Vooruitzichten voor de markten niet eenduidig

Wereldwijd zijn de aandelenkoersen sinds 2 mei met 8 procent gedaald. De olieprijs is in dezelfde periode met 19 procent onderuit gegaan. Er zijn drie krachten aan het werk die er voor zorgen dat de aandelen- en grondstoffenmarkten in de min zitten. De Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, zal aan het einde van deze maand stoppen met het bijdrukken van geld. De mondiale economische cijfers blijven op een groeivertraging wijzen. En het alarmerendst is dat er voor Griekenland nog niet eens een tijdelijke noodoplossing is gevonden. Dat vergroot het risico van een wanordelijk staatsbankroet in de eurozone, waardoor de markten een zware dreun zouden krijgen.

De markten zullen de twee eerstgenoemde dreigingen mettertijd wel het hoofd kunnen bieden. Sommige recente mondiale cijfers zijn ontegenzeggelijk zwak. Maar daarvoor kunnen de aardbeving van maart in Japan, die de aanbodketens heeft ontwricht, en een natuurlijke vertraging van het tempo van het economische herstel verantwoordelijk zijn. De veel te uitbundige grondstoffenmarkten waren een negatieve factor op zich. Een olieprijs van meer dan 100 dollar per vat was een forse last voor een wereldeconomie die moest herstellen van de crisis . De huidige afkoeling van de olieprijs ondersteunt de groei en is daarom geruststellend.

Maar voor beleggers zijn de rekensommen ingewikkeld. De dalingen van de olie- en grondstoffenprijzen kunnen een weerspiegeling zijn van het nakende einde van de tweede ronde van 600 miljard dollar ‘kwantitatieve versoepeling’ (het opkopen van Amerikaanse staatsobligaties met bijgedrukt geld) door de Federal Reserve. Het is moeilijk te voorspellen hoe de markten het zonder de liquiditeitssteun van de Fed zullen doen. En in de opkomende landen, waar de inflatie omhoog is geschoten, stijgt de rente snel – nóg een negatieve factor voor de aandelenkoersen en grondstoffenprijzen. De aanpassing zal niet makkelijk zijn.

Verreweg het grootste probleem is Griekenland. Er zullen noodkredieten komen, maar de zorgen over Griekenland en de rest van de periferie van de eurozone zullen blijven voortduren. De Europese Unie en het Internationale Monetaire Fonds zullen wachten tot de Grieken de regering en haar nieuwe bezuinigingsmaatregelen steunen. Maar de Griekse regering is zwak, de protesten zijn hevig en er is nog steeds een enorme ingreep nodig om een begrotingsoverschot van 6 procent van het bruto binnenlands product te bewerkstelligen.

De wereldwijde groei zou uiteindelijk kunnen meevallen en de positieve inschattingen kunnen bevestigen van de waarde van grondstoffen en aandelen, die volgens onderzoek van Citi mondiaal op een meervoud van 12 maal de verwachte winst worden verhandeld. Maar de situatie in de eurozone is echt ernstig en lijkt de pessimisten in het gelijk te stellen.

Ian Campbell

Vertaling Menno Grootveld