Een dictator stuur je niet zo makkelijk weg

De Europese revoluties van 1848 doen denken aan de Arabische Lente van 2011.

De opstandelingen gingen toen ook de straat op en eisten meer democratie.

De Lente der volkeren. Zo noemden tijdgenoten de golf van revoluties die Europa in 1848 overspoelde. Niet minder dan vijftig afzonderlijke opstanden deden het continent op zijn grondvesten schudden.

De onrust begon al op 12 januari in een klein koninkrijkje in de periferie van Europa: op Sicilië, dat samen met het zuiden van Italië het Koninkrijk der Beide Siciliën vormde. Op de verjaardag van de autoritaire koning Ferdinand II kwamen opstandelingen in Palermo in verzet. Hun belangrijkste eisen: losmaking van Zuid-Italië en een grondwet. Nu was het op Sicilië wel vaker voorgekomen dat een groepje verlichte strijders in opstand kwam tegen het regime – meestal werden hun pogingen hard neergeslagen. Maar dit keer liep het anders. De opstandelingen kregen steun van arme landarbeiders en het stadsproletariaat. Deze groepen wisten eigenlijk niet wat een constitutie precies inhield, maar waren wel zwaar getroffen – en dus gefrustreerd – door de economische crisis van de voorgaande jaren. Juist door deze brede steun onder het volk had de opstand succes. Twee weken na het begin van de opstand moest koning Ferdinand zijn troepen terugtrekken naar het Zuid-Italiaanse vasteland.

Maar ook daar was hij niet veilig. Gesterkt door de revolutionaire berichten uit Sicilië klonk in de Zuid-Italiaanse provincie Salerno eenzelfde roep om een grondwet. Omdat opnieuw een bloedige opstand dreigde, ging Ferdinand uiteindelijk overstag voor de eisen van de oppositie. Hij benoemde een liberale premier, bedacht een constructie met meer autonomie voor Sicilië en stelde een (weliswaar nogal conservatieve) grondwet in.

Hoeveel invloed de gebeurtenissen in het uiterste zuiden van Europa hadden op de stemming in de rest van het continent, is moeilijk te zeggen. Feit is wel dat slechts een maand na de Siciliaanse revoluties ook in Frankrijk een opstand uitbrak. Dit keer was niet de verjaardag van een gehate vorst het sein voor actie, maar de geboortedag van George Washington op 22 februari. Toen de conservatieve koning Lodewijk Filips een banket ter ere van dit internationale icoon van het liberalisme verbood, gingen Parijse liberalen de straat op om te demonstreren voor meer openheid en democratie. Zij kregen steun van radicale arbeiders die gefrustreerd waren door de schrijnende werkloosheid en de hoge voedselprijzen. Het draagvlak voor de revolutie groeide alleen maar verder nadat soldaten op de demonstrerende menigte schoten. Kort daarop besloot de 74-jarige koning af te treden en onder de valse naam ‘Mr. Smith’ naar Londen te vluchten. Al op 24 februari riep de oppositie de Tweede Franse Republiek uit.

Ontevreden burgers in bijna heel Europa lazen in hun kranten met verbazing over de pijlsnelle ontwikkelingen op Sicilië en (vooral) in Frankrijk. Nu was de revolutionaire geest pas echt uit de fles. In maart vonden grote opstanden plaats in achtereenvolgens München, Wenen, Boedapest, Venetië, Krakau, Milaan en Berlijn. In al deze steden streden verschillende bevolkingsgroepen om uiteenlopende redenen tegen het gezag van veelal oude, conservatieve heersers. En net zoals in Frankrijk hadden de onwaarschijnlijke coalities van liberale burgers, idealistische studenten en radicale straatvechters op veel plaatsen succes: de reactionaire, 74-jarige kanselier Klemens von Metternich van Oostenrijk vluchtte net als Lodewijk Filips naar Londen, de koning van Pruisen besloot een liberale premier aan te stellen en in Centraal- en Oost-Europa werd de horigheid afgeschaft.

Ook Nederland kreeg te maken met de ‘Lente der volkeren’. Koning Willem II werd zo zenuwachtig van het Europese rumoer dat hij vreesde voor zijn eigen positie. Om een eventuele revolutie voor te zijn, beweerde hij op 13 maart dat hij in de afgelopen nacht nog eens goed over het politieke systeem had nagedacht, en inderdaad: hij was ineens „van zeer conservatief zeer liberaal geworden”. Niet onbelangrijk, want vervolgens gaf Willem II aan de liberale jurist Thorbecke de opdracht om een grondwet te ontwerpen die de basis zou vormen voor de constitutionele monarchie die wij nu nog hebben.

