Vlaanderen: de buren kwetsen ons nodeloos

De Vlamingen zijn de val van Antwerpen – 1585 – nog niet vergeten. En nu voelen ze zich opnieuw geschoffeerd door ‘de Hollanders’ en hun Hedwigepolder.

Vlamingen zijn er even stil van als ze het horen: de Zeeuwse commissaris van de koningin Karla Peijs zegt dat de vaargeul van de Westerschelde ook „gewoon dichtgegooid” kan worden. Dat is óók goed voor de natuur.

Maar wel dodelijk voor de haven van Antwerpen, die een diepe vaargeul nodig heeft om niet onbereikbaar te worden voor zeeschepen. Oei, zegt Luc Devoldere, hoofdredacteur van het Vlaams-Nederlandse cultureel tijdschrift Ons Erfdeel. „Dat is nog eens een provocatie.” En ja, zegt hij ook: „Dat is de nieuwe Val van Antwerpen.”

Dat was in 1585: toen zouden de Noordelijke Nederlanden te lang gewacht hebben om Antwerpen te helpen in de strijd tegen de Spanjaarden, die de stad bezetten. Het was het eind van een lange periode van rijkdom en welvaart in Antwerpen en het begin van zo’n rijke periode in Holland. Voor Vlamingen klinkt het als een echo uit dat verre verleden, als Peijs de haven van Vlissingen naar voren schuift: die kan natuurlijk ook groeien.

„Het is oude wonden openrijten”, zegt Devoldere. „Het zal ook altijd gevoelig zijn. Voor Vlaanderen is de Antwerpse haven van levensbelang. Antwerpen is voor de toegankelijkheid van de haven altijd afhankelijk van een ander land. Je kunt het betreuren dat de grens ooit zo getrokken is. Maar ik fietste laatst in dat grensgebied, langs het Verdronken Land van Saeftinghe. Als dat prachtige natuurgebied bij Vlaanderen had gehoord, zou het allang zijn verdwenen voor de uitbreiding van de Antwerpse haven.”

De Vlaamse hoogleraar geschiedenis Bruno De Wever (broer van de populairste politicus van Vlaanderen, Bart De Wever) begint zijn uitleg over de „tweeslachtige houding” van de Vlamingen ten opzichte van de Nederlanders ook bij de Val van Antwerpen. Die „aanslag op de Antwerpse welvaart” was het begin van een vaak moeizame en altijd gevoelige relatie. „De andere kant ervan”, zegt De Wever, „is dat Nederland voor Vlaanderen altijd het cultuurland is geweest waar je tegenop keek. Het gidsland voor onze taal en cultuur.”

De Wever bestudeerde vooral de geschiedenis van de radicale Vlaamse beweging die ook nog ‘Groot Nederland’ als ideaal had: Dietsland. „Maar zelfs de radicale Dietsers waren niet echt geïnteresseerd in Nederland. Het ging hun vooral om het anti-Belgische gevoel.”

In een relatie waarin je je kwetsbaar voelt, is dan de uitleg, kun je beter wat afstand houden.

Diep geraakt waren Vlamingen door de uitspraak van Wouter Bos in zijn tijd als minister van Financiën, midden in de bankencrisis: dat Nederland de „gezonde delen van Fortis” had overgenomen – en België dus liet zitten met het zieke deel.

De meeste Nederlanders zijn die uitspraak allang vergeten. Politici in Nederland denken er ook nauwelijks aan wat het voor hun zuidelijke buren betekent als ze het in de Tweede Kamer over „Belgische toestanden” hebben: het slechte voorbeeld van de politieke chaos.

Bij de kwestie over de Westerschelde en de Hedwigepolder is Vlaanderen niet van plan om lijdzaam toe te zien of zich zomaar te laten wegzetten. De Vlaamse minister-president Kris Peeters reageerde vorige week meteen kwaad op het Nederlandse plan om de Hedwigepolder droog te houden. Maar daarna zweeg hij en liet een van zijn adviseurs, oud-minister Wivina Demeester, in het openbaar stevig tekeergaan tegen Nederland. „Dan kan Peeters zelf straks als een milde verzoener toch het beste voor Vlaanderen binnenhalen”, zegt een betrokkene.

Wivina Demeester, die namens Vlaanderen onderhandelde over de Westerschelde, kwam met een argument waarvan Vlamingen denken dat Nederlanders het begrijpen: geld. Ze zegt dat Vlaanderen flinke financiële schade lijdt als Nederland de polder niet laat onderlopen: 250 miljoen euro. „U denkt misschien dat wij Vlamingen tevreden zijn nu de vaargeul inmiddels is verdiept. Dan vergist u zich.”

Het hele verdrag tussen Vlaanderen en Nederland wordt volgens Demeester onderuit gehaald als het natuuraspect daarin niet wordt nageleefd. „Er zal opnieuw onderhandeld moeten worden en dat gaat veel geld kosten.” Demeester verwacht dat Nederlandse en Vlaamse natuurorganisaties dan geen goedkeuring meer zullen geven aan de ontwikkeling van de haven van Antwerpen. „Het zal dan moeilijk worden om vergunningen te verkrijgen voor het onderhoud van de vaargeul, waarvoor immers gebaggerd moet worden.”

Nederland hoeft volgens Demeester niet te rekenen op steun van de Europese Commissie: die zal eisen dat de afspraken over natuurherstel worden nagekomen.

In een brief aan Nederland uitte de Commissie vorige maand al, zo blijkt nu, haar ongenoegen. Door zo lang te treuzelen over de ontpoldering, staat erin, „dreigt Nederland niet langer aan zijn verplichtingen te voldoen”. EU-landen hebben wel wat ruimte om zelf te bedenken hoe ze hun verplichtingen nakomen. Maar die ruimte is „niet onbeperkt”.