Geestesziek is ook gewoon ziek, mevrouw Schippers

De hoogleraren psychiatrie van de acht academische ziekenhuizen begrijpen niet wat minister Schippers beweegt om een hogere eigen bijdrage te vragen bij psychische aandoeningen.

Hooggeachte mevrouw Schippers,

Misschien kunt u het ons uitleggen. Wat is het verschil tussen een patiënt met een manisch-depressieve stoornis en iemand die lijdt aan multiple sclerose? Beiden vertonen immers veranderingen in hun gedrag. Beide aandoeningen hebben een periodiek beloop. De beide ziekten treffen gelijkelijk mensen in de bloei van hun leven.

Of misschien kunt u het verschil aan ons uitleggen tussen verslaving en de ziekte van Parkinson. Het lukt ons niet om een verschil te ontwaren. Bij beide ziekten spelen verstoringen in het dopaminesysteem in de hersenen een cruciale rol en is het beloningssysteem in de hersenen aangetast. Van vrije keuze of schuld is in beide gevallen geen sprake.

Misschien kunt u onderscheid maken tussen een patiënt met schizofrenie en iemand met de ziekte van Alzheimer? Wij kunnen dat niet. Ze lijden alle twee aan een achteruitgang van hun cognitieve functioneren. Bij beiden komen wanen en hallucinaties voor en nemen hersenenafwijkingen toe als de ziekte vordert.

Als het u niet lukt om ons het verschil tussen deze psychiatrische en ‘somatische’ stoornissen uit te leggen, kunt u dan verduidelijken waarom u voorstelt om een – verhoogde – eigen bijdrage te eisen van de psychiatrische patiënten en niet van patiënten die lijden aan andere (hersen)aandoeningen?

Beseft u niet dat u met dit voorstel tornt aan een van de fundamentele principes van onze maatschappij? Dit betreft het beginsel dat niet alleen aan de basis ligt van onze rechtsstaat, maar ook aan dat van onze gezondheidzorg – het recht op gelijke behandeling. Hoe legt u uit dat de ene patiënt met een stoornis als gevolg van disfunctionerende hersenen extra moet betalen voor zorg en de andere niet?

U stelt voor om mensen met een ernstige psychiatrische ziekte – degenen die de meest intensieve behandeling ontvangen – de hoogste bijdrage te laten betalen. Baseert u dit voorstel op een vermeend verschil in individuele verantwoordelijkheid en omgevingsinvloeden? Maatschappelijke of omgevingsinvloeden spelen bij somatische ziekten, zoals hart- en vaatziekten, een minstens zo belangrijke rol als bij vele psychiatrische stoornissen. Psychiatrische ziekten zijn vaak effectiever en goedkoper te behandelen dan andere medische aandoeningen.

Als we al een verschil kunnen benoemen, is het het feit dat het inkomen van patiënten met psychische aandoeningen gemiddeld 30 procent lager ligt dan dat van de andere patiënten – juist als gevolg van hun ziekte. Deze patiënten hebben toch al een extra horde te nemen voordat ze naar de dokter gaan. Toch rust op deze patiëntengroep nog steeds een stigma. Dit blijkt bij uitstek uit uw plan.

Wij kunnen uw voorstel niet anders uitleggen dan een terugval op een gedachtegoed waartegen Philippe Pinel, die de psychiatrische patiënt letterlijk en figuurlijk uit zijn ketenen bevrijdde, al meer dan tweehonderd jaar geleden in opstand kwam – de waan dat psychiatrische ziekten geen echte ziekten zouden zijn.

Dit is nauwelijks voor te stellen. Het tart elke verbeelding dat u een humanitaire en wetenschappelijke vooruitgang van twee eeuwen zou negeren, of erger – probeert terug te draaien. U bent tenslotte de eindverantwoordelijke in ons land voor het garanderen van een goede, billijke en toegankelijke zorg voor elke burger, inclusief de honderdduizenden Nederlanders die lijden aan een psychische ziekte. Vandaar dat wij u vragen om uitleg.

Prof.dr. René Kahn, UMC Utrecht. Prof.dr. Jim van Os, azM Maastricht. Prof.dr. Witte Hoogendijk, Erasmus MC Rotterdam. Prof.dr. Frans Zitman, LUMC Leiden. Prof.dr. Damiaan Denys, AMC Amsterdam. Prof.dr. Aart Jan Beekman, VUMC Amsterdam. Prof.dr. Robert Schoevers, UMC Groningen. Prof.dr. Paul Hodiamont, UMC St Radboud Nijmegen. Prof.dr. Rutger Jan van der Gaag, voorzitter Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie.