Geen cookies, wel irritant veel pop-ups

Veel diensten op internet krijgt u ‘gratis’ aangeboden. Dit kan doordat adverteerders op deze sites hun reclame aan u kunnen tonen. Omdat de meeste (nieuws)websites van deze reclame afhankelijk zijn, is deze inkomstenbron bepalend voor het nieuws dat u leest. Hoe minder reclame-inkomsten, hoe minder geld er immers is voor redacteuren. Daarom zijn diverse technieken ontwikkeld om gericht reclames te kunnen tonen. Deze maken vrijwel allemaal gebruik van cookies - kleine bestandjes die een website op je computer plaatst als je deze site bezoekt.

Vandaag discussieert de Tweede Kamer over een wetsvoorstel van PVV en PvdA waarin wordt voorgesteld dat internetgebruikers vooraf toestemming moeten geven voor cookies. Dit betekent dat u bij één enkel bezoek aan een website gemiddeld per pagina negen keer een pop-up krijgt, met de vraag of u toestemming geeft voor een cookie. Dat irriteert. U zult dit dus vaak weigeren. Hierdoor kunnen deze bedrijven u niet meer anoniem herkennen. U zult daardoor dezelfde hoeveelheid reclame blijven zien, met als verschil dat het ongerichte advertenties zijn en dat deze niet meer gebaseerd zijn op uw interesses. Het gevolg is dat reclames minder goed werken en dat de uitgever minder inkomsten krijgt. Uiteindelijk moet hij geld vragen voor zijn site.

Nederland loopt met dit voorstel uit de pas met Europa. België, Frankrijk, Engeland, Ierland en Spanje hebben al besloten dat deze toestemming helemaal niet hoeft, omdat mensen dit zelf kunnen instellen in hun browser. Er is ook een oplossing – een volg-me-niet-register. Dit komt erop neer dat u als consument alle informatie over cookies kunt vinden op één centrale website. U kunt op deze plek uitlezen welke cookies op uw computer staan, deze deels of allemaal met één klik verwijderen en zelfs een ‘volg-me-niet-cookie’ op uw computer plaatsen om u hiervan te vrijwaren. Internet blijft zo even gebruiksvriendelijk als nu.

Johan van Mil

Internetondernemer, investeerder en vicevoorzitter van de Dutch Dialogue Marketing Association

    • Johan van Mil