Europa worstelt met bijdrage financiële sector

Het Franse en Duitse bedrijfsleven steunt de euro. Tegelijkertijd is het onduidelijk hoe banken vrijwillig maar substantieel kunnen bijdragen aan een oplossing van de crisis.

Der Euro ist notwendig. Dat schrijft een gelegenheidsalliantie van vijftig Franse en Duitse bestuurvoorzitters in een paginagrote advertentie die vandaag in de Europese pers verscheen. Daarmee komt de steun voor de euro uit een onverwachte hoek.

Bestuursvoorzitters over Europa levert vaak klaagzangen op. Europa maakt te veel regels, vinden ze doorgaans. Denk aan REACH, het registratiesysteem voor chemische stoffen. Europa heeft te weinig ambitie, vinden ze. Denk aan de kritiek op de Lissabon-agenda die van Europa de meest concurrerende kenniseconomie moest maken. Maar nu de euro – de meest verregaande en ambitieuze vorm van Europese eenwording – in crisis verkeert, willen de topmannen de voordelen van de munt over het voetlicht brengen.

Sinds de invoering van de gezamenlijke munt zijn er in de eurozone 9 miljoen arbeidsplaatsen bijgekomen, is het gemakkelijker geworden financiering aan te trekken en kunnen Europese bedrijven beter internationaal concurreren. De euro heeft de rol van Europa als economische macht versterkt, schrijven de topmannen van onder meer Air France-KLM, BMW, Siemens, ThyssenKrupp, Deutsche Telekom en Michelin. Ook de Nederlander Ben Verwaayen, topman van telecombedrijf Alcatel-Lucent en als VVD’er vertrouweling van premier Rutte, nam deel aan de actie.

Gezamenlijk hebben de bedrijven een jaaromzet van 1.500 miljard euro en zetten ze 5 miljoen mensen aan het werk. De bestuurders hebben ook een boodschap: het zal miljarden kost om de rust te laten terugkeren, maar dat is het meer dan waard.

Europese ministers van Financiën die vermoeid zijn teruggekeerd na hun nachtelijke beraad in Luxemburg moeten tevreden zijn met de steun. Ongetwijfeld zullen ze verrast een wenkbrauw optrekken dat zes van de vijftig topmannen aan het hoofd staan van een financiële instelling. Het is juist de bankensector waar regeringsleiders mee zitten. Banken moeten zich constructief opstellen vinden Europese leiders. „De irritatie groeit bij sommige politici. Ze zeggen graag dat banken profiteren van economisch goede tijden terwijl het electoraat opdraait voor problemen”, zei Philip Middleton, partner van adviesbureau Ernst & Young, vorige week op een congres in Amsterdam over de toekomst van de financiële sector.

In plaats van banken te dwingen bij een volgende redding van Griekenland bij te dragen, willen regeringsleiders dat ze vrijwillig maar substantieel bijspringen. Wat dat betekent is onduidelijk. „Het is een semantisch spel, dat heel gevaarlijk kan zijn”, zegt Middleton.

Kredietbeoordelaar Fitch is negatief. Zelfs als banken louter vrijwillig gevraagd wordt Griekse staatsobligaties langer op de balans houden, zal Fitch oordelen dat Griekenland failliet is. Fitch vindt dat als er een beroep op banken wordt gedaan, dit duidelijk maakt dat Griekenland geld nodig heeft dat het land niet bezit. Dat staat volgens de beoordelaar gelijk aan een faillissement.

Terwijl politici hameren op een bijdrage van banken in een nieuwe reddingsronde, zijn centralebankiers steeds ongeruster over investeerders en spaarders die hun geld en belangen uit banken van Europese probleemlanden terugtrekken. Als Griekenland als failliet beschouwd wordt en staatsobligaties sterk in waarde dalen, zitten Griekse banken met een reusachtig probleem. Zij blijven in leven door noodleningen van de Europese Centrale Bank. De ECB eist in ruil onderpand in de vorm van staatsobligaties. Als het onderpand waardeloos wordt, vervallen de leningen. Centrale banken vrezen dat spaarders en beleggers op zo’n kettingreactie anticiperen door nu al hun geld terug te trekken, wat weer tot bankruns kan leiden.

Dat Europese leiders worstelen met de verhoudingen met banken, werd ook duidelijk in de onderhandelingen over het permanente steunfonds ESM. In Luxemburg werd besloten dat leningen van het ESM geen beschermde status genieten ten opzichte van andere obligaties. Dit zou betekenen dat als een land vanaf 2013 een beroep doet op het permanente steunfonds, die leningen niet noodzakelijk als eerste terugbetaald moeten worden, ten koste van terugbetalingen aan ‘normale’ obligatiehouders. „Dit is goed nieuws voor Ierland, dit is goed nieuws voor Portugal”, zei Jean-Claude Juncker, voorzitter van de eurogroep in Luxemburg. Door af te zien van zo’n beschermde status hopen ministers van Financiën dat banken sneller geneigd zijn obligaties van probleemlanden weer te vertrouwen.