Doorgeslagen Calamity Jane wil nog bewondering

In een ingezonden brief toont A.L. de Werker uit Groningen zijn verbazing dat de moord op Felix Guljé in 1946 door Atie Visser geen kritiek oproept (Opiniepagina, 20 juni).

Wat dat betreft, kan ik hem wel geruststellen. Ik heb er zelfs slapeloze nachten van – niet alleen vanwege de daad zelf, maar ook door het gebrek aan reflectie bij Atie Visser. Zij heeft daar toch ruimschoots de tijd voor gehad. Wat bezielt haar om deze daad nu te openbaren? Zou de familie Guljé een beetje getroost zijn nu ze weet wat de toedracht was?

Ik heb de indruk dat Visser op de valreep nog een beetje bewondering wil incasseren. Deze indruk is versterkt door de manier waarop ze erover sprak op de televisie.

Mijn vader zat in het verzet. Hij heeft voor talrijke onderduikers onderdak georganiseerd, werd verraden en heeft in de gevangenis zelfmoord gepleegd, om niet door te slaan. Dat was vier maanden voordat ik werd geboren. Mij heeft het altijd een beetje getroost dat zijn leven vele andere levens heeft gespaard.

Ik vind het treurig dat de familie Guljé het nu moet doen met een doorgeslagen Calamity Jane die na de oorlog niet tot bedaren kon komen. Iemand thuis neerknallen in vredestijd vind ik niet zo’n heldendaad.

M.Benders

Amstelveen