James Bondfantasieën in huisje van mars

Tentoonstelling Futuro laat zien dat er aan modern design een politiek luchtje zat.

Zelfs een futuristisch vakantiehuisje stond in het teken van de Koude Oorlog.

O, wat zijn we cynisch geworden! Dat besef slaat je met de schrik om het hart bij Futuro – Constructing Utopia. Deze expositie in Museum Boijmans Van Beuningen straalt een optimisme uit dat heerlijk onbevangen is en tegelijk heel gedateerd overkomt. Met campingserviezen en futuristische eierdopjes roept het een tijd in herinnering dat de wereld nog mooi en maakbaar leek. Design deed aan gemak, niet aan maatschappijkritiek. Centraal staat de Futuro: een ufovormig vakantiehuisje uit 1968, van de Finse architect Matti Suuronen. Dat baarde altijd opzien in skigebieden en winkelcentra. Huisvrouwen keken kritisch – waar is de kastruimte – en huisvaders keken met heel andere, James Bond-achtige fantasieën naar de sexy loungebanken.

Relatief eenzaam (naast Vivid en wat kleine initiatiefjes) probeert Boijmans de naam van Rotterdam als designstad hoog te houden. Voor zijn vormgevingscollectie kocht het museum het prototype van de Futuro: een lichtblauwe ufo met bordeaurood tapijt dat stemmig overloopt in een paars polyester plafond. Gemaakt van prefab onderdelen lost het de aloude Bauhausbelofte in om design te prefabriceren.

Luxe betekende welvaart en vooruitgang. Dat gold in het naoorlogse Finland van Suuronen en de rest van de westerse wereld. Mensen konden een auto kopen, ze kregen vakantiedagen. De consumptiemaatschappij en technologische vooruitgang bewezen dat het goed ging. Lichtgewicht plastics uit de ruimtevaart raakten geliefd in de keuken. Zelfs eierdopjes zagen eruit alsof ze intergalactische reizen konden maken. De gladde Futuro was minstens zo groovy.

Praktisch was het niet – een gezinshuisje met tapijt waar je nooit een groentehapje uitgekrabd krijgt. Maar o wat was hij cool. Vijftig landen kochten licenties. Andy Warhol wilde ermee op de foto, de koninklijke familie van Koeweit ook. Christo pakte hem in. Promotiedames in babydolls liepen er rond en Playboy schoot er een sexy fotoserie. De plannen werden fantastischer: skivalleien vol ufo’s, flatgebouwen waar je ze in kon klikken.

In Boijmans wordt het huisje niet langer omringd door caravans maar door kunst, teruggaand tot 1300, in een cirkelvormige expositie. Al in de Middeleeuwen gold de cirkel als goddelijk symbool. De ontdekkingsreizen brachten nautilusschelpen waarin ambachtslieden de gulden snede ontdekten – een bewijs van Gods geometrie in de natuur. Ze maakten er prachtige bokalen van. Dürer construeerde een ellips uit een cirkel, om de kosmische harmonie te eren en als reactie tegen de weelderige kunst van de decadente geestelijkheid. Zijn tekening Melencolia uit 1514, in Boijmans slechts te zien op een monitor, toont hoe de mens via wetenschap werd geconfronteerd met de vergankelijkheid van het bestaan.

Het mocht de pret niet drukken. Pronkkabinetten volgden met wiskundige inlegwerken, meetinstrumenten à la Leonardo da Vinci, empireserviezen met parelrandjes, bolvazen van Copier. Vooral in Nederland, waar Spinoza zei dat God zich openbaart in de wiskunde, was de klare lijn belangrijk. Mondriaan en Rietveld zouden daar flink werk van maken. Strakke eenvoud sloot weer aan bij moderne vormgeving die machinaler en lichter moest worden. Zo ongeveer ontstond de Futuro.

Niet al die parallellen zitten in de expositie, maar wel belicht deze dat aan die moderne vormgeving een politiek luchtje zat. Toen de Futuro in 1969 zou worden vertoond in de VS, kopte de New York Times ‘Vliegende schotel landt op aarde, Apollo landt op de maan’. Ha, ook met vakantiehuisjes waren Amerikanen de Sovjets te snel af. De Koude Oorlog was overal. Zoals in de wedloop om het uitvinden van de compacte standaardkeuken – die ook in de Futuro zit.

In de jaren tachtig en negentig kwamen utopieën en wapenwedloop onder druk te staan en daarmee massaproductie. Modeontwerper Martin Margiela ontwierp bij wijze van schoenen twee zolen met een rol plakband: een reactie tegen de seizoensgebonden ‘modewedloop’. Gaetano Pesce printte op een bank een Bob-Ross achtig landschap – Bob Ross citeren is vanzelf anti-design.

Intussen raakte de Futuro net als het Evoluon en Atomium aan lager wal. Van de voorspelde duizend exemplaren waren er slechts honderd gemaakt, waarvan er nu nog zo’n zestig bestaan. Die staan vaak te verpieteren naast Amerikaanse antique malls. Het kwam door de marketing, zegt een van de eerste kopers: als iedereen zo’n luxe ding kan bepotelen in het winkelcentrum, is dat dodelijk voor de exclusiviteit. Anderen geven de Vietnamoorlog de schuld. Bij een grootse lancering stonden het promotieteam en de ufostewardess vergeefs te wachten op de helikopter: gevorderd wegens de oorlog. De oliecrisis was de doodsklap voor de Futuro.

Maar toch, wie de expositie in Boijmans bekijkt, krijgt het gevoel dat dat niet alles is. De Futuro stamt simpelweg uit een tijd die zou verdwijnen. Het wederopbouwgeloof in technologie sloeg eind jaren zestig sowieso om in een angst voor technocratie. Met sapcentrifuges de wereld verbeteren? Get real. Ook de Futuro kon gewoon niet meer. Marketingmensen pruttelden nog dat de orkaanbestendige Futuro prima in rampgebieden paste. Maar met helikopters luxe vakantiehuisjes overvliegen naar de Derde Wereld – nee. Samen met de lavalamp en zitkuil stierf de Futuro een zachte dood.

Dat maakt dit zo’n fijne tentoonstelling. Want anno 2011 zie je zulke onbevangenheid niet meer. De Futuro is nu een voorbeeld voor de polyester behuizingen van Atelier Van Lieshout, in diens Slave City waar mensen worden opgegeten. De utopie is voorbij. Maar wie wil, kan hem nu weer heel even herbeleven door de Futuro in te stappen. Om onder toeziend oog van een suppoost, met verplichte slofjes aan, even op de bankbedden weg te dromen van een fantastische toekomst van ruimtereizen met martini’s en Bondgirls.

Futuro – Constructing Utopia, t/m 9 oktober in Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. Di-zo 11-17u. Inl.: 010 4419400 / www.boijmans.nl