Softe rechter is mythe, straffen stegen in tien jaar tot 20 procent

De strafrechter is tussen 2000 en 2009 in gelijksoortige zaken gemiddeld tien procent zwaarder gaan straffen. Bij geweldsmisdrijven is de strafrechter twintig procent ‘strenger’ geworden. De rechter heeft geluisterd naar de publieke roep om strenger straffen. Dit schrijft dr. Frank van Tulder van de Raad voor de Rechtspraak in het Nederlands Juristenblad (2011/24). Het onderzoek  is hier te vinden voor abonnees van het NJB.  

Van Tulder deed zijn onderzoek om uit te zoeken of de populaire opvatting dat de rechter ‘te soft’ is op waarheid berust. Is er sprake van een trend naar lichter straffen? Hij noteert dat deze opvatting ook politiek de wind in de zeilen heeft. Dit kabinet wil de vrijheid van rechters om taakstraffen op te leggen bij zwaardere misdrijven inperken. Ook is er een wetsvoorstel aangekondigd dat minimumstraffen voorschrijft bij het herhaald plegen van zware misdrijven.

Van Tulder:

“De discussie vindt ogenschijnlijk plaats zonder kennis over de feitelijke ontwikkeling in de straftoemeting van de rechter in vergelijkbare gevallen, ofwel de punitiviteit van de rechter.”

Hij vergeleek onder meer de straftoemeting door de rechter bij elf gelijksoortige zwaardere delicttypen. Bij acht van de elf typen stegen de straffen, bij vijf zelfs met 30 procent. Bij twee bleef het gelijk en bij één delictsoort namen de straffen af. Dat betroffen harddrugsdelicten - Van Tulder verklaart de daling uit het verdwijnen van de ‘bolletjesslikkers’ op Schiphol door de invoering van een sluitende grenscontrole.

Ook in soorten straffen bij deze elf delicttypen waren er tussen 2000 en 2009 veranderingen. Bij zes van de elf groeide het aandeel celstraffen. Bij alle elf werden er (ook) meer taakstraffen opgelegd.

Van Tulder:

“Er zijn slechts twee delicttypen waar de taakstraf niet vaker is opgelegd: ook weer verkrachtingen en misdrijven tegen het leven. Precies de delicttypen dus, waarbij de toepassing van taakstraffen in 2007 publiekelijk ‘aan de kaak werd gesteld.”

De strafrechter paste zich dus aan de wensen van het publiek aan, meent hij.

Ook bij elf lichtere maar veel voorkomende delictsoorten is de gemiddelde totale straf toegenomen. Met uitzondering overigens van onder meer heling, waar de straf vrijwel constant bleef. Bij vernielingen werd de strafrechter tussen 2000 en 2009  maar liefst 70 procent strenger. Daarbij maakte de strafrechter substantieel meer gebruik van taakstraffen.

 Zijn slotconclusie luidt letterlijk als volgt:

“De strafrechter is tussen 2000 en 2009 gelijksoortige zaken gemiddeld ruim 10% zwaarder gaan bestraffen, ofwel is 10% punitiever geworden. Dit uitte zich in een sterke toename van de toepassing van de taakstraf, terwijl de toepassing van de vrijheidsstraf per saldo min of meer constant bleef en de toepassing van de boete daalde. De taakstraf is dus in plaats van een boete of als extra straf opgelegd. Inclusief voorwaardelijke straffen is de groei van de punitiviteit nog wat groter.

Bij geweldsmisdrijven is de stijging van de punitiviteit veel sterker dan gemiddeld: ruim 20%. Daar is niet alleen de toepassing van de taakstraf gestegen, maar ook die van de vrijheidsstraf. Deze ontwikkeling is vooral bij de zware geweldsdelicten zichtbaar. De straftoemeting lijkt dus de maatschappelijke roep om een strengere aanpak van geweldsdelicten te hebben gevolgd. Dit blijkt ook uit de ontwikkeling bij het opleggen van taakstraffen. Vanaf 2007, toen de taakstraf publiekelijk nogal onder vuur kwam te liggen, is het aantal gestabiliseerd.”

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.