Armoede kan niet lang verborgen blijven

In de Pañcatantra, een verzameling Indische fabels uit de Oudheid, staat in het Sanskriet: ‘Komt een arme, zelfs met de bedoeling iets te geven, in het huis van een rijke, dan houdt men hem toch voor een bedelaar.’

Het stigma dat rust op mensen die in armoede leven is eeuwenoud, misschien wel zo oud als de armoede zelf. ‘Help armoede de wereld uit’ is in dit licht een naïeve slogan. Wat baat het om armoede te bestrijden als de wereld nooit armoedevrij is geweest?

Op die vraag bestaat een duidelijk antwoord: omdat het anders erger wordt. En ik heb de indruk dat het erger wordt, wereldwijd en ook hier. Ik zie meer armen om me heen. Ze zijn niet allemaal werkloos.

In Candide schreef Voltaire: ‘De arbeid behoedt ons voor drie grote kwalen: de verveling, de ondeugd en de armoede’. Dat laatste lijkt niet langer het geval. Alimentatie betalen kan volstaan om niet genoeg van het maandloon over te houden voor de huur.

Voor een reeks nachtelijke reportages, die ik bundelde in Wakker (De Geus, 2011), verbleef ik een nacht in een opvangcentrum voor daklozen in Gent. „Ik ben zot, maar niet zot genoeg”, verzuchtte een bedrukte man die de nachtopvang voor het eerst bezocht. Hij was pas uit een psychiatrische instelling ontslagen en kon nergens terecht.

Een vrouw ‘telefoneerde’ met een breinaald die ze door een van haar dreadlocks had geduwd. Geregeld kreeg ze de slappe lach. Je vraagt je af hoe groot die mazen in het sociale vangnet zijn als iemand als zij er ongemerkt doorheen kan glippen.

Maar je kunt het niet altijd zien. Er is stille armoede, en nette armoede. Een Arabisch spreekwoord zegt: ‘Vier dingen kunnen niet lang verborgen blijven: kennis, dwaasheid, rijkdom en armoede.’

Toch waren de jongemannen met een Arabische achtergrond in het opvangcentrum net degenen van wier uiterlijk je de armoede niet kon aflezen.

Zwakkeren lijken me vandaag de dag met groter ongeduld te worden bejegend. Ben je depressief? Ga jezelf dan zo snel mogelijk medicaliseren zodat we geen last van je hebben. Ben je arm? Doe er wat aan. Ze heten niet langer buitenstaanders of kwetsbaren, we vatten ze gemakshalve samen als losers, een woord om al wat ons angst inboezemt krachtdadig op afstand te houden.

Met het oprukkende gebruik van het woord ‘marginaal’ is, althans in Vlaanderen, hetzelfde aan de hand. Angstig distantiëren we ons van de armoede, omdat we voelen dat ze dichterbij komt, omdat het erger wordt.