'Wij profiteren van opkomst China'

De vraag houdt economisch historicus Jan Luiten van Zanden al decennia bezig: wat verklaart stagnatie of groei in de wereldeconomie? „Onderhandelbare macht werkt beter dan centralisme.”

Een prijs gewonnen van 1 miljoen euro. Dit geluk heeft Jan Luiten van Zanden (1955) getroffen. Of, preciezer gezegd: deze eer valt hem te beurt, als hoogleraar economische geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Morgen, 22 juni, wordt hem de ‘Prijs Akademiehoogleraren 2011’ uitgereikt, een nieuw laureaat van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen voor hoogleraren ‘die hebben aangetoond dat ze tot de absolute top van hun vakgebied behoren’.

Vraag niet aan Van Zanden zelf hoe dat voelt: tot de absolute top behoren. „Ach, ik kan wel een paar buitenlandse collega’s noemen tegen wie ik torenhoog opzie. Onze grootste verdienste in Utrecht is misschien dat we ons instituut tot zo’n dertig mensen hebben kunnen uitbouwen, die betrokken zijn bij een reeks internationaal toonaangevende onderzoeksprojecten. Daarmee zijn we een van de grote centra voor economische geschiedenis in de wereld.”

Al eerder viel Van Zanden in de prijzen. In 2003 kreeg hij de Spinozapremie van 1,5 miljoen euro. Van Zanden en zijn collega-hoogleraar Maarten Prak investeerden een groot deel van de premie in internationale databases (Clio-Infra) over de ontwikkeling van de wereldeconomie in de afgelopen vijfhonderd jaar (groei, lonen, prijzen, enz.).

Deze data zijn de grondstof voor hét thema in vrijwel alle publicaties van Van Zanden: het verklaren van dynamiek en stagnatie in economische ontwikkeling. Wat is de drijvende kracht geweest achter de industriële revolutie die in de 18de eeuw begon in landen rondom de Noordzee? Waardoor zakte China weg in diezelfde periode? Wat verklaart de opkomst van de Aziatische economieën in de laatste decennia?

Dankzij de KNAW-geldprijs kan Van Zanden een dimensie toevoegen aan de databanken waarop hij zijn studies baseert: „We gaan nu een ‘module duurzaamheid’ ontwikkelen: gegevens over CO2-uitstoot, biodiversiteit, gebruik van water en land en zo in de afgelopen eeuwen.”

Waaruit blijkt: ook idealisme drijft de gereformeerd opgevoede ex-VU-student Jan Luiten van Zanden. Een glimlach. „Ja, ik ben ooit begonnen met een studie ontwikkelingseconomie en ik heb een activistisch verleden. Protesteren tegen het Portugese imperialisme in Afrika – dat soort dingen. Maar tijdens m’n studie ging ik al snel inzien dat uitbuiting niet even simpel valt op te lossen met ontwikkelingshulp. Ongelijkheid in de wereld heeft taaie oorzaken, met diepgewortelde historische componenten. Toen dacht ik: daar moet ik dieper induiken, waardoor ik bij de combinatie van economie en geschiedenis ben uitgekomen.”

Heeft Van Zanden, na dertig jaar, inmiddels genoeg deelstudies verricht om de grote sprong te wagen naar één theorie over sociale en economische ongelijkheid in de wereld? „Ik heb wel eens geprobeerd zoiets te schrijven. Collega’s zeiden toen: het is nog niet rijp, wacht ermee totdat we meer onderzoek hebben gedaan. Maar inderdaad: op een dag hoop ik wel wat lijnen uit verschillende studies bij elkaar te brengen.”

Eén centraal begrip voor de grote theorie tekent zich al wel af: machtsdeling. Iets breder gezegd: gedeelde macht fungeert eerder als een motor voor economische ontwikkeling dan centralistisch uitgeoefende macht.

