n succes wilt overtreffen”, zegt Coogan. „En dat lukt me niet. Maar Alan is zo’n irritante vriend die je al snel mist. Om de vijf jaar vraag ik me af: hoe zou het met hem gaan?”

The Trip verwijst soms ook naar Coogans schandalen. Hij werd in de jaren negentig een lieveling van de Britse tabloids door uitspattingen met drank, cocaïne en strippers: uitgestelde adolescentie, stelde hij. In 2007 gaf zangeres Courtney Love, met wie Coogan een affaire had, hem de schuld van de zelfmoordpoging van Owen Wilson: hij zou de depressieve acteur drugs hebben gegeven. Dat woei over, maar zijn Amerikaanse doorbraak blijft uit: Coogan omschreef zijn carrière als ‘een bagagecarrousel’.

In Hollywood krijgt hij bijrollen, met name in films van zijn fan Ben Stiller, die in The Trip een cameo heeft. Zijn films Around the World in 80 Days en Hamlet 2 flopten. Het probleem, vermoedt Coogan, is dat de Amerikanen hem casten als goedhartige loser, terwijl hij excelleert als naargeestige loser. In de Hollywoodfilm My Idiot Brother mag hij nu wel een rotzak spelen. „Zo’n lastig, disfunctioneel personage bevalt me. Ik ben geen politicus, ik hoef geen sprookje op te houden dat ik een uitgebalanceerd karakter heb.”

Daarvoor is het ook wat laat, opper ik. Gortdroge lach: „haw haw.” Gaat hij vaker werken met Rob Brydon, met wie hij zo’n voortreffelijke chemie heeft? „Mijn God, als ik zo mijn geld moet verdienen…”, zwerft zijn stem weg. „Ik wil geen Tweedledee en Tweedledum worden. We zijn vrienden, hebben een warm gevoel, maar er is ook spanning tussen ons, dat weten we beiden.” Om de zeven jaar dan, werktitel: Seven Years Later? „Dat lijkt mij de juiste interval.”