IMF geeft eurolanden een ultimatum voor Griekse crisis

Waarnemend IMF-voorzitter John Lipsky voert de druk op Europa op. Een nieuw akkoord over Griekenland is nodig om een oude lening door te laten gaan. Nederland en Duitsland zitten klem.

Officieel kwam hij zondag naar Luxemburg voor periodiek overleg tussen het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) en de euroministers van Financiën. Maar John Lipsky, ‘acting managing director’ van het IMF, kwam de ministers vooral waarschuwen dat ze snel een besluit moeten nemen over extra leningen aan Griekenland. Zo niet, dan zal het IMF, als co-financier, in juli zijn deel van allang toegezegde ´oude´ leningen niet overmaken en gaat Griekenland failliet.

Die waarschuwing was speciaal gericht aan het adres van Duitsland en Nederland – precies de twee landen die het IMF vorig jaar bij de Europese schuldencrisis betrokken hebben.

Lipsky, een boomlange bleke Amerikaan met een imposante snor, peperde de Europeanen in dat het IMF volgens de huisregels alleen geld mag lenen aan landen die zeker voor een jaar genoeg financiering hebben. Die regels hebben IMF-lidstaten zelf opgesteld. In het geval van Griekenland is dit een probleem.

Het IMF en de Europeanen hebben net vastgesteld dat Griekenland, anders dan zij een jaar geleden dachten, in het voorjaar van 2012 niet meer in staat is zelf weer op de financiële markten geld te lenen. Omdat dan het huidige leningenpakket van 110 miljard euro aan Griekenland afloopt, zijn extra leningen nodig.

In principe willen euroministers die wel fourneren – alleen, die discussie loopt traag omdat Duitsland en Nederland erop staan de financiële sector (banken, verzekeraars, pensioenfondsen) erbij te halen.

Veel eurolanden zijn hier tegen: zij vinden het te riskant om de private sector op te zadelen met Griekse schulden. Daardoor is er nog geen harde garantie dat Griekenland over een jaar die extra leningen krijgt, en kan het IMF in juli misschien de vijfde portie van de al lang toegezegde leningen (een ‘pakketje’ van 12 miljard euro) niet naar Athene sturen.

Vorige week hadden de Europeanen nog de indruk dat het IMF begrip had voor dit dilemma. Diverse betrokkenen zeiden dat het IMF de regels soepel zou interpreteren. Maar Lipsky, die sinds het aftreden van Dominique Strauss-Kahn in mei tijdelijk het IMF voorzit, meldde dat dit absoluut niet het geval is: „Wij hebben van onze partners in de eurogroep verzekeringen nodig dat financiering beschikbaar is. Wij hopen dat die voorwaarden met de grootste urgentie worden vervuld.”

In de wandelgangen gaven sommige ministers toe dat zij dit niet verwacht hadden. Een van hen zei: „De wens was de vader van de gedachte.” Maar sommige diplomaten beweren dat de IMF-opstelling verhard is, afgelopen dagen – en wel onder invloed van de Verenigde Staten. President Barack Obama is zeer bezorgd over de schuldencrisis. Hij is bang voor een Lehman-achtige escalatie, waarbij Amerikaanse banken flinke tikken kunnen krijgen. Hij wil dat de Europeanen het vuur nu uittrappen. Volgens deze diplomaten stuurde Obama Lipsky op pad om de Europeanen onder druk te zetten. Niemand wil bevestigen dat het zo gegaan is, maar het gerucht is hardnekkig. „Dit was Obama´s kans,” zei een bron. „Over tien dagen leidt (de Europese, red.) Christine Lagarde bijna zeker het IMF. Dan gaat zij naar eurogroep-vergaderingen, niet (de Amerikaan, red.) Lipsky.”

Lipsky’s boodschap zet het moeizame Europese crisisberaad over extra leningen aan Griekenland onder extra hoogspanning. Nu moet de discussie over deelname van de financiële sector snel worden afgerond. Duitsland en Nederland eisen dat de private sector meedoet aan zo’n nieuw pakket. De meeste eurolanden en de ECB voelen hier weinig voor. Zondagnacht sloten ze een compromis waar Lipsky, zegt men, de hand in had: dat de financiële sector meedoet, maar alleen vrijwillig.

Wie er uit vrije wil mee gaat doen (behalve staatsbanken), is velen een raadsel. Zij zeggen dat het nooit een substantieel bedrag kan opleveren, als het vrijwillig is. En stel dat een bank meedoet, maar zich zes maanden later terugtrekt – wie vult dan het gat? Minister Jan Kees de Jager gaf gisteren toe dat het „moeilijk te kwantificeren is. We moeten hier komende weken hard op studeren.”

Maar studeren kost tijd. En Lipsky kwam juist vertellen dat de tijd begint te dringen. In die zin kwam zijn boodschap een aantal ministers niet eens zo slecht uit. Zij vinden dat Duitsland en Nederland de boel traineren met nieuwe eisen, beleggers nerveus maken en zo onnodige schade aanrichten aan Griekenland en de eurozone. Volgens hen neemt het debat over deelname van de financiële sector te veel tijd in beslag, in verhouding tot wat het oplevert. Zij vinden dat Duitse en Nederlandse politici de hele eurozone ophouden.

Achter de schermen hoor je bittere verwijten dat deze twee landen „geen solidariteit tonen” en „enkel aan zichzelf denken”. Voor mensen die deze mening zijn toegedaan, kwam Lipsky’s ultimatum niet ongelegen. Duitsland en Nederland zijn juist de twee eurolanden die er vorig jaar op stonden om het IMF een grote rol te geven bij de bestrijding van de euro-schuldencrisis. Zij deden dat om financiële redenen, en vanwege de grote expertise van het IMF.

Eurogroepvoorzitter Jean-Claude Juncker, geen fan van het Duits-Nederlandse standpunt, heeft 3 juli geprikt voor de volgende vergadering van euroministers. „Dan moet we eruit komen.”