Nederland: zó goed zijn onze buren niet

Het eerste verdrag tussen Nederland en Vlaanderen over vrije doorvaart door de Westerschelde dateert uit 1839. „Waarom gooien we die vaargeul niet gewoon dicht?”

Tot zo ver heeft de ontpoldering ons inmiddels geholpen: dat we al blij mogen zijn dat Nederland en Vlaanderen er geen oorlog om voeren.

Staatssecretaris Bleker (Landbouw, CDA) is naar een café naast het Verdronken Land van Saeftinghe gekomen om de Zeeuwen uit te leggen waarom hij niet de Hedwigepolder wil ontpolderen, maar in plaats daarvan twee kleinere polders bij Vlissingen. De Zeeuwen lijken er vrede mee te hebben. Bleker heeft begrepen dat de Vlamingen het kabinetsvoorstel niet enthousiast hebben begroet. Hij wil „verstandig omgaan met de buren”. En hij voelt zich genoodzaakt, „enigszins spottend” zoals hij later zal zeggen, de volgende zinnen uit te spreken: „Sinds 1839 is er geen oorlog met Vlaanderen geweest. Ik ga ervan uit dat wij in 2039 zeggen dat ook de kwestie van de Hedwigepolder niet tot een oorlog heeft geleid.”

Nee, de Nederlanders zijn niet blij met de zuinige reactie van Vlaanderen op de zoveelste poging van Nederland om de Hedwigepolder niet onder water te zetten. In een bus die het gezelschap vervoert naar een wachtende rondvaartboot in Perkpolder, verneemt commissaris van de koningin in Zeeland Peijs dat de Vlaamse oud-minister Demeester ontstemd is. „O ja? En spreekt zij namens de Vlaamse regering? Of is dat een privé-opvatting?”

Peijs heeft het even helemaal gehad met de Vlamingen. „Iedereen heeft het altijd over onze goede buren, maar zó goed zijn de buren niet.” Ze zou de Vlamingen erop willen wijzen dat weliswaar in 1839 in een verdrag met Vlaanderen vrije doorgang voor de scheepvaart van en naar Antwerpen is vastgelegd, „maar dat betekent niet dat we daarvoor half Zeeland maar moeten afgraven.” De belofte uit 1839 voor een vrije doorgang slaat volgens haar vooral op het niet heffen van tol. „We mogen geen ketting over de Westerschelde hangen. Dat doen we dus ook niet. Maar het verdrag was niet bedoeld om almaar groter wordende containerschepen te kunnen laten varen.”

Commissaris Peijs heeft een idee. In het vrijdag verschenen wetenschappelijke rapport van kennisinstituut Deltares staat dat de natuur van de Westerschelde vooral is geschaad door het voortdurend uitdiepen van de vaargeul. Welnu, als die natuur moet worden hersteld „waarom gooien we dan die vaargeul niet gewoon dicht?”

Het lijkt een grap, maar Deltares heeft het dichtgooien van de vaargeul echt onderzocht. Je zou de natuur in de Westerschelde inderdaad helpen door de vaargeul ondieper te maken, vertelt Arno Nolte, projectleider van het onderzoek door Deltares. „We hebben als gedachtenexperiment berekend wat er zou gebeuren als we alle plaatsen in de Westerschelde die dieper zijn dan de voor de schepen vereiste 13,10 meter, zouden volstorten met zand. We zijn er niet uitgekomen. Want de resultaten zijn onzeker. En het zou bovendien een zeer kostbare operatie worden.”

En ophouden met baggeren? De vaargeul op natuurlijke wijze laten dichtslibben? Nolte: „Dat zou ook kunnen. Maar dat zou heel lang duren. Wij moesten onderzoek doen naar mogelijkheden om op korte termijn de natuurlijkheid te bevorderen.”

Later, in de bus en op de boot, pogen Peijs en Bleker het hoofd koel te houden. Peijs zegt haar idee vooral te opperen om de Vlamingen te bewegen in te stemmen met het niet ontpolderen van de Hedwigepolder. Want waarom ineens zo veel Vlaamse kritiek? Daarmee willen de Vlamingen vermoedelijk „een dossier opbouwen”. Peijs: „De Vlamingen willen er tijdens de onderhandelingen iets uit slepen. Zoals dat Nederland straks moet betalen voor de bouw van een grote zeesluis bij Terneuzen. Die hebben wij niet nodig. Maar Vlaanderen wil die graag, zodat schepen gemakkelijker naar Gent kunnen varen.”

Op de rondvaartboot poogt staatssecretaris Bleker de woorden van zijn partijgenoot Peijs een vredelievender wending te geven. Hij spreekt over de „geest van een verdrag” dat Vlaanderen en Nederland in 2005 hebben gesloten. En zegt: „Wij Nederlanders hebben in de geest van het verdrag uit 1839 gehandeld door altijd loyaal mee te werken aan de verdieping van de vaargeul naar Antwerpen. Mag ik dan hopen dat Vlaanderen ook handelt in de geest van het verdrag uit 2005, door in te stemmen met een alternatief voor de ontpoldering van de Hedwigepolder?”

De vaartocht voert langs de Platen van Ossenisse, één van de drie plaatsen in het water van de Westerschelde waar de zandplaten kunnen worden vergroot tot slikken die voor met name vogels aantrekkelijk zijn, en die verdere ontpolderingen overbodig maken. Op één van die plaatsen, de Appelzak, zou voor een optimaal resultaat een deel van die slikken op Belgisch grondgebied moeten worden aangelegd. De onderzoekers van Deltares hebben dat gemeld en maken er geen grote kwestie van. Bleker is niet blij. „Ik ben ontploft toen ik dat hoorde. Ik laat dat uitzoeken. Van de andere kant kan dat nooit een heel belangrijke kwestie worden. Het is maar water.”