Sven wil voortaan lékker schaatsen

Sven Kramer is hoopvol over zijn terugkeer op de ijsbaan. Maar het moet wel anders dan vóór zijn blessure. „Ik wil weer fris zijn.”

Vraag hem niet naar de kracht van Håvard Bøkko of Bob de Jong. Daar is hij nog lang niet aan toe. Eerst maar eens „fris” worden en „lekker schaatsen”.

Na een maandenlange periode van herstel, rust en bezinning maakt Sven Kramer zich op voor een rentree op de ijsbaan. Fysieke en mentale klachten na de Olympische Spelen van Vancouver dwongen de veelvoudig kampioen acht maanden geleden tot een noodstop in zijn schaatscarrière. De jarenlange inspanningen hadden hun tol geëist.

Wie verwachtte dat de krachtmens na zijn gedwongen sabbatical monter staat te springen langs het zomerijs van Thialf, komt bedrogen uit. Ja, hij traint weer, met de groep en apart, hij doet krachttraining en fietst weer volop. Maar in het TVM-kamp heerst vooral voorzichtigheid en nog geen zinderende strijdlust, zo bleek gisteren tijdens een persbijeenkomst in Oranjewoud. „Het gaat eigenlijk best goed”, sprak Kramer zuinigjes. Het klonk nog lang niet als de sportman die de afgelopen tijd plannen heeft gesmeed de concurrentie aan flarden te rijden, zoals hij vroeger gewend was.

„Groot nieuws hebben we niet”, had teambaas Patrick Wouters van den Oudenweijer, sinds kort ook Kramers zaakwaarnemer, vooraf al gezegd. Over de raadselachtige blessure aan zijn bovenbeen, die Kramer vorig jaar op het ijs hinderde bij zijn afzet, praat de schaatser zo min mogelijk, net als over de manier waarop hij ervan af probeert te komen. „Of ik nog last heb? Het is wel aanwezig, maar het belemmert me niet. Het verandert elke dag, in positieve zin.”

Maar op de vraag of hij in oktober weer aan de start staat, bij het begin van het nieuwe seizoen, laat Kramer een stilte vallen, voordat hij aarzelend ‘ja’ zegt. Hij maakt zich in deze fase van zijn carrière vooral druk over andere dingen: „Ik wil weer lekker kunnen schaatsen, op mijn talent. Ik wil weer fris zijn.”

Cruciaal is of dat terugkomt. Het was precies wat er de laatste jaren, onderweg naar Vancouver, aan heeft geschort. Hij schaatste steeds minder op zijn talent, steeds meer op zijn machtige lijf en zijn grenzeloze wilskracht – tegelijkertijd zijn kracht en zwakte.

Kramer legde zichzelf zo veel druk op elke wedstrijd opnieuw te moeten winnen, dat hij zowel geestelijk als fysiek zijn grenzen overschreed. Winnen met koorts, winnen met rugklachten, winnen als het niet strikt noodzakelijk was. Alles is beter dan zwakte tonen, was jarenlang zijn innerlijk devies.

Wellicht is dat de winst die hij uit zijn gedwongen pauze haalt, ook al kon hij het aanvankelijk maar moeilijk accepteren dat hij langs de kant stond. „Maar uiteindelijk heb ik er baat bij gehad.”

Hij leerde dat hij zal moeten veranderen wil hij nog het maximale uit zijn lijf kunnen halen. „Ik heb een bepaalde rust gevonden over hoe ik mijn sport wil gaan bedrijven. Ik heb me voorgenomen niet meer altijd alles uit de kast te halen. Het is goed als ik af en toe pas op de plaats maak.” Verder gebruikte Kramer de relatieve rust om zijn krachten opnieuw op te bouwen. „Ik ben nu een brede basis aan het bouwen waarop ik de komende drie jaar kan teren.”

Ondanks een paar moeilijke momenten speelde hij nooit met de gedachte te stoppen met schaatsen, zegt Kramer. Maar het heeft er wel ingehakt. Want zijn ambitie is op dit moment vooral dat hij weer eens lekker kan schaatsen.