Eerst huis of auto, dan pas een coach

Igor Sijsling gaat bij zijn debuut op Wimbledon kansloos ten onder.

Oud-prof Eltingh maakt zich zorgen over de staat van het Nederlandse tennis.

Jacco Eltingh neemt Igor Sijsling na afloop van zijn kansloze nederlaag tegen de Rus Igor Koenitsin (6-3, 6-4 en 6-2) vlak voor de players lounge van Wimbledon even apart. De 40-jarige oud-prof wil van de 23-jarige Nederlandse tennisser weten wat hij nu van dit verlies heeft geleerd. Sijsling biechtte op dat hij te veel onder de indruk was van de ambiance. Eltingh hoort het aan en schudt even later buiten het zicht van de tennisser met zijn hoofd. „Eigenlijk is dat vreemd. En mag dat niet gebeuren. Dat kan je je als proftennisser niet permitteren”, stelt Eltingh, die op Wimbledon televisiecommentator is voor Sport 1. „Het was Paul Haarhuis vroeger een worst waar hij speelde. Het is de speler zelf die zich moet ontwikkelen, maar het heeft ook met de begeleiding te maken.”

Eltingh behoorde samen met spelers als Richard Krajicek, Paul Haarhuis en Jan Siemerink tot een generatie tennissers die alles uit zichzelf haalde. De voormalige servicevolleyspecialist loopt op eieren als hij de huidige profs tegen het licht houdt. „Als ik kijk naar Robin Haase, Thiemo de Bakker en Igor Sijsling zijn dat allemaal tennissers die redelijk allround zijn, maar geen echte wapens hebben. Dan moet je dus op zoek gaan naar een manier waarop je het verschil kunt maken. Loop je de hele partij achter de feiten aan of ga je zelf naar een ommekeer op zoek? De mensen die dichtbij een speler staan kunnen daaraan bijdragen.”

Sijsling laat zich op Wimbledon begeleiden door zijn Bosnische neef Vedran Tvrtkovic. Iemand zonder een tennisachtergrond. Sijsling laat na afloop van zijn debuut op Wimbledon weten wel te zoeken naar een goede coach. „Maar dat is niet makkelijk”, zegt de nummer 188 van de wereld. „Je moet wel de juiste klik hebben met een coach.” Behalve Sijsling heeft De Bakker ook nog altijd geen vaste coach. Robin Haase en Thomas Schoorel hebben wel een vaste begeleider.

Eltingh vindt dat tennissers eigenlijk niet zonder coach kunnen. „Ik sprak hier op Wimbledon met oud-spelers als Greg Rusedski, Wally Masur en Boris Becker. We waren het erover eens dat het huidige spel vrij eendimensionaal is. Het is zaak dat tennissers in zichzelf investeren. Het eerste geld dat ik verdiende gaf ik uit aan mijn coach Alex Reijnders. Dat deden Haarhuis, Krajicek en Siemerink ook. Nu denken sommige tennissers eerst aan hun huis of auto.”

Eltingh was in het verleden samen met Haarhuis, Krajicek en Siemerink als ambassadeur verbonden aan de tennisbond. Maar nadat de KNLTB tal van adviezen in de wind sloeg en zelden of nooit gebruik maakte van de expertise van ‘de Gouden Generatie’ legde Eltingh het ambassadeurschap naast zich neer. „Mijn handen jeuken om die jonge gasten verder te helpen. Ik wil onze generatie helemaal niet vergelijken met Haase, De Bakker of Sijsling. Dat mag je ook helemaal niet doen. Ik denk wel dat wij ervaring in huis hebben en ze kunnen helpen. Maar ik ben nog nooit gevraagd of ik bijvoorbeeld De Bakker zou willen coachen.”

De huidige staat van het Nederlandse tennis gaat Eltingh aan het hart. Nederland heeft nog maar een handjevol profspelers. „Het gaat er bij tennissers om dat ze zelf het allerbeste uit zich halen. We leven misschien in een tijd waarin vaker een makkelijke keuze wordt gemaakt. In topsport kan dat niet. Een tennisser moet zelf met de billen bloot willen. Nu bestaat het gevaar dat een bepaalde vrijheid over slaat in vrijblijvendheid.”

Tennissers als Haase (wiens partij gisteren in de eerste set werd gestaakt vanwege regen), Schoorel, De Bakker en Sijsling zouden in de ogen van Eltingh nu moeten oogsten. „We kunnen natuurlijk doorgaan op de weg van de minste weerstand. Maar het is beter om eens de confrontatie aan te gaan. Keuzes voor de lange termijn maken en niet pappen en nathouden.” Op de vraag wat Eltingh ervan vindt dat Siemerink het zorgenkind De Bakker heeft geselecteerd voor de Davis Cup, hoewel die fysiek en mentaal nu niet in staat is op Wimbledon aan te treden, volgt een veel betekende glimlach. „Laat ik zeggen dat ik dat eigenlijk niet had verwacht.”