De Lente der volkeren van 1848 doet in veel opzichten denken aan de Arabische Lente van 2011. Ook deze keten van opstanden heeft democratisering als overkoepelend agendapunt. Dieperliggende oorzaken zijn, evenals toen, een heftige economische crisis, hoge werkloosheid en stijging van de voedselprijzen.

Net als 163 jaar geleden begonnen de revoluties in de periferie, en keurig aan het begin van het jaar: Tunesië kreeg binnen enkele weken in januari dictator Zine El Abidine Ben Ali op de knieën. En zoals Sicilië de opmaat was voor de februarirevolutie in het grote Frankrijk, zo was Tunesië de voorbode voor de opstand in het veel machtiger Egypte. Ook hier protesteerde een onwaarschijnlijke coalitie – dit keer geen liberalen en arbeiders, maar Facebook-jongeren en Moslimbroeders – tegen het autoritaire bewind van een bejaarde machthebber: de 82-jarige Hosni Mubarak. Die hield het weliswaar langer uit dan Lodewijk Filips in 1848, maar ook hij moest zijn nederlaag uiteindelijk erkennen.

Op dat moment waren in de Arabische wereld de hoeveelheid demonstraties en revoluties al niet meer bij te houden. Waar de negentiende-eeuwse opstandelingen profiteerden van de intrede van de krant als massamedium, zo inspireerden de revolutionairen in de lente van 2011 elkaar via sociale media –voorbeeld doet volgen.

Ook de reacties van de autoritaire leiders lijken op die van anderhalve eeuw geleden. Kolonel Gaddafi van Libië en president Assad van Syrië deinzen er, net als Lodewijk Filips destijds, niet voor terug om op hun eigen burgers te laten schieten. Koning Abdullah van Jordanië verving zijn premier om de demonstranten tegemoet te komen – de koning van Pruisen deed in 1848 hetzelfde. En president Bouteflika van Algerije doet denken aan onze koning Willem II door democratiserende maatregelen in te voeren om een revolutie te voorkomen.

De verschillende strategieën van de door de Arabische Lente tot wankelen gebrachte dictators hebben vooralsnog niet het gewenste effect gehad; bij het aanbreken van de zomer is hun positie nog allerminst stabiel. Maar ook de dromen van Arabische revolutionairen in de landen met ‘geslaagde’ omwentelingen zijn nog lang niet allemaal in vervulling gegaan: in Tunesië is ondanks het vertrek van de dictator nog weinig wezenlijks veranderd, in het door het leger gedomineerde Egypte loopt de conservatieve Moslimbroederschap zich warm voor de macht en in Jemen lijkt vooral Al-Qaeda te profiteren van het machtsvacuüm dat is ontstaan na het vertrek van president Saleh.

Kunnen de Arabische revolutionairen van vandaag moed putten uit de Lente der volkeren van 1848? Dat wordt lastig. Opmerkelijk genoeg verdween in de meeste landen de revolutie destijds namelijk net zo snel als zij gekomen was. De opstandelingen bleken vaak onderling te verdeeld om een daadkrachtig alternatief te vormen voor de autoritaire regimes van vóór de Lente. Het resultaat was dat in bijna alle landen de oude situatie min of meer werd hersteld.

Ferdinand II van Sicilië hergroepeerde bijvoorbeeld zijn legers en bombardeerde vervolgens de revolutionaire broeinesten – hij zou als ‘Koning Bomba’ nog tien jaar lang een schrikbewind voeren zonder zich druk te maken over welke grondwet dan ook. De nieuwe regering in Frankrijk kreeg het al snel aan de stok met de arbeiders die veel radicalere vernieuwingen voorstonden – gevolg was de verkiezing van Karel Lodewijk Napoleon, die enkele jaren later als Napoleon III een conservatieve dictatuur zou vestigen. En ook in Oostenrijk bleven onder een nieuwe sterke man – prins Felix zu Schwarzenberg – de oude structuren gewoon bestaan.

Natuurlijk waren er ook blijvende veranderingen. De horigheid in Centraal- en Oost-Europa was voorgoed afgeschaft, sommige landen hadden voor het eerst in hun geschiedenis een parlement gekregen en ideeën als nationalisme en democratie hadden hun eerste zaadjes in de hoofden van de mensen geplant. En, toegegeven, in Nederland was de macht van de koning definitief beperkt. Maar die verworvenheden verbleekten bij de omvang en betekenis die de revoluties in die eerste maanden van 1848 leken te hebben.

„De geschiedenis bereikte een keerpunt, maar slaagde er niet in te keren.” Zo karakteriseerde de beroemde Britse historicus A.J.P. Taylor de Lente der volkeren van 1848. De revolutionairen van de Arabische Lente van 2011 zullen er deze zomer alles aan moeten doen om eenzelfde lot te voorkomen.