Krachtwijk Klarendal nu modekwartier

De Arnhemse volksbuurt Klarendal, een van de veertig Vogelaarwijken, heeft een metamorfose ondergaan. Maar oorspronkelijke bewoners missen nog steeds de gezelligheid van ‘vroeger’.

Rasechte Klarendallers nemen het lot graag in eigen hand. Dus als er, zoals in de jaren zestig van de vorige eeuw, plannen zijn om de volksbuurt om te bouwen tot villawijk, dan verhinderen ze dat met luidruchtig protest. Of ze steken, zoals in de jaren zeventig, bouwvallige panden in brand om stadsvernieuwing af te dwingen. En als de overlast van dealers en drugstoeristen te groot wordt, zoals eind jaren tachtig, dan meppen de Klarendallers deze figuren eigenhandig hun ‘wijkie’ uit. Door auto’s met Duitse nummerplaten omver te duwen bijvoorbeeld. „Met die methode kan ik het niet eens zijn”, zegt wethouder Henk Kok (GroenLinks) uit Arnhem. „Maar inwoners met zo’n betrokkenheid bij hun buurt moet je als stad wel koesteren.”

Klarendal is een van de veertig zogenoemde ‘krachtwijken’ die vier jaar geleden werden aangewezen door toenmalig minister Vogelaar (PvdA). Ze zouden tien jaar lang extra steun van het Rijk krijgen. Maar het geld was al na drie jaar op. Vanaf dit jaar krijgen de wijken alleen nog af en toe subsidie en zijn ze verder afhankelijk van de goede wil van bijvoorbeeld woningcorporaties. Bovendien komen andere bezuinigingen van het kabinet in deze achterstandswijken extra hard aan. Bezuinigingen op maatschappelijk werk bijvoorbeeld, of op begeleiding van werklozen bij het vinden van een baan – hier wonen de meeste mensen die daarvan gebruik maken.

De Arnhemse wijk aan de rand van het centrum heeft de afgelopen tien jaar een ware metamorfose ondergaan. Uitgewoonde drugspanden, ooit betrokken door dealers die waren aangetrokken door de lage huren, zijn opgekocht en opgeknapt. Tientallen coffeeshops zijn verdwenen. Junks zijn de wijk uit.

„Vroeger schaamde ik me voor de wijk. Nu zeg ik trots dat ik in Klarendal woon”, zegt Monita Polman, die al jaren meepraat over de toekomst van de wijk. „Het imago is sterk verbeterd”, bevestigt gemeentelijk programmaleider wijkaanpak Charly Tomassen. „Het gaat crescendo.”

Ooit was Klarendal veruit de gezelligste wijk van Arnhem, zeggen bewoners. Het was er altijd druk op straat. Arnhemmers kwamen er vanuit de hele stad winkelen. „Je kon er naakt in lopen en je ging er gekleed weer uit”, zegt opbouwwerker Rob Klingen. Vrijwel alle winkels zijn in de loop van vijftig jaar verdwenen. De witte arbeiderswijk werd bevolkt met mensen van elders uit de stad die er voor weinig geld een woning konden huren, onder wie veel Turken. Zelfs een bakker ontbreekt. Eigenlijk is alleen de paardenslager nog over.

De gezelligheid is nog niet helemaal terug. Er is wel weer een supermarkt. En er zijn ook andere winkels bijgekomen, vooral veel modewinkels. Klarendal staat bekend als ‘modekwartier’, een wijk waar afgestudeerden van de Modeacademie in Arnhem of andere modeopleidingen een winkel en atelier hebben gevestigd. Druk is het er niet. „Wij komen er nooit. Voor ons is het veel te duur”, zeggen Greet Raaymakers en Monique Diesveld, buurvrouwen die zich tot de ouderwetse arbeiders rekenen. „Maar ja, een modewinkel is in elk geval beter dan een drugspand.”

Een schot in de roos was de komst van een groot café-restaurant op de kop van de Klarendalseweg, de as van de wijk, in een voormalig postkantoor. Het zit er meestal aardig vol. „Met mensen die wij niet kennen”, zeggen de twee buurvrouwen sceptisch. Naast het restaurant komt binnenkort een fashion-hotel. Even verderop is de zogenoemde mode-incubator gevestigd, een centrum voor financiële coaching van ontwerpers die een zaak willen beginnen.

Thijs Verwer, drummer en eigenaar van een artiestenbureau aan de Klarendalseweg, woont in een voormalige coffeeshop. „Vroeger zaten er wel dertig coffeeshops bij mij in de buurt”, vertelt hij. Nu kijkt hij uit op hippe cafés en hoedenwinkels. Verwer kent ze wel, de mensen die klagen dat de buurt niet meer zo gezellig is als vroeger, of die graag aanschoppen tegen het beleid van de gemeente Arnhem. „Die mensen hebben geen oog voor de toekomst.” Er is gelukkig weer „energie” gekomen, zegt hij.

De vraag is of Klarendal het de komende jaren gaat redden. Wethouder Henk Kok reisde onlangs met collega’s van de achttien grote steden naar Den Haag om met minister Donner (Binnenlandse Zaken, CDA) over het wijkenbeleid te praten. Het was „een goed gesprek”, laat Kok weten, maar Donner deed geen toezeggingen. „Misschien kunnen andere ministeries ons helpen”, zegt hij hoopvol. „Voor Klarendal en zeker ook voor de andere krachtwijken in Arnhem geldt dat het Rijk de mensen niet in de steek moet laten nu het vertrouwen net is hersteld.” Arnhem heeft vier Vogelaarwijken en kreeg daarvoor eerder jaarlijks 3,5 miljoen euro. Dat geld ging naar extra ‘blauw op straat’, aanleg van groen en speelparken, en naar coaches die probleemgezinnen ondersteunen en bewoners helpen werk te vinden of een bedrijf te starten.

Zullen de charmante modewinkels van Klarendal levensvatbaar blijven? Onderzoekers hebben de gemeente Arnhem geadviseerd de modewinkels uit te breiden met echte ‘maakateliers’, waar juist de gemiddelde Klarendaller of laagopgeleide allochtoon zou kunnen werken. Dat geeft een meer solide economische basis. Maar zelfs zonder Vogelaargeld is de wederopstanding van Klarendal niet meer te stoppen, vermoedt Thijs Verwer. „Er is zo veel gebeurd. De buurt is opgeknapt. De huizenprijzen stijgen. Mensen willen hier graag wonen.”

Opbouwwerker Rob Klingen: „Tegenwoordig wordt er veel geklaagd over zogenaamde linkse hobby’s. Maar juist dankzij die wijkenaanpak is Klarendal enorm opgeknapt.”