Zie, voor een onderbouwing, de drijvende kracht achter de industriële revolutie. Oppervlakkig beschouwd is die wel verklaard uit de doorbraak van de stoommachine omstreeks 1770. Van Zanden heeft deze revolutie in een breder perspectief geplaatst. „In feite zie je één ontwikkeling: van Vlaanderen in de 14de en 15de eeuw, via de noordelijke Nederlanden in de 16de en 17de eeuw, naar de Britse eilanden in de 18de en 19de eeuw. Een belangrijke voorwaarde is geweest: macht werd onderhandelbaar. Er zat geen vorst als een soort goddelijk opperwezen meer op de troon die zich niks van de wereld om zich heen hoefde aan te trekken. Vorsten kregen te maken met handvesten, met vergaderingen van staten en standen, met parlementen. Dat maakte ruimte voor initiatief, voor opkomst van een burgerij, voor handel en industrie.”

Die machtsdeling is ook van toepassing op de relatie tussen mannen en vrouwen. In de westerse, christelijke samenlevingen heeft niet, zoals in oosterse, een diepe kloof bestaan tussen de posities van mannen en vrouwen – althans, relatief gezien. „Het door de Kerk ingezegende huwelijk als een verbond tussen één man en één vrouw, met duidelijk arrangement van rechten en plichten, is ook een drijvende kracht geweest achter economische ontwikkeling, waarin vrouwen een grote rol hebben kunnen spelen. Zij hebben volop meegewerkt: in gezinnen, in de landbouw, in de ambachtelijke en later industriële productie.”

Machtsdeling – en nóg een factor die economische dynamiek helpt verklaren: de olievlek. Heeft zich eenmaal een centrum van groei ontwikkeld (zie: de Italiaanse stadstaten in de late Middeleeuwen, de Hollandse steden in de 17de eeuw, Duitsland en Japan na de Tweede Wereldoorlog), dan trekt die groeikern vaak de omliggende regio met zich mee. Bij ‘de buren’ gebeurt al snel méér dan alleen meedrijven op de golven van productie en handel. Van Zanden: „Vaak zie je dat omringende gebieden de instituties van een economisch centrum kopiëren. Dat is een fundamentele, structurele ontwikkeling, naast de conjuncturele.”

Het is tegen deze achtergrond dat Van Zanden onlangs is begonnen aan een groot onderzoek naar de economische geschiedenis van Zuid-Afrika. Komend najaar werkt hij hiervoor enkele maanden aan de universiteit van Stellenbosch. „De economie van Zuid-Afrika is een beetje de hoop voor heel Afrika, zoals de Braziliaanse dat is voor Zuid-Amerika. Wanneer je de economische geschiedenis van één land beter begrijpt, zijn daaruit misschien lessen te trekken voor omringende landen.”

Over lessen gesproken. Historische kennis is weinig bruikbaar om de toekomst te voorspellen, maar wel kan die behulpzaam zijn om de actualiteit te beschouwen. Wat wel ‘de Arabische Lente’ wordt genoemd, is in de analyse van Van Zanden bij uitstek een klassieke machtsstrijd. „Het autocratische bewind van de sjeiks en andere dictators heeft, ondanks de miljarden van de olieproductie, geleid tot economische stagnatie en immense sociale en economische ongelijkheid. Er is maar één oplossing: de macht delen en dan vooral de economische macht en dus de welvaart. De strijd in het Midden-Oosten gaat misschien over democratie als middel, maar vooral over werk en een eerlijk verdiend inkomen als doel.”

Dit patroon laat zich ook toepassen op de ontwikkeling van China in de komende decennia. „Je hoort wel bange geluiden over China dat onze westerse economie zou gaan overvleugelen. In mijn ogen zit daar het gevaar niet. Sterker: wij profiteren enorm van de opkomst van China. Het echte gevaar is dat China een centralistisch geleid land blijft, waarin ongelijkheid tussen steden en platteland, tussen regio’s en etnische groepen nog verder zal toenemen. De politieke chaos die daaruit voortkomt, zou wel eens de grootste dreiging voor de wereldeconomie in de 21ste eeuw kunnen zijn.”

Morgen op pagina Wetenschap:interview met geneticus Jan Hoeijmakers (Erasmus MC), eveneens KNAW-prijswinnaar.