De rechten van een onvrijwillig vastgeketende fiets

Op het terras van een café wacht ik op vriend Bram. Hij komt aanlopen, begroet me en zegt enigszins verhit: „Ik kan dus al vier dagen niet bij mijn fiets.” Hij legt uit wat er aan de hand is: iemand heeft per ongeluk zijn fiets met een kettingslot aan die van hem vastgemaakt. Dit was

Op het terras van een café wacht ik op vriend Bram. Hij komt aanlopen, begroet me en zegt enigszins verhit: „Ik kan dus al vier dagen niet bij mijn fiets.” Hij legt uit wat er aan de hand is: iemand heeft per ongeluk zijn fiets met een kettingslot aan die van hem vastgemaakt. Dit was vier dagen geleden. Sindsdien heeft de andere fiets zich niet verroerd. „Eerst ben ik alle omringende cafés langsgegaan, om te vragen of het iemands fiets was. Dat was niet zo. Nu wilde ik eigenlijk dit in de brievenbussen doen.” Hij haalt een gekopieerd briefje uit zijn tas waarop staat: ‘Beste, in het fietsenrek voor de coffeeshop Happy Feelings wordt mijn fiets al een aantal dagen geblokkeerd door een zwarte damesfiets. De eigenaar van deze fiets heeft zijn/haar slot aan mijn fiets vastgemaakt. Als het uw fiets betreft, wilt u deze dan z.s.m. weghalen. Mijn excuses aan diegenen wier fiets het niet is.’ Ik kijk hem grijnzend aan: „Heb je dit door de brievenbussen gedaan? Alsjeblíeft zeg ja.” Hij schudt zijn hoofd. „Nee, mensen op mijn werk vonden het ook al het belachelijkste briefje ooit. Maar het is echt heel irritant. De eigenaar van die fiets kan overal zijn. Misschien maakt ze wel een voettocht door China. Ik zie hem ook steeds als ik uit het raam kijk. Met dat glimmende zwarte spatbord.” Hij valt even stil, waarschijnlijk omdat hij in gedachten de fiets aan het besluipen is met een vlammenwerper achter zijn rug verstopt. „Heb je ook een briefje op de fiets zelf geplakt?” vraag ik. Hij knikt. „Het eerste wat in me opkwam: ‘Ik zit aan u vast. Doe dit niet meer!’”

Hoewel de situatie duidelijk de meest geweldige briefjes oplevert, snap ik toch dat hij van de cipierfiets af wilt. Een stadsdilemma: wat doe je met een onvrijwillig vastgeketende fiets? Wat zijn je rechten?

We besluiten samen naar het politiebureau te gaan. De agent tegenover ons is een en al begrip: „Dit gebeurt aan de lopende band. Kijk: vroeger waren we even langsgekomen met een betonschaar.” Hij leeft zichtbaar op van de herinnering, en zijn ogen twinkelen als hij de betonschaar nadoet: „Snap! Maar toen begonnen we rekeningen te krijgen van kapotte sloten. Dus we doen het niet meer. Wat je wel kan doen,” vervolgt hij, „is even bij een fietsenwinkel een slijptol lenen. Maar kijk wel uit dat wij het niet zien he. Want dan moeten we natuurlijk vragen wat je aan het doen bent.” Bram kijkt hem verbaasd aan. „Maar… u heeft het me net zelf aangeraden.” De agent knikt. „Klopt. Maar dat weet mijn collega natuurlijk niet.”

Na dit enigszins verwarrende advies lopen we naar de plek waar de fiets staat. Daar blijkt hij echter alleen in het rek te staan. Ongelovig loopt Bram erop af. „Hij is weg,” zegt hij. „Vrijheid!” Om daarna meteen aan te vullen: „Toch wel jammer. Ik had me inmiddels wel verheugd op de wraak van de slijptol.”