Hof VS begrenst class action

Rechtszaken van grote groepen burgers tegen vermeend onrecht aangedaan door bedrijven zijn normaal in de VS. Maar vanaf nu is het aantal klagers gelimiteerd.

Het Amerikaanse Hooggerechtshof trok deze week de grens met de zaak Wal-Mart versus Betty Dukes et al.. Onder de vier letters ‘et al.’ ( en anderen) gaan zo’n 1,6 miljoen vrouwen schuil. Dat zijn alle vrouwen die vanaf 1998 bij Wal-Mart hebben gewerkt. Ze zeggen dat de winkelketen vrouwen structureel minder betaalt dan mannen en overslaat bij promoties.

Ruim anderhalf miljoen mensen is te veel voor een gezamenlijke aanklacht, een zogeheten class action, oordeelt het Hof. Daarmee heeft de hoogste rechter een precedent geschapen. Er is kennelijk een limiet aan de omvang van class actions.

Civiele processen namens een grotere groep gedupeerden tegen één partij, zoals Wal-Mart, zijn een voornamelijk Amerikaans fenomeen.

De Wal-Mart-zaak was de grootste poging ooit tot een class action. Dat is simpelweg het gevolg van de omvang van het bedrijf. Als grootste winkelketen in de Verenigde Staten is Wal-Mart ook de belangrijkste private werkgever van Amerika.

Juist die grote getallen hebben de positie van de vrouwen verzwakt in deze zaak. Het is onmogelijk dat 1,6 miljoen vrouwen allemaal dezelfde ervaring hebben gehad, oordeelde Antonin Scalia, een van de negen rechters van het Hooggerechtshof. Scalia zei dat de vrouwen ten onrechte één uitspraak wilden over „letterlijk miljoenen beslissingen”.

Het gemeenschappelijk lijden van de Wal-Mart-medewerksters is dan ook niet bewezen, oordeelde Scalia. „Omdat de klagers geen overtuigend bewijs aanleveren van bedrijfsbrede discriminatie voor salarissen en promoties, is er geen sprake van een gemeenschappelijke zaak.”

De crux is dat de vrouwen juist wilden aantonen dat de discriminatie bij Wal-Mart systematisch is. Ook al zijn er verschillen tussen individuele zaken, de overkoepelende cultuur bij Wal-Mart is discriminerend. En daardoor zijn ze allemaal benadeeld, vinden de vrouwen.

Amerikaanse juristen oordelen naar aanleiding van het afwijzen van de Wal-Mart-zaak dat zodra het aantal deelnemers aan een class action stijgt, het bewijs sterker moet zijn. Hoe meer mensen, des te sneller de rechter zal twijfelen aan de overeenkomstigheid van hun ervaringen.

De uitspraak is een opsteker voor grote bedrijven in de Verenigde Staten. Bij class action zaken zijn dat namelijk doorgaans de partijen die zich moeten verdedigen.

Op dit moment lopen er bijvoorbeeld gemeenschappelijke discriminatieklachten van vrouwelijke werknemers tegen onder meer warenhuisketen Costco, zakenbank Goldman Sachs en de Amerikaanse tak van elektronicabedrijf Toshiba. Advocaten van die bedrijven kunnen nu met de uitspraak van het Hooggerechtshof in de hand bepleiten dat ook in deze zaken de ervaringen van de vrouwen te divers zijn.

De uitspraak van het Hooggerechtshof laat onverlet dat Wal-Mart mogelijk individuele vrouwen heeft gediscrimineerd. Rechter Ruth Ginsberg zei dat het er op lijkt dat het bedrijf vrouwen benadeelt. Nu de groepsaanklacht is verworpen, staat het individuele vrouwen nog steeds vrij om een eigen rechtszaak tegen Wal-Mart te beginnen.

Betty Dukes, die het proces tegen de winkelketen ooit in gang zette, heeft al verklaard dat ze in haar eentje verder zal procederen.