Doden bij botsingen betogers in Syrië

Zeker zeven mensen kwamen om het leven nadat veiligheidstroepen het vuur openden.

Bij confrontaties tussen pro- en anti-regeringsdemonstranten in twee Syrische steden zijn gisteren zeven doden gevallen. Niet eerder kwamen voor- en tegenstanders van president Al-Assad zo hevig met elkaar in aanvaring.

Sinds gisterochtend zijn in verschillende Syrische steden tienduizenden aanhangers van de president op straat om hem hun steun te betuigen. Activisten vertelden persbureau AP dat het veelal om georkestreerde betogingen ging. In de centrale stad Homs zouden in een aantal wijken vuurgevechten zijn uitgebroken tussen pro- en anti-regeringsbetogers. Drie mensen kwamen daarbij volgens ooggetuigen om en nog eens zes raakten er gewond. Syrische ordetroepen zouden een aantal van de gewonde anti-regeringsbetogers hebben gearresteerd.

Naast Homs vielen ook in de oostelijke stad Deir el Zour drie dodelijke slachtoffers als gevolg van botsingen tussen tegenstanders en sympathisanten van president Al-Assad. Tot slot kwam een 13-jarige jongen om toen troepen het vuur openden op demonstranten in Hama.

De staatstelevisie liet ook beelden zien van pro-regeringsdemonstraties in hoofdstad Damascus, de tweede stad Aleppo en de zuidelijke stad Deraa, waar halverwege maart de volksprotesten begonnen. Tijdens de betogingen droegen de demonstranten Syrische vlaggen en foto’s van de president met zich mee.

De Franse premier Fillon stelde gisteren dat de VN-Veiligheidsraad niet langer kan zwijgen over het geweld in Syrië en dat voor alle landen de tijd is gekomen om hun verantwoordelijkheid te nemen. Fillon deed zijn uitspraken tijdens een persconferentie met premier Poetin van Rusland, een land dat tegen bemoeienis met de situatie in Syrië is. (AP)