Een Tahrirplein in de Syrische heuvels

Vluchtelingen aan de Turks-Syrische grens willen van hun president Assad alleen horen dat hij vertrekt. Hun kampen zijn hun hoofdkwartier. ‘Dit is ons Tahrirplein.’

Terwijl president Bashar al-Assad in een live-uitzending van de Syrische staatstelevisie een „nationale dialoog’’ met zijn volk belooft, krijgt hij van weerszijden aan de Turks-Syrische grens zijn antwoord. „Leugenaar’’, klinkt het in de huizen in het Turkse grensdorp Güvecci, dat zich in de afgelopen weken vulden met jonge activisten uit Syrië. „Leugenaar’’, scanderen de tientallen vluchtelingen aan de Syrische kant van de grens, die zich in de afgelopen weken hebben ingekwartierd tussen de olijfbomen op de uitlopers van de Syrische bergen. Het regent sandalen, pantoffels en gympen op het televisietoestel waar de speech van de president een uur lang is te zien.

Aan de Turkse kant van de grens zitten de activisten klaar om live hun afkeer van de nieuwe beloften van Assad voor hervormingen te geven aan de talloze televisieploegen die wanhopig op zoek zijn naar een quote. Mohammed Fazom voert het hoogste woord. Deze activist voedt dagelijks de pers met nieuwe filmpjes die vanuit Syrië naar zijn laptop worden gestuurd en het brute geweld van het Syrische leger laten zien. Vandaag is hij op meerdere binnen- en buitenlandse zenders te zien met zijn reactie op de oproep van Assad voor de Syrische vluchtelingen om terug te keren naar het vaderland. „Hij vraagt de mensen om terug te gaan naar hun stad. Dit is de tweede keer dat hij dit zegt. De eerste keer dat hij dit vroeg zijn vrouwen teruggegaan. De vrouwen zijn verkracht. Ze martelden kinderen. Ze arresteerden de mannen en niemand weet waar ze nu zijn.”

Geen van de journalisten hier kan zulke beschuldigingen op waarheid controleren. De pers komt Syrië niet in. Behalve een kort clandestien bezoek aan het vluchtelingenkamp aan de andere kant van de grens is er aan fact finding weinig te ondernemen. Maar de vluchtelingenkampen aan weerszijden van de grens zijn op zichzelf het antwoord op de grote woorden van de president. Syrië is niet veilig. Zeker tienduizend vluchtelingen zijn het levende bewijs.

„Die kampen zijn een politiek statement geworden. Dit is ons Tahrir-plein’’, zegt de Nederlands-Syrische activist Rosh Abdelfatah. Hij organiseerde eerder in Rotterdam het „Jasmijnplein”, een actiecentrum waar Syriërs bij elkaar komen om hun zorgen over de ontwikkelingen in eigen land te bespreken. Voor een paar uur is hij de grens over geslopen om in het vluchtelingenkamp aan de Syrische kant van de grens de toespraak van de president te kunnen volgen. Lang niet alle vluchtelingen die hij aantrof verkeerden in levensnood.

„Natuurlijk zijn er ook echte vluchtelingen onder die mensen. Maar de jongeren zijn in de meerderheid. We noemen het wel een vluchtelingenkamp, maar het heeft inmiddels meer weg van een hoofdkwartier van de oppositie. Vanuit de kampen worden de filmpjes uit de rest van Syrië de wereld in gestuurd. Of wordt voedsel ingezameld voor degenen die het echt nodig hebben.”

Dit weekend werd die lezing bevestigd door een bijeenkomst van 42 vertegenwoordigers van de oppositie die bij het vluchtelingenkamp aan de Syrische grens hun oprichtingsvergadering hielden van de „Nationale Raad’’. Deze verzameling van opposanten heeft weinig politieke programmapunten, behalve de val van Assad en zijn nomenklatoera.

Door de vluchtelingen is de regering van Bashar al-Assad zijn monopolie op informatie uit zijn land kwijtgeraakt. De militaire operaties in de grensstreek hadden in de afgelopen week vooral een doel: het afsluiten van de routes waarover de duizenden vluchtelingen naar Turkije reizen. In zijn toespraak gisteren sprak hij samenzweerderig over de „hightech’’ waarmee tegenstanders filmpjes naar de buitenwereld sturen om zijn regering zwart te maken. De Turkse regering lijkt zich vanaf het eerste moment bewust te zijn geweest van de rol die de vluchtelingen op de beeldvorming hebben. Sinds de eerste vluchtelingen in april de grens overkwamen, bleven de kampen gesloten voor journalisten. Officieel is dit beleid vanwege de „veiligheid en privacy’’ van de vluchtelingen. Maar de veranderende houding van de Turkse regering tegenover van Damascus wordt juist in de kampen zichtbaar. Negeerde de Turkse regering de vluchtelingencrisis aanvankelijk, nu lopen ministers de deur er plat. De minister van Buitenlandse Zaken sprak „over de angst in de ogen van de vluchtelingen’’. Premier Erdogan wordt hier morgen verwacht. Die bezoeken worden geflankeerd door stevige waarschuwingen aan Assad dat hij werk moet maken van zijn hervormingen en de invoering van een meerpartijensysteem. Een woordvoerder van president Abdullah Gül ging gisteren zelfs zo ver door tegen het Arabische televisiestation al-Arabya te zeggen: „Assad spreekt over de komende maanden. Van ons krijg hij een week, of hij loopt het risico van buitenlands ingrijpen.” Die woorden heeft hij later ingetrokken, maar voor Assad werd een ding duidelijk. Turkije is niet langer automatisch de bondgenoot van de machthebbers, zoals in de afgelopen tien jaar het geval was. Maar van de vluchtelingen.