Deutsche Romantik

De Duitse bondspresident Horst Köhler trad vorig jaar af, nadat hij het Duitse „nationale belang” had ingeroepen. Hij had, tijdens een bezoek aan Duitse militairen in Afghanistan, gezegd dat „een land van onze grootte en met zo’n nadruk op de export moet weten dat in noodgevallen militaire inzet nodig is om onze belangen te verdedigen, zoals vrije handelswegen”. Dit is zeer logisch. Toch werd Köhler „economische oorlogsvoering” en „schending van de Grondwet” verweten. Hij vertrok spoorslags. Pas deze maand, in Die Zeit van 9 juni, verdedigde hij zich – zij het schoorvoetend.

Mag Duitsland een ‘nationaal belang’ hebben?

Onlangs woonde ik een receptie bij in Downing Street 10. Premier David Cameron ontving en fêteerde Britse conservatieve leden van het Europees Parlement. De premier sprak de parlementsleden toe. Zonder omhaal legde hij de nadruk op the British interest. Een hear, hear klonk uit alle kelen.

In Frankrijk is de politieke klasse gewiekst. De Franse president spreekt over het „Europese belang” als hij het „Franse belang” bedoelt. ‘Brussel’ is, in zijn ogen, slechts een vooruitgeschoven post. Parijs wil dat Brussel twee termen vastpint – ‘Europese economische regering’ en ‘Europese fiscale harmonisatie’. Vrij vertaald zijn dit een economische regering voor Europa, onder Franse leiding, en fiscale harmonisatie naar Frans model. Vive la France!

Zodra president Sarkozy het Europese belang inroept, bedoelt hij het Franse belang. Als premier Cameron het Britse belang inroept, bedoelt hij het Britse belang. Als de Duitse president het Duitse belang inroept, voelt hij zich geroepen om af te treden!

Dat laatste is gevaarlijk. Het nationale belang is een beproefd en werkbaar ijkpunt voor internationale – en Europese – beleidsvorming. Een gemeenschappelijk Europees belang is doorgaans een gemene deler van nationale belangen. Deze is gericht op meerwaarde voor allen. De Europese interne markt is zo’n belang. Met het concept van het nationale belang kan in Brussel bijna mathematisch worden uitgerekend waar het compromis ligt. Als de Polen aanschuiven, kan dat tot op de zloty.

Niets is erger dan een lidstaat die het nationale belang vervangt door romantisch idealisme. Niets is erger als dat Duitsland is. Meestal wordt als verklaring gewezen op de Tweede Wereldoorlog. Dat is uiteraard waar, maar niet volledig. De Duitse geschiedenis is een vat vol Romantik, zowel literair als politiek. Als Duitsland begint te schwärmen, wordt het onvoorspelbaar en onberekenbaar.

Toen troepen van kolonel Gaddafi Benghazi bereikten en de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties stemde over resolutie 1973 om de opstandelingen te redden, onthield Duitsland zich van stemming. Vorige week reisde de Duitse minister Westerwelle (Buitenlandse Zaken) naar Benghazi. Hij erkende het bewind van rebellen. Als Cameron en Sarkozy het advies van Duitsland hadden gevolgd, hadden die opstandelingen onder de zoden gelegen. Duitsland is het liefst pacifistisch. Het is een land van Sonntagspolitiker.

Duitsland heeft na de Fukushima-ramp in Japan besloten om kernenergie volledig vaarwel te zeggen. Dit is een overhaaste beslissing. Voor zover ik weet, heeft Beieren de afgelopen eeuwen geen tsunami’s meegemaakt. Met deze Ausstieg uit kernenergie creëert Duitsland een ‘elektriciteitsgat’ van ongeveer 26 procent. Dat moet worden opgevuld. De Duitsers zetten alles op windenergie, maar deze is onregelmatig. Ze moet vanaf de Duitse kust over grote afstand worden aangevoerd naar de industriële centra. Duitsland wordt gedwongen om meer kolen- en gascentrales te bouwen. Ook moet het stroom invoeren uit Frankrijk – atoomstroom. Deze ecologische hypocrisie is erg romantisch.

De euro is het dieptepunt. De gemeenschappelijke munt is de Duitse prijs voor de Duitse eenheid. Ze verzekert de Franse greep op het Duitse financieel-economisch beleid. Frankrijk wint elk eurodispuut van Duitsland. De econoom Jagish Bhagwati van de Columbia-universiteit zei ooit: „De Fransen geven graag Duits geld uit.” Frankrijk sleurt Duitsland steeds verder in de fuik van een Europese transfereconomie. Daarin is Duitsland uiteraard Zahlmeister. Dat is geen Duits nationaal belang, maar Berlijn lijkt roerloos.

Vorig jaar mei werd het Euro-noodfonds opgericht, onder Franse druk. Sarkozy beweerde dat de euro wegens speculatie op de rand van de afgrond stond. Iets ‘groots’ moest gebeuren. Toen bondskanselier Merkel in Brussel niet meteen wilde instemmen, draaide een geëxalteerde Sarkozy zich om. Hij zei auf Wiedersehen Angela, liep weg en dreigde ermee dat Frankrijk de eurozone zou verlaten. Dit was uiteraard volledige bluf, maar Merkel ging na tien minuten naar Sarkozy. Ze ging overstag. Het Euro-noodfonds van 750 miljard euro was geboren. Sarkozy is tevreden. Frankrijk – met een begrotingstekort van 7 procent en een nationale schuld van bijna 100 procent van het bnp – zal binnenkort dat noodfonds nodig hebben om zijn AAA-toprating te behouden op de obligatiemarkt.

De stapsgewijze degradatie van de euro gebeurt met Duitse medewerking, instemming en uitvoering. Duitsland wordt de kassa van een Europese Transferunie. Dat is geen Duits belang en evenmin een Nederlands belang. Wie het ‘nationale belang’ door Romantik en Weltflucht vervangt, heeft geen kompas en wordt het vel over de oren getrokken.