China en Rusland schuiven op

Terwijl de westerse alliantie ongeduldig wordt over de traagheid van haar interventie tegen kolonel Gaddafi in Libië en haar onmacht om het regime-Assad in Syrië tot de orde te roepen, begint het afzijdige Oosten eieren voor zijn geld te kiezen en dubbelzinnig partij te kiezen.

Vandaag heeft de Chinese minister van Buitenlandse Zaken openlijk erkend dat de Nationale Overgangsraad van de Libische rebellen een „belangrijke gesprekspartner” is. Gisteren zei een woordvoerder van het departement zelfs tegen de Libische oppositieleider Mahmoud Jibril, die officieel in Peking werd ontvangen, dat de Nationale Overgangsraad een „belangrijke politieke macht” is geworden.

Weliswaar riep China, net als Rusland eerder, op tot wapenstilstand en onderhandelingen – een eis die de rebellen afwijzen, mede omdat de kansen in de oorlog op de grond in Libië lijken te keren – de courtoisie jegens Jibril wijst erop dat de Chinese regering nu rekening houdt met de val van Gaddafi en bij de nieuwe macht alvast een voet tussen de deur wil zetten.

Ook Rusland deed een stap. Premier Poetin keerde zich gisteren in Parijs, waar hij de luchtvaartbeurs Le Bourget bezocht, tegen repressie door Syrië. Tot nu toe heeft het Kremlin zich verzet tegen een resolutie van de Veiligheidsraad die kan leiden tot interventies. Poetin nuanceerde in Parijs die afwijzende positie door te pleiten voor politieke pressie. Expliciet veroordeelde hij het gebruik van middelen van „veertig jaar geleden”.

Het schuiven van China en Rusland duidt erop dat beide landen hun kansen in het Midden-Oosten opnieuw zijn gaan taxeren.

China gaat uit van het beginsel dat het zich zogenaamd niet mengt in de interne politiek van andere landen. In de praktijk komt dit principe erop neer dat Peking de heersende regimes geen strobreed in de weg legt, zolang de zakelijke belangen niet in het geding zijn. In Libië zou China circa 15 miljard euro hebben geïnvesteerd. Peking wil niet op het tweede plan komen te staan als Gaddafi echt wordt verdreven.

De buitenlandse politiek van Rusland, die is gericht op het herstel van oude invloedssferen en het verwerven van dominante posities in de energiedistributie, zoekt vooral kansen om een wig in de westerse alliantie te drijven. Poetin deed dat door zich te afficheren als politieke bemiddelaar die, anders dan de NAVO, geen geweld wil gebruiken.

Al dit eigenbelang laat onverlet dat met name Europa dit geschuifel van China en Rusland serieus moet nemen. In Peking en Moskou zien de regeringen kennelijk ook geen toekomst meer voor de regimes van Gaddafi en Assad. Dat signaal nodigt uit tot samenwerking. Want hoe sneller er een einde komt aan de burgeroorlog in Libië en de repressie in Syrië hoe beter. Dat de zakelijke en politieke tegenstellingen straks weer opdoemen, is onvermijdelijk maar op dit moment even van later zorg.