Wat zeggen rastergevels?

‘Nauwe verwanten’ zijn gebouwen die op elkaar lijken. Die vind je ook in de ‘Sprekende architectuur’.

Sprekende gebouwen zijn terug in de Nederlandse architectuur. Steeds meer architecten vinden dat gebouwen meer moeten zijn dan mooie dozen die nors zwijgen over hun bedoelingen.

Het heeft lang geduurd voordat het eeuwenoude idee van ‘sprekende architectuur’ terugkeerde in Nederland. In andere westerse landen kwam de ‘architecture parlante’ al in de jaren zeventig terug. Dat had te maken met de opkomst van het postmodernisme dat in de Nederlandse architectuur nauwelijks voet aan de grond kreeg. Niet voor niets heet de bijbel van het postmodernisme The language of postmodern architecture.

In dit boek uit 1977 legde Charles Jencks uit dat architectuur een taal was en dat de tijd van stommetje spelen voorbij was.

Maar wat zeggen gebouwen nu precies als ze spreken? Erg duidelijk is de architectuurtaal niet, moest Jencks toegeven. Een gevel die bestond uit een raster van driehoeken of ruiten betekende volgens hem bijvoorbeeld ‘parkeergarage’. De Verenigde Staten stonden immers vol met parkeergarages met gevels met een ruitvormig rasterpatroon van beton. Maar zulke gevels konden ook duiden op een ‘kantoor’, moest hij erkennen. Wat ze precies betekenden, was nationaal bepaald.

Bijkomende moeilijkheid bij sprekende gebouwen is dat de betekenis van hun woorden kan veranderen, zo blijkt nu. In het huidige Nederland duiden driehoekige rasters juist niet op een ‘parkeergarage’. Tegenwoordig krijgen ook parkeergarages gevels met allerlei ornamenten, maar een ouderwets betonnen raster van ruiten is er niet meer bij.

Rastergevels die als een net om een grote vis zijn gespannen, hebben een nieuwe betekenis gekregen. Dozen met visnetgevels betekenen tegenwoordig in Nederland vooral ‘school’. Zo heeft ‘Gebouw X’ van de Windesheim Hogeschool in Zwolle, dat de Bond van Nederlandse Architecten (BNA) onlangs uitriep tot hét gebouw van 2011, vier gevels met een raster van driehoeken gekregen. ‘Een feest van een school, voor leerlingen en docenten’, zo prees de jury van de BNA-prijs het gebouw.

Het door Broekbakema ontworpen Gebouw X lijkt sterk op een ouder schoolgebouw, het Atlasgebouw van de Universiteit van Wageningen uit 2007, van de Argentijnse architect Rafael Moneo Viñoly. Weliswaar bestaan de gevels van dit eveneens witte gebouw uit ruiten, maar samen met de rechte, zichtbare vloeren vormen ze toch een driehoekig raster.

Gebleven is wel de tweede betekenis ‘kantoor’ van de visnetgevels. In de Amsterdamse vinexwijk IJburg staat sinds een jaar een gebouw met gevels die uit driehoeken van jatobahout bestaan. Een ‘eigenzinnig’ kantoorgebouw wilden de architectenbureaus BNB en B06 voor zichzelf en andere creatievelingen ontwerpen; ze kwamen op eenzelfde soort gevel uit als Broekbakema voor hun school in Zwolle. Zelfs de namen lijken op elkaar: het Amsterdamse gebouw van driehoeken heet de ‘XXX-en’.